vrijdag 6 juli 2018

Les 47 - God is de kracht waarop ik vertrouw. – deel 2


4:1) Vandaag zullen we proberen aan je eigen zwakheid voorbij te gaan om naar de Bron van werkelijke kracht te reiken.

Dit herinnert ons aan les 44 waar Jezus ons leert terug te keren naar de denkgeest om er voorbij de illusies van het ego te reiken naar de waarheid van de Heilige Geest.

(4:2-5) Er zijn vandaag vier oefenperioden van vijf minuten nodig en langer en vaker dan dat is sterk aan te raden. Sluit je ogen en begin zoals gewoonlijk met de herhaling van het idee van deze dag. Neem dan een minuut of twee om naar situaties in je leven te zoeken die jij met angst beladen hebt en zet ze een voor een van je af door tegen jezelf te zeggen:

God is de kracht waarop ik vertrouw.

De manier om onze werkelijke kracht te bereiken is door voorbij te gaan aan onze zwakheid door ons bewust te worden van onze egogedachten. Daarom wordt er in de lessen zo’n nadruk gelegd op het gedachtenonderzoek. We kunnen niet voorbijgaan aan de duisternis wanneer we ons niet eerst realiseert dat er duisternis is. We moeten kijken naar onze investering in het hebben van een ego om dan deze investering in zwakheid te brengen naar de kracht van God in ons.

(5) Probeer nu aan alle zorgen die verband houden met je eigen gevoel van ontoereikendheid te ontsnappen. Het is duidelijk dat elke situatie die jou zorgen baart, gepaard gaat met gevoelens van ontoereikendheid, want anders zou je geloven dat je de situatie met succes het hoofd kon bieden. Niet door op jezelf te vertrouwen zul je vertrouwen krijgen. Maar de kracht van God in jou slaagt in alles.

Steeds opnieuw vraagt Jezus om ons af te wenden van de zwakheid en ontoereikendheid van het denksysteem van het ego naar de kracht van God. In de tekst wordt dit zo omschreven:

Neem nu ontslag als je eigen leraar. … want je werd slecht onderwezen. (T. 12. V. 8:3 – T. 28. I. 7:1)

(6) De erkenning van je eigen zwakheid is een noodzakelijke stap in de correctie van je vergissingen, maar het is beslist onvoldoende om jou het vertrouwen te geven dat jij nodig hebt en dat jou toekomt. Je moet je er ook bewust van worden dat vertrouwen in je werkelijke kracht in elk opzicht en in alle omstandigheden volkomen gerechtvaardigd is.

De structuur hier is typerend voor veel delen in de tekst: eerst krijg je de beschrijving van de ego-zijde met daaropvolgend het antwoord van de Heilige Geest. Doorheen Een Cursus in Wonderen zegt Jezus ons in niet mis te verstane woorden hoe belangrijk het is dat we naar ons ego kijken. Hier zegt hij ons dat we naar onze zwakheid, die afkomstig is van onze identificatie met het ego, moeten kijken. Ook leert hij ons dat er een aanwezigheid van liefde, kracht en waarheid in ons is die de basis moet vormen voor ons waarneming. We worden ons bewust dat de manier om ons met de waarheid te identificeren en werkelijk geluk en vrede te vinden is door naar onze schaduwzijde te kijken maar vanuit die waarheid, met Jezus of de Heilige Geest naast ons.
Herinner je dat prachtig stuk in de tekst die hier volledig wordt aangehaald:

Niemand kan ontsnappen aan illusies tenzij hij ernaar kijkt, want door er niet naar te kijken worden ze beschermd. Het is niet nodig voor illusies terug te deinzen, want ze kunnen niet gevaarlijk zijn. We zijn klaar om het denksysteem van het ego nader te bekijken, want samen hebben we de lamp die het zal verdrijven en aangezien je beseft dat jij het niet wilt, moet je wel klaar zijn. Laten we heel rustig zijn wanneer we dit doen, want we zoeken slechts eerlijk naar de waarheid. De ‘dynamiek’ van het ego zal een tijd onze les zijn, want we moeten hier eerst naar kijken om erdoorheen te kunnen zien, aangezien jij het werkelijkheid hebt verleend. We zullen deze dwaling samen in stilte ongedaan maken en vervolgens naar de waarheid kijken die erachter ligt. Wat is genezing anders dan het wegnemen van al wat kennis in de weg staat? En hoe kan men illusies anders verdrijven dan door ze direct onder ogen te zien, zonder ze in bescherming te nemen? Wees dan ook niet bang, want waar je naar zult kijken is de bron van angst en jij begint juist te leren dat angst niet werkelijk is. … Wees dus niet bang om naar angst te kijken, want die kan niet worden gezien. Helderheid maakt per definitie verwarring ongedaan en met licht naar de duisternis kijken lost haar onvermijdelijk op. (T. 11. V. 1:1-2:3, 8-9)

We hebben dus de waarheid in ons en de instructies voor de reis terug naar deze waarheid, met andere woorden kijken naar de zwakheid van het ego.
Naar het ego kijken is niet voldoende wanneer je je er niet aan voorbij gaat naar de kracht van Christus. Deze gedachte is vergelijkbaar met een passage in de tekst waar staat dat genezen gaat over de denkgeest en niet over het lichaam:

Maar de halve les zal niet de hele onderwijzen. Het wonder is nutteloos als je alleen maar leert dat het lichaam kan worden genezen, want dat is niet de les ter onderwijzing waarvan het gezonden werd. De les is: de denkgeest was ziek die dacht dat het lichaam ziek kon zijn; het naar buiten projecteren van zijn schuld veroorzaakte niets en had geen gevolgen. (T. 28. II. 11:5-7)

Dus ‘het ego loslaten’ betekent niets wanneer men zich niet tegelijkertijd identificeert met de zachtaardige, verdedigingsloze en liefdevolle kracht van Christus die inherent is aan de herinnering van de Eenheid van de Zoon van God.

