Herinner je dat het ego slechts een gedachte is, een geloof
dat zegt dat de afscheiding van God echt is. Dit staat natuurlijk lijnrecht
tegenover de waarheid van de Heilige Geest die zegt dat we nog steeds de Zoon
zijn van God, onveranderlijk en onaantastbaar. Ons ware Zelf dat Zijn Bron
nooit heeft verlaten.
Om echter het geloof in het ego te waarborgen heeft het ego
een plan opgesteld dat gesteund is op drie basisbegrippen:
-Zonde
-Schuld
-Angst
Het doel van deze strategie is de Zoon ervan te overtuigen
om de Heilige Geest de rug toe te keren zodat Hij zich volledig zou
identificeren met het ego. En met deze strategie zegt het ego tegen de Zoon dat
Hij iets verschrikkelijks heeft gedaan door zich af te scheiden van zijn Bron.
‘Want’, zegt het ego, ‘jouw Vader was de perfecte liefhebbende Vader die alleen
maar Liefde is en die die Liefde totaal met jou deelde. Hij onthield je niets.
Zoals de Vader is, zo was jij ook. De Vader is de perfecte Liefde. De Zoon is
de perfecte Liefde. En dat heb jij de rug toegekeerd. Je hebt je Vader gezegd
dat je niets meer met Hem wou te maken hebben. Dat je meer wilde dan wat Hij
jou had gegeven. Je hebt Hem letterlijk gezegd dat Zijn Liefde niet voldoende
is.’
Je kan dit verhaal nog een beetje aansterken door te zeggen
dat de Zoon tegen Zijn Vader zei dat de
Hemel saai was, dat Hij meer opwinding
wou, dat Hij iets wou hebben dat God niet heeft, dat Hij jaloers was op God.
Dit is de symbolische weergave in een voor ons begrijpelijke
taal om duidelijk te maken wat er leek te gebeuren op het moment van de
zogezegde afscheiding dat zich verder lijkt ontwikkeld te hebben tot deze droom
die de wereld is.
In zijn cursus heeft Jezus het over ‘jij’. Hiermee bedoelt hij het deel in onze geest
dat een keuze moet maken. Wie het werk van Kenneth Wapnick een beetje volgt
hoort hem regelmatig gebruik maken van de term ‘keuzemaker’. Dit is een term
die slechts een keer voorkomt in de Cursus en dan wel in het Handboek voor
leraren.
‘Keuzemaker’ vind ik een vrij makkelijke term zeker als je
weet dat met keuzemaker de Zoon van God bedoeld wordt die altijd de
mogelijkheid heeft tot kiezen tussen ofwel het ego ofwel de Heilige Geest. Het
mag duidelijk zijn dat het makkelijker is dit begrip samen te vatten in een
woord in plaats van telkens te herhalen dat het de Zoon van God is die altijd
de mogelijkheid heeft om te kiezen tussen ofwel het ego of de Heilige
Geest – al mag een dergelijke herhaling in het begin wel bevorderlijk zijn voor
het vormen van een goede basis voor deze nieuwe manier van denken.
De keuzemaker of de Zoon van God heeft in de Cursus twee
identiteiten:
- - De Zoon van God of Christus, onze ware Identiteit;
- - Of de Zoon van God die droomt dat Hij
afgescheiden is van Zijn Bron.
Het doel van de Cursus is natuurlijk dat wij laatstgenoemde
identiteit loslaten en opnieuw helemaal opgaan in de werkelijke Identiteit als
Christus.
Voor ‘geest’ hebben de vertalers voor de Nederlandstalige
uitgave van Een Cursus in Wonderen gekozen voor een nieuw woord, nl.
‘denkgeest’. Waarom zij dit gedaan hebben leg ik hier niet uit omdat dit na te lezen is achterin het boek op blz. 105 van het Aanhangsel.
Deze denkgeest bestaat uit drie essentiële delen:
- - Dat deel van de denkgeest die de gedachte bevat
dat de afscheiding is gebeurd en het denksysteem van het onjuist gerichte
denken vormt.
- - Het deel van de denkgeest die de gedachte bevat
dat de afscheiding nooit heeft plaatsgevonden en het denksysteem van het
juist gerichte denken vormt. Dit wordt in de Cursus ook omschreven als het
‘Verzoeningsprincipe’ wat dus gelijk staat voor ‘de afscheiding is nooit gebeurd’.
- - En tenslotte is er het gedeelte van de denkgeest
die een keuze moet maken tussen een van deze twee denksystemen of de keuzemaker.
En er moet een keuze gemaakt worden. Wij moeten kiezen en
doen dat ook voortdurend. We kiezen of voor het denksysteem van het ego, voor het
denksysteem van angst met al zijn verschillende vormen. Of voor het denksysteem van de Heilige Geest waarin elke vorm de Goddelijke vonk bevat.
Dit is een heel interessant gegeven in ons
verhaal van de afscheiding omdat het ego hier geconfronteerd wordt met een
echte bedreiging wanneer de Zoon zich realiseert dat hij kan kiezen voor een
ander denksysteem dat geleid wordt door liefde en zich hierdoor bewust wordt dat
er niets aan de hand is, dat Hij alleen maar droomt en dat Hij door een andere
keuze te maken weer wakker wordt.
Het ego moet dus op een of andere manier de Zoon ervan
overtuigen dat hij voor het ego kiest i.p.v. de Heilige Geest. Dit simpele gegeven is in feite datgene wat we in gedachten moeten houden. Telkens we een conflict ervaren dan hebben we een keuze gemaakt voor het ego. Voelen we ons gedragen door liefde dan is het duidelijk welke keuze we dan gemaakt hebben.
Op dit nietig en dwaas idee zijn er in de geest van de Zoon twee
reacties.
Enerzijds is er de gedachte die zegt dat dit inderdaad is
gebeurd, dat er effectief een afscheiding heeft plaatsgevonden. Dit is de gedachte
van het ego en trouwens de gedachte dat het ego ‘is’.
En anderzijds is er de Heilige Geest die zegt dat de
afscheiding nooit is gebeurd en niet kan gebeuren omdat ideeën hun bron niet
kunnen verlaten en de Zoon Van God een Gedachte van God, van de Bron is. De
Zoon van God is een uitbreiding in de Geest van God.
Volgens het principe dat een gedachte zijn bron niet kan
verlaten koppelt de Heilige Geest de huidige ervaring van de Zoon (de droom) met de scheppingsgedachte van God.
De Eenheid van God en Zijn Zoon is onveranderlijk,
onaantastbaar en eeuwigdurend. Niets kan deze eenheid verbreken veranderen of
aantasten. Alles wat door God geschapen is kan niet veranderd worden, blijft
onaantastbaar en is voor altijd.
Toch lijkt er in de geest van de Zoon, van Christus, een
idee te zijn ontstaan dat Hij zich op een of andere manier van Zijn Schepper
kon afscheiden. De Cursus noemt dit ‘het nietig dwaas idee’ en vervolgens
‘waardoor de Zoon vergat te lachen’. Hier zie je dus reeds het ontstaan van
alle lijden, maar daarover later nog meer. Je kan ook zeggen dat het nietig dwaas
idee de oerknal is of de big bang.
De Cursus spreekt ook over ‘wanneer de droom begon’. Herinner
je nog dat ik zei dat de metafysica van de afscheiding enigszins te vergelijken
is met het verhaal van Adam en Eva. De eerste keer dat in de Bijbel over dromen
of een diepe slaap wordt gesproken is in Genesis 2:21 “…toen deed de HERE God
een diepe slaap op de mens vallen en terwijl deze sliep, nam Hij een van zijn
ribben en sloot haar plaats toe met vlees.
Het verschil tussen het Bijbelse verhaal en de Cursus is dat
volgens de Bijbel God een diepe slaap over de mens liet vallen, terwijl de
Cursus de verantwoordelijkheid bij de keuze van de Zoon legt toen hij dus dacht
dat Hij zich van God kon afscheiden. Het Bijbelse verhaal legt de
verantwoordelijkheid bij God. De Cursus zegt dat de Zoon hiervoor responsabel
is.
Het is trouwens niet de enige rechtzetting van de Bijbelse
historie door de Cursus. Verderop in deze uitleg zal je ook zien hoe, door de
arrogantie van het ego, deze verkeerde interpretatie tot stand is gekomen.