(7) Probeer in de laatste fase van de oefenperiode diep in je denkgeest een plek van ware veiligheid te bereiken. Je zult weten dat je die hebt bereikt als je een gevoel van diepe vrede ervaart, hoe kort ook. Laat alle onbenulligheden los die aan de oppervlakte van je denkgeest borrelen en kolken en reik in de diepte daaronder naar het Koninkrijk der Hemelen. Er is een plaats in jou waar volmaakte vrede heerst. Er is een plaats in jou waar niets onmogelijk is. Er is een plaats in jou waar de kracht van God verblijft.

We laten alle triviale dingen die in onze denkgeest roeren en opspringen los – onze gedachten van speciaalheid – door ze naar Jezus of de Heilige Geest te brengen en ze niet langer ter verdediging vasthouden. Met andere woorden we willen niet langer dat zij het doel van het behoud en de bescherming van ons afgescheiden zelf dienen.

(8) Herhaal het idee deze dag vaak. Gebruik het als jouw antwoord op elke verstoring. Onthoud dat vrede jouw recht is, omdat je de kracht van God jouw vertrouwen schenkt.

En zo komen we terug op dit centrale thema van de eerdere lessen: de noodzaak om voortdurend te oefenen door onze verwarring naar Jezus te brengen. Te vertrouwen op zijn kracht in plaats van op de povere zwakke vervanging van het ego.


woensdag 4 juli 2018

Les 47 - God is de kracht waarop ik vertrouw. – deel 1


Dit leidt een nieuw belangrijk deel in dat in de tekst een centrale plek inneemt: het contrast tussen enerzijds onze zwakheid en anderzijds onze Christuskracht of tussen de illusoire kracht van het ego en de echte kracht van de Heilige Geest. Bijna op het eind van de tekst lezen we:

Je kiest altijd tussen jouw zwakheid en de kracht van Christus in jou. En wat je kiest is wat je voor werkelijk houdt. Door zwakheid eenvoudig nooit als leidraad voor je handelingen te gebruiken, heb je haar geen kracht gegeven. En het licht van Christus in jou heeft de leiding gekregen over alles wat jij doet. Want jij hebt je zwakheid naar Hem gebracht en Hij heeft jou Zijn kracht daarvoor in de plaats gegeven. (T. 31. VIII. 2:3-7)

Deze les leidt - heel subtiel - het thema in over speciale relaties. Speciale relaties waarbij een vertrouwen geplaatst wordt in iets of iemand buiten ons die onze angst zal verlichten of die ons een beter gevoel geeft.

(1:1) Als jij op je eigen kracht vertrouwt, heb je alle reden om ongerust, bezorgd en bang te zijn.

Op onze eigen kracht vertrouwen betekent dat we het egodenksysteem werkelijk gemaakt hebben. Door dit te doen ontstaat er een schuldgevoel die we door de ondraaglijkheid ervan projecteren met een onvermijdelijke angst voor een straf waarvan we geloven dat ook die van buiten ons zal komen. We vergeten hierbij dat dit gevoel voor straf een uitdrukking is van de schuld die we in onze denkgeest voelen. Let er trouwens eens op hoe vaak de dynamiek van de projectie in deze lessen wordt besproken.

(1:2-4) Wat kun jij voorspellen of beheersen? Wat is er in jou waarop jij rekenen kunt? Wat kan jou het vermogen verschaffen je van alle facetten van een probleem bewust te zijn en ze zo op te lossen dat er alleen iets goeds van komen kan?

Deze gedachte wordt uitgebreider besproken in de tekst en in het handboek: de Heilige Geest, niet wijzelf, is de Enige die op de juiste manier kan oordelen. We lezen bijvoorbeeld:

Het is noodzakelijk dat de leraar van God beseft, niet dat hij niet mag oordelen, maar dat hij dat niet kan. (HvL. 10.2:1)

Wat ons leerplan beoogt, in tegenstelling tot het doel van al het leren in de wereld, is het inzicht dat oordelen in de gebruikelijke zin onmogelijk is. (HvL. 10.3:1)

Om iets correct te beoordelen, moet men zich ten volle bewust zijn van een onvoorstelbaar breed scala van zaken: uit verleden, heden en toekomst. Men zou van tevoren alle gevolgen van zijn oordelen moeten overzien ten aanzien van alles en iedereen daarbij op een of andere manier betrokken. En men zou er zeker van moeten zijn dat zijn waarneming niet vervormd is, zodat zijn oordeel volkomen rechtvaardig kan zijn tegenover ieder op wie dat nu en in de toekomst rust. Wie is in de positie dat te doen? Wie zou dit van zichzelf durven beweren, behalve in groteske fantasieën? (HvL. 10.3:3-7)

Vel dan nog één laatste oordeel. En wel het volgende: er is Iemand bij jou wiens oordeel volmaakt is. Hij kent alle feiten: uit verleden, heden en toekomst. Hij kent wel alle gevolgen van Zijn oordeel op alles en iedereen daarbij op een of andere manier betrokken. En Hij is volkomen rechtvaardig tegenover iedereen, want Zijn waarneming is niet vervormd. (HvL. 10.4:6-10)

Het is de arrogantie van ons ego die ons laten geloven dat het mogelijk is dat wij de ware aard van ons probleem en de oplossing ervan kunnen begrijpen. Deze arrogantie heeft door de eeuwen heen bewezen dat geen enkel probleem of dat nu individueel is of collectief ooit echt is opgelost. Dag in dag uit, jaar in jaar uit, eeuw in eeuw uit herbeleven we dezelfde pijnlijke ervaringen telkens opnieuw en opnieuw zonder dat de ellende van het afgescheiden zijn ophoudt.

Elke dag, en iedere minuut van elke dag, en elk ogenblik dat iedere minuut bevat, herbeleef je slechts het ene ogenblik waarop de tijd van verschrikking de plaats van de liefde innam. (T. 26. V. 13:1)

(1:5) Wat is er in jou dat jou de juiste oplossing als zodanig doet herkennen en jou de garantie geeft dat die zal worden bereikt?

Dat is zeker niet ons onjuist-gerichte zelf maar wel ons juist-gericht zelf wanneer we ons met Jezus of de Heilige Geest identificeren.

(2) Vanuit jezelf kun je niets van dit alles. Geloven dat je dit wel kunt, is je vertrouwen schenken waar vertrouwen ongegrond is en angst, verontrusting, depressiviteit, kwaadheid en verdriet rechtvaardigen. Wie kan zijn vertrouwen stellen in zwakheid en zich veilig voelen? Maar wie kan zijn vertrouwen stellen in kracht en zich zwak voelen?

We zijn bang, angstig, depressief, boos en verdrietig, maar zijn er ons niet van bewust dat de oorsprong van deze gedachten en gevoelens onze beslissing is om de leraar van zwakte te vertrouwen in plaats van de leraar van kracht en liefde.

(3) God is je veiligheid in elke omstandigheid. Zijn Stem spreekt namens Hem in alle situaties en in elk aspect van alle situaties, en zegt je precies wat jou te doen staat om een beroep te doen op Zijn bescherming en Zijn kracht. Er zijn geen uitzonderingen, want God kent geen uitzonderingen. En de Stem die namens Hem spreekt, denkt zoals Hij.

Passages zoals deze, en hiervan zijn er in het werkboek heel veel, lijken te zeggen dat de Heilige Geest bij je is om je precies te vertellen wat je moet doen. In zekere zin is dit waar, maar de focus ligt niet zozeer op wat je doet. Jezus benadrukt hier eerder hoe je ‘denkt’ over wat je doet. Wanneer jij je bij de Liefde van de Heilige Geest wil voegen, wanneer je voor Zijn Liefde kiest, wat wil zeggen dat je de blokkade die jou afgescheiden van Hem houdt, hebt losgelaten en dat alles wat je doet en zegt voortkomt uit liefde. Dat is de betekenis van door de Heilige Geest geleid worden en niet dat Hij je exact zegt wat je wel of niet moet doen. Wanneer jouw denken op dezelfde lijn ligt als Zijn Denken dan moet alles wat uit dat denken voortkomt van Hem zijn. Wanneer er vereniging is met de Heilige Geest zal alles wat we doen een uitdrukking van liefde zijn.
Om bij haar neiging tot corrigeren te vragen voor specifieke woorden die zij tegen een persoon die in de problemen zit zou moeten zeggen kreeg Helen deze persoonlijke boodschap:

Onthoud dat je niets nodig hebt, maar dat je een eindeloze voorraad liefdevolle geschenken te geven hebt. Maar onderwijs deze les aan jezelf. Je broeder zal die niet leren door jouw woorden of door de oordelen die jij over hem hebt geveld. Je hoeft zelfs geen woord tot hem te spreken. Je kunt niet vragen: ‘Wat zal ik hem zeggen?’ en Gods antwoord horen. Vraag in plaats daarvan: ‘Help me deze broeder te zien door de ogen van de waarheid en niet door de ogen van het oordeel’ en de hulp van God en al Zijn engelen zal het antwoord zijn. (Een leven, geen geluk, het ontstaan van Een Cursus in Wonderen. Een biografie van Helen Schucman - blz. 418)

(wordt vervolgd)

vrijdag 29 juni 2018

Les 46 - God is de Liefde waarin ik vergeef.


Voor het eerst in de lessenreeks zien we een belangrijke bespreking over vergeving.

(1:1-3) God vergeeft niet omdat Hij nooit veroordeeld heeft. En er moet veroordeling zijn voordat vergeving nodig is. Vergeving is de grote noodzaak van deze wereld, maar dat komt omdat ze een wereld van illusies is.

Zoals we later zullen zien houdt Jezus zoveel van deze eerste zin dat hij ze woordelijk opnieuw gebruikt in de herhalingsles. Vergeving heeft in de Hemel geen plaats, maar enkel in de droom die begonnen is met de veroordelende gedachte van zonde en zal eindigen met het ongedaan maken ervan door vergeving, de weerspiegeling van de Liefde. Er moet eerst veroordeling zijn voor er vergeving nodig is, wat van vergeving een illusie maakt omdat vergeving corrigeert wat nooit heeft plaatsgevonden. Gezien God de illusie niet erkent (omdat Hij dat niet kan), kan Hij de illusie ook niet corrigeren. In de Hemel is er geen behoefte aan.

(1:4-5) Zij die vergeven, bevrijden zichzelf zo van illusies, terwijl zij die nalaten te vergeven, zich daaraan binden. Zoals jij alleen jezelf veroordeelt, zo vergeef jij ook alleen jezelf.
Jezus maakt hier duidelijk dat vergeving niets te maken heeft met wie of wat dan ook waarvan we denken dat dit buiten ons is. Het doet zich voor in het kader van een relatie die we werkelijk gemaakt hebben, maar waarvan we moeten herkennen dat wat we vergeven een projectie is van een schuld die we zelf niet willen, om nog maar niet te spreken van onze verantwoordelijkheid voor de pijnlijke situatie. De lessen 196, 197 en 198 gaan dieper in op dit essentiële feit, zoals hun titels al suggereren:

Ik kan alleen mijzelf maar kruisigen. (196)
Ik kan alleen maar mijn eigen dankbaarheid oogsten. (197)
Alleen mijn veroordeling verwondt me. (198)

(2:1) Maar alhoewel God niet vergeeft, is Zijn Liefde toch de basis voor vergeving.

Vergeving is een dus een juist-gerichte gedachte die de werkelijke gedachte van liefde in onze Christusdenkgeest weerspiegeld.