De reden dat er over een droom wordt gesproken is omdat,
zoals eerder gezegd, alles wat God geschapen heeft niet veranderd kan worden.
Dat wat God geschapen heeft blijft altijd zoals het is gecreëerd. Dit is iets
wat je steeds in gedachten moet houden. Het is enorm belangrijk en
verduidelijkt ook het principe dat tientallen keren in de Cursus wordt
herhaald, nl. dat ideeën hun bron niet verlaten.
Door deze nietige en dwaze overtuiging denkt de Zoon dat Hij een geest en een wil heeft die onafhankelijk is en afgesplitst is van Zijn Bron.
De Zoon kan zichzelf nu ervaren en waarnemen in relatie tot God en is er sprake van een gespleten geest.
Naar deze tweedelige, deze gespleten geest wordt in de Cursus verwezen als
‘twee stemmen’ waarvan de ene stem die van het ego (angst) is en de andere Stem
(ideeën verlaten hun Bron niet) is de Stem van de Heilige Geest, de Stem dus
namens God.
Wanneer de Cursus het heeft over het ego dan wordt hier naar
verwezen met ‘het’, terwijl wanneer er over de Heilige Geest gesproken wordt er, als het ware, gesproken wordt over een wezen en wordt aangeduid wordt met ‘Hij’.
Morgen gaan we weer een stukje verder met deze andere
versie van het scheppingsverhaal.
In den Beginne was er
de leegte gevuld met oneindig veel mogelijkheden waarvan u er een bent.
(uit de film 'What the bleep do we know')
Wat mij enorm geholpen heeft op mijn spiritueel pad is de
kennis over de metafysica van de afscheiding waarover Een Cursus in Wonderen
het heeft. Door dit te mogen leren werden mij veel dingen duidelijk en werd het
toepassen van vergeving een stuk makkelijker. Ik wist ineens waarvoor ik het
deed en doe.
In de inleiding van Een Cursus in Wonderen staat dat dit een
verplichte cursus is. Hiermee wordt niet bedoeld dat je verplicht deze Cursus moet
doen. Het is echter wel zo dat als je wil los komen van het lijden, het inzicht van
het ontstaan van dit lijden nodig is. Hoe we tot dit inzicht komen maakt niet
uit, maar tot dit inzicht komen is ‘verplicht’ omdat dit inzicht alle
persoonlijke lijden zal doen ophouden.
Een manier om tot dit inzicht te komen wordt ons o.a.
gegeven door Een Cursus in Wonderen. Ik vertel er hier graag meer over. Ik doe
dit gespreid over een aantal dagen, hou deze blog dus in de gaten.
Best mogelijk dat als je dit verhaal leest, je herkenpunten
zult zien met het scheppingsverhaal uit de Bijbel en dan vooral het stuk over
Adam en Eva. Maar anderzijds zal je ook herkenning kunnen vinden in de
‘oerknal’ die volgens de wetenschap het ontstaan gaf aan de wereld met al zijn
universa.
Dat er een overeenkomst te vinden is met het verhaal van
Adam en Eva is niet zo verwonderlijk als je weet dat Een Cursus in Wonderen,
als uitgangsbasis, heel dicht bij het christendom staat. Voor Helen Schucman was het
trouwens overduidelijk dat de stem die zij hoorde de stem van Jezus was. En het
hoeft eigenlijk niet gezegd te worden dat Jezus het grootste symbool is voor
het christendom.
Maar goed, laat ons beginnen bij het begin. En eigenlijk kan
ik begin hier beter met een hoofdletter schrijven omdat er in ‘in den Beginne’
niets anders was dan Geest. Geest die we kennen onder de naam God, maar die je
wat mij betreft ook anders kan noemen omdat het woord God een vrij zware en
verkeerde lading heeft gekregen. Die lading heb ik er kunnen afhalen door God
te vervangen door het woord ‘Liefde’.
In het Begin was er niets anders dan Geest, God, het Al,
Liefde, het Allesomvattende … .
In onze christelijke cultuur is er echter ook sprake van een Zoon van God. God schiep in Zijn Allesomvattendheid een Zoon als een totale verlenging
van Zijn Wezen. Dit kind draagt de naam Christus. God en Zijn Zoon zijn in de Hemel. De Hemel is de plek waar totale eenheid heerst, waar geen
verschil is tussen God en Zijn Zoon. Waar alles volmaakt een is. Die eenheid
kenmerkt de Hemelse toestand. Dit kan je ook terugvinden in hoofdstuk 18 waar staat dat de Hemel een gewaarzijn van volmaakte Eenheid is.
De Hemel waarvan sprake in Een Cursus is Wonderen moet je
zien als een staat van pure non-dualiteit. Er zijn in de Hemel geen twee wezens
die met elkaar in interactie zijn. Om dit te kunnen begrijpen moeten we echter gebruik maken van metaforen.
Het werkboek van de Cursus heeft het in les
132 over: nergens eindigt de Vader en begint de Zoon als iets afzonderlijks van
Hem. Of verder in les 169 waar gezegd wordt dat de Geest van God en de Geest
van Christus volkomen een is.
Vandaag zullen we het hebben over les 133 van het werkboek:
Ik zal geen waarde geven aan wat geen waarde heeft.
In feite zullen we het niet specifiek hebben over deze les, maar meer over het
idee dat ik iets, wat geen waarde heeft, ook geen waarde zal toekennen.
In die les zegt Jezus dat er een belangrijk criterium is die
ons kan helpen om bewust te worden of een onderscheid te maken tussen het
waardeloze en het waardevolle van iets en dat is wanneer het eeuwigdurend is.
En wat eeuwigdurend is, wat natuurlijk God is, is onze realiteit als Christus,
is liefde, is waarheid. Maar dat is niet echt een praktische manier van leven
omdat er in deze wereld niets is dat eeuwig blijft duren. Er is echter wel een
juist gerichte manier van denken waarmee we naar deze wereld kunnen kijken, die
dan de weerspiegeling wordt van de liefde die oneindig en eeuwigdurend is.
Wat dus een waardevolle dagelijkse praktische fundering is,
is door mijn dagelijkse vergevingslessen te oefenen. Door te herkennen dat mijn
gevoelens van boosheid, mijn gevoelens over het feit dat ik niet eerlijk
behandeld wordt, dat deze gevoelens nooit gerechtvaardigd zijn. Dat alle
speciaalheid die ik najaag, het verlangen dat mijn behoeften beantwoord worden,
dat dit allemaal zal falen. Zoals de tekst, bijna op het einde, zegt in het
deel ‘het echte alternatief’: dat alle wegen in deze wereld naar de dood leiden
en daarom is het ook zo dat ik niets wat hier is enige waarde moet verlenen.
Alles is hier waardeloos. Alles wat van het denksysteem van het ego is, is
waardeloos omdat dit mij in een toestand houdt waarin ik afgescheiden ben van
mijn Schepper en Bron. En wat kan er in een dergelijke toestand enige waarde
hebben? Het enige wat waarde heeft is alles wat mij terugleidt naar de
herinnering van wie ik ben en naar de herinnering van de Liefde Die mij
geschapen heeft als Zichzelf zoals in het werkboek wordt gezegd (les 67).
Wat ik dus gedurende mijn dag waarde geef is niet iets goed
of slecht in deze wereld. Wat ik waarde geef is de mogelijkheid dat elke situatie,
elke gelegenheid, elk gebeuren, elke relatie in mijn leven dezelfde waarde
heeft waardoor ik, zoals het werkboek zegt, de les leer dat de wereld die ik
zie niets heeft wat ik verlang.
Wat ik echt wil is de vrede van God en de enige manier waarop
ik die vrede kan bereiken, wat dus wil zeggen de enige manier waarop ik mij kan
herinneren dat ik die vrede ben, is door terug te keren naar mijn denkgeest
zodat ik opnieuw kan kiezen: voor het juist gerichte denksysteem van de Heilige
Geest die het denksysteem van vrede is in plaats van voor het onjuist gerichte
denksysteem van het ego dat staat voor conflict, pijn, lijden en aanval.