(2:2-3) Angst veroordeelt en liefde vergeeft. Vergeving maakt zodoende ongedaan wat door angst is voortgebracht en laat de denkgeest terugkeren tot het gewaarzijn van God.
Het juiste denken of vergeving maken het onjuiste denken van angst en haat ongedaan. Wanneer het juiste denken het onjuiste denken ongedaan maakt dan zullen beide verdwijnen. Wat overblijft is het gewaarzijn van God. Ik leg er nog eens de nadruk op dat Een Cursus in Wonderen geen onderricht is over de waarheid, maar een lering in het ongedaan maken van de blokkades van de waarheid, een proces de herinnering aan God in onze slapende denkgeesten toelaat door te dringen en ons uiteindelijk doet ontwaken uit de nachtmerrie van het ego van een wereld van schuld en angst.

(2:4-5) Hierom kan vergeving werkelijk verlossing worden genoemd. Het is het middel waardoor illusies verdwijnen.

Verlossing is in Een Cursus in Wonderen de correctie voor ons geloof in zonde door middel van vergeving. Het is het veranderen van de denkgeest van de illusie van afscheiding naar de waarheid van de Verzoening.

(3) De oefeningen van vandaag vragen minstens drie oefenperioden van een volle vijf minuten, en zo veel mogelijk korte toepassingen. Begin de langere oefenperioden zoals gewoonlijk door het idee van vandaag bij jezelf te herhalen. Sluit hierbij je ogen en gebruik een minuut of twee om je denkgeest af te zoeken op mensen die jij niet vergeven hebt. Het doet er niet toe ‘hoezeer’ je hen niet hebt vergeven. Je hebt hen helemaal vergeven of helemaal niet.

Dit is een uitdrukking binnen de droom over het alles-of-niets idee. In onze ervaring vergeven we niet totaal, we vergeven een klein beetje hier en een klein beetje daar, we vergeven de ene persoon, maar de andere niet. Deze passage zegt ons nochtans dat wanneer we op die manier vergeven we er nog niet klaar mee zijn. Vergeving moet totaal zijn, ander is ze niet werkelijk. Dit alles-of niets idee heeft een vergelijkbare uitdrukking in de volgende uitspraak over Een Cursus in Wonderen zelf: ‘Deze cursus wordt in zijn geheel geloofd of helemaal niet.’ (T. 22. II. 7:4)

(4) Als je de oefeningen goed doet, zal het jou niet moeilijk vallen een aantal mensen te vinden die je niet vergeven hebt. Je mag er gerust van uitgaan dat iedereen die je niet mag, een geschikt onderwerp vormt. Noem ieder bij naam en zeg:
God is de Liefde waarin ik jou, [naam], vergeef.

Dit is de eerste van verschillende oefeningen waarin Jezus ons vraagt ons te identificeren met mensen waar we de keuze gemaakt hebben ze niet te vergeven. Later zullen we gevraagd worden om deze categorie uit te breiden en hen waarvan we geloven dat we van houden ook in te sluiten. Een belangrijk onderricht in de tekst is dat speciale liefde en speciale haat hetzelfde zijn, slechts verschillend in de vorm maar uit dezelfde basisinhoud van de afscheiding. We moeten dus iedereen vergeven omdat iedereen – vriend of vijand – als afgescheiden van onszelf wordt waargenomen.

(5:1) De bedoeling van de eerste fase van de oefenperioden vandaag is jou in staat te stellen jezelf te vergeven.

Alles waar deze Cursus om draait is om ‘jezelf vergeven’. Ik denk dat ik iemand buiten mij vergeef, maar in werkelijkheid vergeef ik mezelf. Het is onnodig te zeggen dat deze gedachte het centrale thema is van Een Cursus in Wonderen. Het weerspiegelt de dynamiek van de projectie waarin we de schuld die we niet binnen onszelf kunnen accepteren in anderen buiten ons zoeken. En eens we de schuld hebben geprojecteerd zijn we ons niet langer gewaar van de aanhoudende aanwezigheid ervan in onze denkgeest en die in alle opzichten onder de dubbele bescherming voor vergetelheid is vergeten. (Wd1. 136. 5:2) – het geloof van schuld in onszelf (het denken) en in anderen (het lichaam). Enkel door het erkennen van de niet vergevingsgezindheid van een ander kunnen we geleid worden naar de niet-vergevingsgezindheid van onszelf en voorbij dat naar de Verzoening die ons terugbrengt naar de Liefde die we nooit verlaten hebben. De volgende regels vertegenwoordigen een variatie aan uitspraken die een suggestie vormen voor ons oefenen gedurende de dag.

(5:2  - 6:7) Nadat je het idee hebt toegepast op al degenen die in je denkgeest zijn opgekomen, zeg je tegen jezelf:
God is de Liefde waarin ik mezelf vergeef.
Besteed dan de rest van de oefenperiode eraan om verwante ideeën toe te voegen, zoals:
God is de Liefde waarmee ik mezelf liefheb.
God is de Liefde waarin ik gezegend ben.
De vorm van de toepassing kan aanmerkelijk variëren, maar het centrale idee moet niet uit het oog worden verloren. Je zou bijvoorbeeld kunnen zeggen:
Ik kan niet schuldig zijn, want ik ben een Zoon van God.
Ik ben reeds vergeven.
Angst is onmogelijk in een denkgeest die door God wordt bemind.
Het is niet nodig aan te vallen, want liefde heeft mij vergeven.
De oefenperiode dient echter te eindigen met de herhaling van het idee van vandaag zoals dat oorspronkelijk is gegeven.

Wanneer we deze oefeningen correct uitvoeren zullen we in toenemende mate in staat zijn nota te nemen van onze egogedachten van afscheiding en speciaalheid en deze snel naar de liefde te brengen die het Zoonschap als een omhelst en die tegelijkertijd onze gedachten van schuld, angst en aanval ongedaan maakt. Dit wordt in de laatste alinea van deze les herhaald waar Jezus opnieuw de nadruk legt om het idee van de dag, net zoals de variaties erop, te gebruiken telkens we geneigd zijn om voor het ego in plaats van voor de Heilige Geest te kiezen.