Wat mij terugbrengt naar de denkgeest is door de keuze te
maken voor het pad van het wonder. En het wonder in Een Cursus in Wonderen is
het proces dat ons helpt bewust te worden (zoals in het begin van hoofdstuk 21
staat) dat de wereld die ik zie een uiterlijk beeld is van een innerlijke
toestand. Dat wat ik ervaar in relatie tot jou, wie jij ook mag zijn of elke
situatie of aangelegenheid, wat mijn ervaring ook mag zijn, dat dit een
projectie is van wat ik in mijn denkgeest voor waar heb gemaakt.
Wanneer mijn denkgeest gekozen heeft voor het ego en voor
het denksysteem van afscheiding, verschillen en aanval, dan zal alles wat ik in
de wereld ervaar, gezien worden door die lens, wat dus wil zeggen alles waarvan
ik geloof dat verschillend is van iets anders, voor zover het mij iets kan
bieden wat ik verlang, het mij de vreugde, het plezier, de vrede biedt die ik
wil of dit van mij afneemt, wat betekent mij lijden geeft, alles dat buiten mij
is waarvan ik geloof dat het hiertoe in staat is, is waardeloos; het geloof dat
er iets is wat buiten mij is, dat mij plezier of pijn kan geven en dat dit
waarde geeft.
Hoe kan iets wat niet bestaat – en de Cursus zegt ons
herhaaldelijk dat de wereld die voor ons uiterlijk lijkt te zijn niet bestaat –
hoe kan dus iets wat niet bestaat enige waarde hebben? De waarde ligt in het
doel dat wij eraan geven en hierin, zoals Hamlet zegt, hierin ligt het
probleem. Aan het doel dat mijn denkgeest geeft aan wat gebeurt in de wereld:
mijn relaties met mensen, met dieren, met groenten, voeding, voorwerpen,
omstandigheden, waarden, oorzaken, enz. Het is het doel dat mijn denkgeest
onderschrijft die ofwel van waarde is of waardeloos. En wanneer ik ervoor kies
om alles hier in de wereld te zien als een heilige ontmoeting omdat het mij in
staat stelt om Jezus te volgen terwijl het mij leidt van de wereld, van het
uiterlijke beeld naar de innerlijke toestand, die de kracht van mijn denken om
te kiezen is, om ofwel voor hem te kiezen als mijn leraar of voor het ego als
mijn leraar, alles wat mij leidt richting mijn denkgeest, is wat waardevol is.
En door voor die waarde te kiezen, kies ik voor de weerspiegeling van wat
eeuwigdurend is, wat ons opnieuw terugbrengt naar wat les 133 zegt: wat
werkelijk waarde heeft is wat eeuwig duurt, wat onveranderlijk is en wat in
deze wereld onveranderlijk is, zijn alle mogelijkheden die er voor mij zijn om
mijn waarneming, mijn bewustzijn en mijn ervaringen van de wereld terug te
brengen naar mijn denkgeest. Ik ben niet verantwoordelijk voor de wereld om mij
heen. Ik ben verantwoordelijk voor hoe ik de wereld om mij heen waarneem en
wanneer ik, nogmaals, geloof dat er iets is wat buiten mij is dat mij enig
genoegen of lijden kan bezorgen, dan maak ik de vergissing werkelijk en
inherent hieraan is deze wereld waardeloos.
Maar nog eens, wanneer ik alles kan zien als een kans, een
mogelijkheid om mij terug te brengen naar mijn denkgeest zodat ik opnieuw kan
kiezen, dat is wat waarde heeft en dat is de waarde die mij terugbrengt naar de
uiteindelijke waarde die mijn Identiteit als Christus is.
Deze morgen vervolledigen we onze reeks over de formule van
het ego, nl. het ongedaan maken ervan. Dit is deel 3 waarin we bespreken hoe van
deze chaos we los kunnen komen en hoe waterdicht dit denksysteem van het ego,
waarin we getrapt zijn, ook mag zijn, het toch niet waterdicht is voor God
omdat ongeacht wat het ego ons voorliegt er in ieder van ons een juist gericht
denken is. Dat er in ieder van ons een juist gericht denkend leraar is die de
weg kent om ons weg te leiden uit dit moeras.