(7) De korte oefenperioden kunnen ofwel bestaan uit een herhaling van het idee voor vandaag in zijn oorspronkelijke of in een verwante vorm, al naargelang je voorkeur. Zorg er echter voor dat je het meer specifiek toepast, mocht dat nodig zijn. En dat zal nodig zijn op elk moment van de dag waarop jij je bewust wordt van enigerlei negatieve reactie op iemand, al dan niet aanwezig. Zeg hem in dat geval in stilte:
God is de Liefde waarin ik jou vergeef.

Jezus vraagt ons hier opnieuw om ons bewust te zijn van welke negatieve reactie dan ook, groot of klein en deze reacties dan naar de lesgedachte van de dag te brengen. Dit proces vraagt grote waakzaamheid en ijver. Ik herinner me nu de bekende grap: een verdwaalde New Yorker vraagt iemand hoe hij de Carnegie Hall kan bereiken, een legendarisch concert auditorium. De ander antwoord: oefenen, oefenen, oefenen.

woensdag 27 juni 2018

Les 45 – God is de Denkgeest waarmee ik denk. – deel 3


(8:1-4) Op deze Grondslag nu zijn de oefeningen voor vandaag gericht. Hier is jouw denkgeest verenigd met de Denkgeest van God. Hier zijn jouw gedachten een met de Zijne. Voor dit soort oefening is maar één ding nodig: benader het zoals je een altaar benaderen zou dat in de Hemel aan God de Vader en God de Zoon is gewijd.

Jezus dringt erop aan om deze lessen serieus te nemen en blijft ons eraan herinneren waarom we ze doen. Wanneer we ze niet toepassen nemen we ze echter niet au serieux. Daarom is waakzaamheid belangrijk. In de tekst legt Jezus uit dat een altaar een toewijding is:

Zowel Hemel als aarde zijn in jou, omdat de roep van beide in je denkgeest aanwezig is. De Stem namens God komt vanuit je eigen altaar voor Hem. Zo’n altaar is geen ding, het is een toewijding. Maar je kent nu ook andere toewijdingen. Jouw verdeelde toewijding heeft je de twee stemmen bezorgd en jij moet kiezen aan welk altaar je dienen wilt. Welke roep je nu beantwoordt is een waardeoordeel, omdat het een beslissing is. De beslissing is uiterst eenvoudig. Ze wordt genomen op grond van welke roep voor jou de meeste waarde heeft. (T. 5. II. 8:5-12)

En zo krijgen we de opdracht te herkennen welke roep voor ons de belangrijkste is.  Het is ons oefenen en onze waakzaamheid dat wat we werkelijk willen zal versterken.

(8:5-7) Want zodanig is de plaats die jij probeert te bereiken. Je zult waarschijnlijk nog niet in staat zijn te beseffen hoe hoog jij tracht te reiken. Maar zelfs met het kleine beetje inzicht dat je al verworven hebt, zou je in staat moeten zijn jezelf voor te houden dat dit geen loos spel is, maar een oefening in heiligheid en een poging het Koninkrijk der Hemelen te bereiken.

We worden eens te meer gevraagd ons het belang van deze lessen te herinneren. Ze zijn de praktische en specifieke toepassingen van de principes in de tekst. De oprechtheid in ons verlangen om terug naar huis te gaan zal weerspiegeld worden in de verbinding die we aangaan met het onophoudelijk oefenen. Dus zegt Jezus in de eerste zin van de negende alinea:

(9:1) Probeer in de korte oefenperioden vandaag te onthouden hoe belangrijk het voor jou is om de heiligheid te begrijpen van de denkgeest die denkt met God.

Door dit voortdurend te benadrukken zou het belang van deze lessen duidelijk moeten zijn. We zullen verderop zien hoe dit belang wordt gemeten aan de hand van onze bereidwilligheid afstand te nemen van onze investering in onze speciaalheid.
De les eindigt met dit laatste pleidooi van Jezus om niet langer voor onze ego-gedachten te kiezen, maar voor de herinneringen aan de Gedachten die we delen met God:

(9:2-4) Neem een minuut of twee, wanneer je vandaag het idee herhaalt, om de heiligheid van jouw denkgeest te waarderen. Neem afstand, al is het nog zo kort, van alle gedachten die Hem wiens gastheer jij bent, onwaardig zijn. En dank Hem voor de Gedachten die Hij met jou denkt.

Dankbaarheid is een belangrijk thema in Een Cursus in Wonderen en een waar we dikwijls zullen naar terugkeren. De kern van deze dankbaarheid is dat God nooit opgehouden heeft te zijn Wie Hij is, ondanks al onze waanzinnige pogingen om Hem te veranderen.

maandag 25 juni 2018

Les 45 – God is de Denkgeest waarmee ik denk. – deel 2


(4:1-2) Onze drie oefenperioden voor vandaag, elk van vijf minuten, zullen dezelfde algemene vorm hebben die we bij de toepassing van het idee van gisteren hebben gebruikt. We zullen ernaar streven het onwerkelijke achter ons te laten en te zoeken naar het werkelijke.

We vinden de waarheid (het werkelijke) door eerst de illusie te vinden (het onwerkelijke) en het dan los te laten.

(4:3-6) We zullen de wereld afwijzen ten gunste van de waarheid. We zullen ons niet door de gedachten van de wereld laten tegenhouden. We zullen ons niet door de overtuigingen van de wereld laten vertellen dat het onmogelijk is wat God van ons wil. We zullen in plaats daarvan proberen in te zien dat alleen wat God van ons wil mogelijk is.