We herhalen heel snel wat voorafging. De formule van het ego
begint met de angst voor de liefde omdat we bang zijn dat in de aanwezigheid
van die liefde, het persoonlijke zelf, de ‘ik’ waarmee we ons identificeren zal
verdwijnen. En om dit te beschermen duwen we de liefde van ons af, maken we
onze eigen wereld van de speciale liefde en dan, zegt het ego ons, heeft dit
geleid tot zonde. We voelen ons nu schuldig voor deze verschrikkelijke zonde
waarbij we God vertelden dat Zijn Liefde niet voldoende was voor ons. We werden
bang voor de vergelding van God en de enige manier om te ontsnappen aan de
onvermijdelijke straf van God – dat Hij het leven dat wij van Hem gestolen
hebben terugneemt wat onze dood zou betekenen – is door dit alles naar buiten
te projecteren en het probleem buiten ons te zien en niet meer in ons.
Ik ben dus nog steeds bang, maar de reden voor mijn angst is omdat iedereen die
ik buiten mij zie de zondaar is en iedereen zich schuldig moet voelen over
hetgeen ze mij aangedaan hebben of aan diegenen waarmee ik mij identificeer. En
wanneer dit is gebeurd is het handiger te vergeten dat wij dit naar buiten
geprojecteerd hebben. Dit is een heel belangrijk onderdeel in de strategie van
het ego.
Les 136 van het werkboek ‘Ziekte is een verdediging tegen de
waarheid.’ maakt dit in het eerste deel, op de eerste pagina, heel duidelijk.
Ik vergeet dat ik naar buiten projecteer, het enige wat ik weet is wat de
wereld mij heeft aangedaan en dit blijf ik ondersteunen door dit hele systeem
van leugens en verhalen en verhalen en leugens die ik voortdurend blijf maken
waardoor er geen twijfel bestaat dat het de wereld is die mij dit heeft
aangedaan en ik steeds meer getuigen/bewijzen hiervoor heb.
Van zodra we hierin vastzitten en iedereen in de wereld hiermee instemt dan
bestaat er niet langer hoop omdat de feiten dit aantonen en we allemaal deze
feiten kennen. Daarom hebben we een lichaam met zintuigen en met een brein die
al die zintuigelijke gegevens interpreteert om ons aan te tonen dat het inderdaad
de wereld is die ons dit heeft aangedaan.
En in relatie tot wat de wereld is, vat ik dit samen door te
zeggen dat de wereld gelooft dat 2 + 2 = 4. Vraag maar aan gelijk wie in de
wereld of zelfs aan iemand van de lagere school hoeveel 2 + 2 is en men zal
antwoorden ‘4’ omdat wanneer men een ander getal zou noemen dan zouden ze niet
slagen voor de proef. Maar het is echter wel zo dat 2 + 2 enkel in de wereld
van het ego 4 is, enkel in de wereld van tijd en ruimte, enkel in de wereld van
de lichamen.
In de wereld van de denkgeest is 2 + 2 = 5 omdat dit hier geen enkele logische
betekenis heeft. Hier heeft dit geen enkele betekenis en de hele opzet van
Jezus met Een Cursus in Wonderen is om aan te tonen dat er niets in deze wereld
is die enige betekenis heeft. Alles hier is een leugen want, zegt hij, niets is
zo verblindend dan de waarneming van de vorm. Vorm stelt dat er een uiterlijke
wereld is. Er is hier een lichaam waar de wereld zich aan opdringt, er zijn
hier mensen en iedereen in de wereld is het hierover met mij eens. En voor het
lichaam is dit allemaal waar, maar dat is de meest fundamentele leugen van het
ego omdat het lichaam zegt, de 2 + 2 = 4-wereld zegt dat er hier een
afgescheiden wereld is. Er is een afgescheiden ding die ik ‘mij’ noem en
begrensd wordt door dit lichaam, door deze fysieke aanwezigheid en dit bewijst allemaal
dat de afscheiding van God een feit is. Wanneer dit een feit is, is zonde
werkelijk, schuld gerechtvaardigd en de angst voor God iets om voor weg te
vluchten, dit alles wanneer 2 + 2 = 4.