De manier waarop we de waarheid en wat werkelijk is zoeken is door het onwerkelijke te ontkennen door samen met Jezus naar onze onwerkelijke gedachten te kijken. Wanneer we met hem naar onze oordelen, haat en schuld kijken dan kunnen ze verdwijnen en blijft enkel de waarheid achter. Het is het proces van kijken dat naar genezing leidt. Door niet te kijken naar onze schuld houden we de schuld intact. Dat is immers de functie van de wereld en het lichaam: ons weghouden van het naar binnen kijken. Wanneer we daarom zonder schuld of oordeel naar onze beslissing om schuldig te zijn kijken wordt dit ongedaan gemaakt en wordt de stof van een stevige granieten muur – zwaar, ondoorzichtig en ondoordringbaar – omgevormd tot een breekbare sluier die geen kracht bezit om het licht tegen te houden (T. 18. IX. 5:2-4).

(5) We zullen ook proberen te begrijpen dat wij alleen datgene willen doen wat God van ons wil. En we zullen ook proberen ons eraan te herinneren dat we niet kunnen falen in de uitvoering van wat Hij van ons wil. Er is alle reden vertrouwen te hebben dat we vandaag zullen slagen. Het is de Wil van God.

Jezus herinnert ons hier aan het doel van het bestuderen van het werkboek en zijn cursus en doet opnieuw een oproep voor een juist-gerichte motivatie: dat we zijn lessen willen leren omdat wij ons beter zullen voelen.

(6) Begin de oefeningen voor vandaag door het idee bij jezelf te herhalen, terwijl je daarbij je ogen sluit. Neem dan een vrij korte tijd om een paar toepasselijke gedachten van jezelf erbij te denken, terwijl je het idee in je aandacht vasthoudt. Nadat je zo’n vier of vijf gedachten van jezelf aan het idee hebt toegevoegd, herhaal je het nogmaals en zeg je rustig tegen jezelf:

Mijn werkelijke gedachten zijn in mijn denkgeest. Ik wil ze graag vinden.

Probeer dan aan alle onwerkelijke gedachten die de waarheid in jouw denkgeest bedekken voorbij te gaan en het eeuwige te bereiken.

De weg waardoor we het eeuwige zullen bereiken is via de onwerkelijke gedachten die we naar de werkelijke gedachten van de Heilige Geest brengen. We zullen God vinden door doorheen het egodenksysteem te gaan dat begint met de ervaring van onszelf als lichaam. Vervolgens zullen we ons realiseren dat het lichaam een projectie is van de onwerkelijke gedachten van de denkgeest van afscheiding, speciaalheid en schuld en dit brengt ons naar de werkelijke gedachten van de Heilige Geest om dan te verdwijnen en enkel de waarheid achter te laten. Dit proces om door het onwerkelijke naar het werkelijke te gaan – de essentie van vergeving – is zeer krachtig omschreven in de volgende passage in de tekst dat spreekt over onze reis door de ‘cirkel van angst’ naar God, met de Heilige Geest als onze reisgenoot en onze gids:

Maar God kan jou daar wel brengen als je bereid bent de Heilige Geest door schijnbare verschrikking heen te volgen en erop vertrouwt dat Hij je niet in de steek laat en jou daar achterlaat. Want het is niet Zijn bedoeling – maar alleen de jouwe – om jou angst aan te jagen. Jij komt ernstig in de verleiding Hem bij de buitenste kring van de angst in de steek te laten, maar Hij wil je er veilig doorheen en ver aan voorbij leiden. (T. 18. IX. 3:7-9)

(7:1) Onder al de zinloze gedachten en dwaze ideeën waarmee jij je denkgeest hebt volgestouwd, gaan de gedachten schuil die jij in den beginne met God hebt gedacht.

En ook al zijn we ons niet bewust van deze gedachten, ze blijven niettemin ‘veilig bewaard’ in ons juist-gericht denken tot het moment dat we er voor kiezen en alleen voor hen kiezen. Jezus maakt dezelfde stelling in dit bewogen deel vroeg in de tekst:

Hoe kun jij die zo heilig bent lijden? Heel je verleden is verdwenen op zijn schoonheid na, en niets blijft er over dan een zegen. Ik heb al je vriendelijkheden en elke liefdevolle gedachte die je ooit had, bewaard. Ik heb ze gezuiverd van de vergissingen die hun licht verborgen hielden, en ze voor jou in hun eigen volmaakte fonkeling behouden. Ze liggen buiten het bereik van vernietiging en schuld. Ze waren afkomstig van de Heilige Geest in jou, en we weten dat wat God schept eeuwig is. Jij kunt alleszins in vrede je weg gaan omdat ik jou heb liefgehad zoals ik mijzelf liefhad. Jij gaat met mijn zegen en omwille van mijn zegen. Bewaar die en deel die, opdat hij altijd de onze mag zijn. Ik leg de vrede van God in je hart en in je handen, om te bewaren en te delen. Het hart is zuiver om die te bewaren, en de handen zijn sterk om die te geven. We kunnen niet verliezen. Mijn oordeel is even sterk als de wijsheid van God, in Wiens Hart en Handen wij ons bestaan hebben. Zijn vredige kinderen zijn Zijn gezegende Zonen. De Gedachten van God zijn met jou. (T. 5. IV.8)

(7:2-4) Ze huizen ook nu nog in je denkgeest, volkomen onveranderd. Ze zullen altijd in je denkgeest zijn, precies zoals ze dat altijd waren. Alles wat je sindsdien gedacht hebt zal veranderen, maar de Grondslag waarop het rust is volkomen onveranderlijk.

Deze gedachten die een weerspiegeling zijn van de Liefde van God zijn altijd bij ons, totaal onveranderd. Wij hebben ze met zinloze gedachten bedekt en Jezus helpt ons de waarheid, die in ons is, te herontdekken. Uiteindelijk zullen we tot het inzicht komen dat de schijnbare kracht van deze waanzinnige gedachten geen enkel effect op de waarheid hebben en zullen we ons het Koninkrijk der Hemelen herinneren.
(wordt vervolgd)

zaterdag 23 juni 2018

Les 45 – God is de Denkgeest waarmee ik denk. – deel 1


(1:1) Het idee van vandaag bevat de sleutel tot wat jouw werkelijke gedachten zijn.

Omdat onze werkelijke gedachten met God zijn. Merk verder op dat Jezus onze werkelijke gedachten identificeert met de Christusgeest.

(1:2) Ze hebben niets gemeen met wat jij denkt te denken, net zoals niets wat jij denkt te zien ook maar iets met visie te maken heeft.

Jezus geeft dikwijls een beetje honende opmerkingen, bijvoorbeeld wanneer hij ons zegt dat we denken te denken en dat we denken dat we zien. In feite denken en zien we in het geheel niet.

(1:3) Er is geen verband tussen wat werkelijk is en wat jij denkt dat werkelijk is.

We zouden dit ook anders kunnen verwoorden. We zouden bijvoorbeeld kunnen zeggen dat er geen verband is tussen wat God is en wat de wereld denkt dat God is. We zien hier een niveau-één-uitspraak -  er is absoluut niets, geen middenweg, tussen waarheid en illusie. Het doel van Een Cursus in Wonderen is niet om ons naar een begrip van God te leiden maar naar een ervaring van Zijn Liefde. Hiervoor moeten we eerst ontsnappen aan de duisternis van onze schuld en haat. De volgende uitspraak uit de inleiding van de Verklaring van termen drukt dit doel - ervaren in plaats van begrijpen, uit:

Een universele theologie is onmogelijk, maar een universele ervaring is niet alleen mogelijk, maar zelfs noodzakelijk. Het is deze ervaring waarop de cursus aanstuurt. Alleen hier is consistentie mogelijk want alleen hier komt aan onzekerheid een eind. (VvT. Inl. 2:5-7)

En deze prachtige lijn uit de tekst:
Je bent er nog steeds van overtuigd dat jouw inzicht een machtige bijdrage vormt aan de waarheid en haar maakt tot wat ze is. Toch hebben we beklemtoond dat je niets hoeft te begrijpen. (T. 18. IV. 7:5-6)

(1:4 – 2:5) Niets wat jij denkt dat je werkelijke gedachten zijn, lijkt ook maar enigszins op jouw werkelijke gedachten. Niets wat jij denkt te zien, vertoont enige gelijkenis met wat visie jou zal tonen.
Jij denkt met de Denkgeest van God. Zodoende deel jij jouw gedachten met Hem, zoals Hij de Zijne deelt met jou. Het zijn dezelfde gedachten, omdat ze door dezelfde Denkgeest worden gedacht. Delen is eender of één maken. En de gedachten die jij denkt met de Denkgeest van God verlaten jouw denkgeest niet, want gedachten verlaten niet hun bron.

Het belangrijke principe ‘ideeën verlaten hun bron niet’ komt hier voor het eerst in het werkboek voor. Jezus haalt het later in de lessen ook aan en het is het centrale punt van zijn onderricht doorheen de drie boeken. Om het anders te zeggen: dit principe vertegenwoordigt de Verzoening en weerspiegelt de onveranderlijke waarheid dat wij een idee of een gedachte zijn in de Denkgeest van God dat nooit zijn Bron heeft verlaten. Dit betekent dus ook dat de afscheiding nooit is gebeurd. We zeggen dus dat alle gedachten, wanneer deze werkelijk zijn, nooit hun Bron hebben verlaten. Alhoewel we geloven dat we God hebben verlaten en we binnen deze droom slapen, kunnen we nog weerspiegelingen van deze gedachte hebben. Nogmaals, in deze passages maakt Jezus geen onderscheid tussen de werkelijke gedachten en de weerspiegeling van de werkelijke gedachten.

(2:6-8) Daarom zijn jouw gedachten in de Denkgeest van God, evenals jij. Ze zijn eveneens in jouw denkgeest, waar Hij is. Zoals jij deel van Zijn Denkgeest bent, zo zijn jouw gedachten deel van Zijn Denkgeest.

Alles is één gezien ideeën hun bron niet verlaten. De geest die we denken te zijn is niet werkelijk in tegenstelling tot de Christusgeest waar Jezus hier naar refereert.

(3) Waar zijn dan jouw werkelijke gedachten? Vandaag zullen we proberen ze te bereiken. We zullen ze in jouw denkgeest dienen te zoeken, want dat is waar ze zijn. Ze moeten daar nog altijd zijn, want ze kunnen hun bron niet hebben verlaten. Wat door de Denkgeest van God wordt gedacht, is eeuwig omdat het deel van de schepping is.
De rol van de Heilige Geest is om deze gedachten te bewaren in onze denkgeesten, die, ondanks onze afdwalende gedachten, bij hun bron blijven. Projectie is een krachtige en overtuigende verdediging, nochtans kan het het basisprincipe ‘ideeën verlaten hun bron niet’ niet trotseren. Het is het leren van dit heilbrengende feit dat ons ego voortdurend tracht te voorkomen.
(wordt vervolgd)

woensdag 20 juni 2018

Les 44 - God is het licht waarin ik zie. – deel 3


(7) Begin de oefenperiode door het idee van vandaag met open ogen te herhalen en sluit ze dan langzaam terwijl je het idee nog verscheidene keren herhaalt. Probeer dan in je denkgeest te verzinken, waarbij je alle mogelijke afleiding en storing loslaat door daar voorbij rustig dieper te verzinken. Jouw denkgeest kan hierin niet worden tegengehouden, tenzij jij dat verkiest. Hij volgt slechts zijn natuurlijke koers. Probeer de gedachten die langstrekken zonder betrokkenheid gade te slaan en glij er rustig aan voorbij.

De jij waar Jezus naar verwijst is de keuzemaker, is dat deel van onze denkgeest die keuzes maakt. Hou je denkgeest in de gaten. Wanneer je je schuldig voelt, wanneer je je gedachten of je acties beoordeelt, dan maak je ze werkelijk en komt er verzet tegen, maar je moet er wel naar kijken. Dit wil echter niet zeggen dat je ernaar kijkt om dan verder te gaan met liefdeloze gedachten en acties. Het wil zeggen ernaar kijken zonder oordeel en je bewust worden van wat je precies aan het doen bent. 