Maar als 2 + 2 = 5 dan zijn we terug in onze denkgeest waar ook Jezus of de
Heilige Geest is en wij ons er bewust van zijn dat dit alles verzonnen is. Dat
is de manier om hieraan te ontsnappen. Dat is de reden waarom het denksysteem
van het ego waterdicht is, maar niet waterdicht voor God. De weg hieruit is door
naar elke uitleg te kijken die de wereld ons geeft over waarom iets gebeurt -
en de meest knappe koppen, door heel onze geschiedenis, zullen ons zeggen
waarom dingen gebeuren - en door hiernaar te kijken en zeggen: ‘in jouw wereld
is dit misschien waar, maar niet in mijn wereld. Mijn wereld is waar Jezus is,
waar de Heilige Geest is, waar de Verzoening is, waar vergeving wordt beoefend.
Mijn wereld is de wereld van de keuzemakende denkgeest die op gelijk welk
ogenblik kan kiezen voor de leugens van afscheiding van het ego of voor de
waarheid van de Verzoening van de Heilige Geest en die zegt dat de afscheiding
nooit is gebeurd.’
Op het praktische niveau nu, zolang ik mij identificeer met
een lichaam kan ik mijn ervaringen als een lichaam niet ontkennen. Jezus zegt
ons zelfs in het begin van de tekst dat dit een uiterst onwaardige vorm van
ontkennen is. Ik ontken niet wat ik omschrijf als mijn fysieke of mijn
emotionele problemen. Ik ontken niet de efficiënte werking van wat de Cursus magie
noemt; alles wat mij helpt om het lijden van mijn fysieke of emotionele
problemen te verzachten, maar ik hoef dit niet langer te geloven. Dat is de
uitdaging wanneer we werken met Een Cursus in Wonderen en we de reis samen
maken met Jezus, onze weg de ladder op. Dat we tegelijkertijd, wanneer we leren
dat de wereld niet datgene is wat we denken, dat dit een wereld is van
huichelarij en leugens, ons niet gevraagd wordt om dit te ontkennen, maar we
beginnen met onszelf los te maken van ons fysieke en psychische zelf en
beginnen te zeggen dat dit niet werkelijk is wie ik ben.
Wanneer ik dus een pilletje neem om mij te helpen bij een
probleem en het maakt niet uit of je nu gekozen hebt voor de reguliere
geneeswijze, voor een alternatief middel of voor niets, wat je ook maar doet om
het ongemak te verzachten, hierbij te begrijpen dat dit iets is van de valstrik
van het ego. Je erkent en respecteert nog steeds het feit dat je zo bang bent
voor de liefde en voor de keuze om een lichaam te zijn, maar je doet dit nu,
zoals de Cursus dit in het begin vernoemd, door gebruik te maken van enerzijds
deze compromitterende aanpak van magie samen met het wonder. Terwijl je zorg
draagt voor je lichaam ben jij je er tevens bewust van dat de oorzaak ervan niet
hier is, de oorzaak ligt in de denkgeest, waar het wonder ons heen brengt.
De manier dus om de formule van het ego ongedaan te maken is
door te beginnen om elke leugen in vraag te stellen, elk verhaal, elke uitleg
die je geeft of die de wereld jou gegeven heeft over de reden waarom je hier
bent, over het waarom van de manier hier te zijn, waarom je lijdt en ongemak
ervaart, waarom je geluk en plezier ervaart. En hier gewoon naar kijken en
zeggen: ik hoef dit niet langer te pikken. Het ego liegt tegenover mij en het
is enkel de Heilige Geest of Jezus die mij de waarheid vertellen. Het is in die
waarheid dat we leven om het pad van het wonder te nemen dat ons wegleidt van
de wereld van de leugens, van de 2 + 2 = 4 wereld naar de wereld van de
waarheid, waar 2 + 2 = 5. Dat wij een keuzemakende denkgeest zijn en dat alle
macht om te kiezen voor Hemel en aarde in ons ligt. Het ligt in dit
keuzemakende deel van onze denkgeest die kan kiezen voor ofwel de leugens van
het ego of voor de waarheid van de Heilige Geest. En keer op keer zegt Jezus
ons in de Cursus ‘Kies opnieuw!’ en dat is natuurlijk de uiteindelijke
boodschap. Kies opnieuw! Het is in die keuze dat je de vrede van God zult
vinden.