Dat zou moeten motiveren om ze te laten gaan omdat je de pijn ziet die dit veroorzaakt en dat door voor het ego te kiezen. Het proces van het samen met Jezus kijken naar je ego brengt onvermijdelijk het begrip met zich mee welke prijs we betalen voor onze keuze voor het ego in plaats van voor hem, voor de afscheiding in plaats van eenheid, voor haat in plaats van vergeving. Wanneer we duidelijk zien dat de keuze om te oordelen leidt tot lijden en pijn – het onnatuurlijke – terwijl de keuze voor visie tot vreugde en vrede leidt – het natuurlijke – dan is de motivatie om voor genezing te kiezen sterk genoeg. Zoals Jezus besluit in hoofdstuk 23: ‘Wie, die zich door Gods Liefde gedragen weet, kan de keuze tussen wonderen en moord moeilijk vinden?’(T. 23. IV. 9:8).

(8) Hoewel voor deze vorm van oefening geen bijzondere aanpak wordt bepleit, is het nodig dat je gevoel krijgt voor het belang van wat je doet, voor de onschatbare waarde hiervan voor jou en beseft dat je iets heel heiligs beproeft. Verlossing is het gelukkigste dat jij kunt volbrengen. Ze is bovendien het enige dat betekenis heeft, omdat ze het enige is dat van enig werkelijk nut is voor jou.

De reden voor ‘wat je doet’ is zo belangrijk omdat dit de weg is uit de hel, de weg uit alle pijn en lijden . Je moet jezelf blijven herinneren: ‘Ik ben een student van Een Cursus in Wonderen en heb Jezus als mijn leraar gekozen.’ Meer nog, ik doe de werkboeklessen omdat ik uit de hel van mijn leven van oordeel over anderen en mijzelf wil ontsnappen. Daarom ben ik een student van de Cursus: deze oordelen zijn de oorzaak van mijn pijn en ellende en die wil ik niet langer.’ Dus vraagt Jezus jou om deze lessen heel nauwgezet te lezen en na te denken over hun betekenis: dat het gaat om je vrede. En ze dan toe te passen.

Jezus richt zich opnieuw tot de weerstand:

(9) Mocht er soms een vorm van weerstand de kop opsteken, pauzeer dan lang genoeg om het idee van vandaag te herhalen, waarbij jij je ogen gesloten houdt, tenzij je angst bespeurt. In dat geval zal je het waarschijnlijk als geruststellender ervaren wanneer jij je ogen even opent. Probeer echter zo vlug mogelijk de oefening weer met gesloten ogen te hervatten.

Merk hoe hij op een vriendelijke liefdevolle manier aandringt op het bewust worden van onze weerstand en onze angst voor deze lessen.

(10:1-2) Als je de oefeningen op de juiste manier doet, zou je een gevoel van ontspanning moeten ervaren en zelfs een gevoel dat je het licht nadert, zo niet werkelijk binnengaat. Tracht aan licht te denken, vormloos en grenzeloos, terwijl je voorbij de gedachten van deze wereld gaat.

Jezus spreekt over licht als een gedachte in de Christusgeest omdat ze geen vorm heeft. De weerspiegeling van licht in ons juiste denken is vergeving, die vorm heeft omdat ik denk dat ik een persoon ben die de ander moet vergeven.

(10:3) En vergeet niet dat ze jou niet aan deze wereld kunnen binden, tenzij jij ze de macht daartoe geeft.

Dit is de reden waarom we geen slachtoffers zijn van de wereld die we zien (les 31), een centraal thema in Een Cursus in Wonderen. Niets in deze wereld kan ons hier houden, niets kan ons in verwarring brengen tenzij wij er de macht toe geven. Een krachtige passage in de tekst drukt deze belangrijke waarheid uit:

Het geheim van de verlossing is slechts dit: dat jij dit jezelf aandoet. Wat ook de vorm van de aanval is, dit is nog steeds waar. Wie ook de rol van vijand of van aanvaller op zich neemt, dit is nog steeds de waarheid. Wat ook de oorzaak lijkt van enig leed of lijden dat je voelt, dit is nog steeds waar. Je zou namelijk helemaal niet reageren op figuren in een droom waarvan je wist dat je die droomde. Laat ze zo haatdragend en kwaadaardig zijn als ze maar zijn, ze kunnen geen effect op jou hebben, behalve wanneer jij naliet in te zien dat het jouw droom is. (T. 27. VIII. 10)

Waarom geven we deze macht uit handen? Omdat het bewijst dat wij gelijk hebben en dat Jezus verkeerd is, meer nog, dat deze Cursus het mis heeft. Hij leert ons hier dat we verantwoordelijk zijn voor onze gevoelens van slachtofferschap. Het ego anderzijds leert ons dat de wereld de oorzaak is van ons lijden en onze pijn. Op een andere manier leert het wonder ons dat wij de dromer van de droom zijn met een wereld van droomfiguren.

Jezus beëindigt de les door te zeggen:

(11) Herhaal het idee de hele dag door veelvuldig, met open of gesloten ogen al naargelang het jou op dat moment het beste toeschijnt. Maar vergeet het niet. Wees bovenal vastbesloten het vandaag niet te vergeten.

Jezus dringt erop aan deze lessen en het oefenen van Een Cursus in Wonderen zeer serieus te nemen. Wanneer we het niet dag in dag uit oefenen zullen we het niet leren. Dit heeft niets te maken met het meester zijn van de tekst. We kunnen de lessen tot op het einde naar behoren doen wanneer we de tekst niet begrijpen, maar het eenvoudig begrijpen is ook niet genoeg. We moeten oefenen om de duisternis van onze illusies van het ego naar het licht van de waarheid van de Heilige Geest te brengen en begrijpen waarom we dit doen.