woensdag 14 november 2018

Les 69 –Mijn grieven verbergen het licht van de wereld in mij. – deel 1


(1:1) Niemand kan zien wat jouw grieven verhullen (verbergen).

Het ‘licht van de wereld’ is de Heilige Geest in onze denkgeest, de herinnering van de Liefde van God waar we zo ons best voor gedaan hebben om die te vergeten door het dubbele schild van vergetelheid wat in les 136 naar voren wordt gebracht. Het gaat hier in deze les weliswaar over ziekte, maar het gaat net zo over aanval die dezelfde dynamiek deelt.
We verbergen het licht van de wereld, de herinnering van onze ware Identiteit als Christus. Het wacht op onze keuze om ons opnieuw te herinneren. Het eerste schild, de eerste bescherming is de schuld en onze zelfhaat. Het tweede schild komt er wanneer wij de schuld die in onze denkgeest is, projecteren en daarmee lichamen aanvallen. Onszelf aanvallen is de zelfafwijzing en kan ziekte als gevolg hebben, anderen aanvallen is anderen afwijzen. Het doel om te blijven vasthouden aan grieven laat ons toe te zeggen dat de schuld niet in mij is, maar in jou.’ Dit tweede schild beschermt ons dus voor de schuld en de schuld, het eerste schild, beschermt ons voor de liefde.

(1:2) Omdat je grieven het licht van de wereld in jou verbergen, staat iedereen in de duisternis en jij staat naast hem.

Het Zoonschap is één. Wanneer ik de hand van Jezus neem en samen met hem in zijn licht van de liefde ga staan, dan draagt dit bij tot het geluk en welzijn van het hele Zoonschap. Wanneer ik zijn hand loslaat wordt mijn denkgeest opnieuw gevuld met de duisternis van zonde en schuld en ook dat draagt bij aan het lijden van het hele Zoonschap.

(1:3-5) Maar zodra de sluier van je grieven wordt opgelicht, word jij samen met hem bevrijd. Deel je verlossing nu met hem die naast jou stond toen je in de hel was. Hij is jouw broeder in het licht van de wereld dat jullie beiden verlost.

Het oplichten van deze sluier die de essentie vormt van vergeving of van het wonder heeft niets te maken met wat die andere persoon doet of niet doet. Het heeft enkel te maken met wat zich afspeelt in onze denkgeest, het actieterrein van onze droom. En we hebben niets anders dan gedachten van of de Hemel of de hel.

(2) Laten we vandaag opnieuw een oprechte poging doen het licht in jou te bereiken. Laten we, voordat we hier in onze langere oefenperiode aan beginnen, er verscheidene minuten voor uittrekken om te overdenken wat we proberen te doen. We trachten letterlijk in contact te komen met de verlossing van de wereld. We proberen achter de sluier van duisternis te kijken die haar verborgen houdt. We proberen de sluier te laten oplichten en de tranen van Gods Zoon in het zonlicht te zien verdwijnen.

Eerst en vooral moeten we in gedachten houden hoezeer we dit niet willen doen want in de aanwezigheid van het licht van Christus is onze individualiteit verdwenen. En dit is waar we bang voor zijn. Hier begint onze weerstand tegen Een Cursus in Wonderen en tegen dit soort lessen in het bijzonder.

(3) Laten we onze langere oefenperiode vandaag beginnen in het volle besef dat dit zo is en met de ware vastbeslotenheid om datgene te bereiken wat ons dierbaarder is dan wat dan ook. Verlossing is al wat we nodig hebben. Er is hier geen ander doel en er valt geen andere functie te vervullen. Verlossing leren is ons enige doel. Laten we de oeroude zoektocht vandaag beëindigen door het licht in ons te vinden en het hoog te houden, zodat iedereen die met ons zoekt het zien kan en zich verheugen.

Nog meer bemoedigende woorden van Jezus die erop aandringen om ons te herinneren waarom we hier zijn wanneer we onze ‘oeroude zoektocht, die tot niets leidt, opzijzetten. Nu we voor het licht kiezen in plaats van voor de duisternis herinneren we op die manier de ander om dezelfde keuze te maken die wij gemaakt hebben.

(4) Probeer nu heel rustig, met gesloten ogen, de totale inhoud los te laten van wat gewoonlijk je bewustzijn in beslag neemt. Stel je je denkgeest voor als een reusachtige cirkel, omringd door een laag zware, donkere wolken. Je kunt alleen de wolken zien, omdat jij buiten de cirkel lijkt te staan, helemaal los daarvan.

Het ware Zelf is natuurlijk niet in de illusie, maar rond ons ware Zelf hebben we een wolkenband gevormd. Het is een verwijzing naar onze fysieke, lichamelijke ervaring. We geloven dat we binnen de wolken zijn en kunnen daarom niets anders zien, net zoals wanneer je in het midden van een mistbank zit je de zon niet kan zien. Wanneer je op een mistige dag het vliegtuig neemt kan je pas het zonlicht zien wanneer het vliegtuig door de wolken heen is gevlogen.  We hebben al delen van een passage gezien waarin Jezus de wolken gebruikt als een beeld om onze schuld te verbergen. Hier de passage die begint met de illusies die we waarnemen wanneer we een wolkenbank observeren:

Toch is het makkelijk in deze wolkenbank een hele wereld te zien verrijzen. Een massieve bergketen, een meer, een stad; dit alles verrijst in je verbeelding en vanaf de wolken komen de boden van jouw waarneming bij je terug en verzekeren jou dat het er is. Gedaanten komen duidelijk naar voren en bewegen zich in het rond, handelingen lijken echt en vormen verschijnen en verschuiven van lieftalligheid naar het groteske. En heen en weer gaat het, zolang jij het kinderspel van doen alsof wilt spelen. Maar hoelang jij het ook speelt en hoeveel verbeelding je er ook in stopt, je verwart het niet met de wereld daarbeneden en probeert het ook niet werkelijk te maken.
Zo zou het ook horen te gaan met de donkere wolken van schuld die evenmin ondoordringbaar en even weinig substantieel zijn. Je zult je er niet aan bezeren wanneer je erdoorheen reist. Laat jouw Gids jou hun niet-substantiële aard leren terwijl Hij jou eraan voorbij leidt, want daaronder bevindt zich een wereld van licht waarop ze geen schaduwen werpen. Hun schaduwen liggen op de wereld achter ze, nog verder weg van het licht. Maar hun schaduwen kunnen niet van ze vandaan vallen naar het licht. (T. 18. IX. 7-8)

Eens je doorheen de wolken gaat zie je de zon en het licht. Dit was niet verdwenen ook al hadden de wolken ons zicht negatief beïnvloedt. Ons geloof in zonde en schuld heeft dus de liefde die ons Zelf is, niet geraakt. Nogmaals deze prachtige regel: “Niet één noot van het Lied van de Hemel is vermist’. (T. 26. V. 5:4)
De ‘inhoud’ met betrekking tot onze grieven over het verleden, huidige gedachten over speciaalheid en angst voor de toekomst en waarvan Jezus ons vraagt om deze los te laten, hebben allemaal te maken met lichamen. We zien enkel de wolken omdat we ons in de wolken bevinden. We staan buiten de cirkel van licht en geloven daarom dat we ervan uitgesloten zijn. Schuld vormt de grote oogklep. Door de identificatie met schuld kijken we enkel door die ogen.

(5:1) Van waar jij staat, kun je geen enkele reden zien te geloven dat er achter de wolken een schitterend licht schuilgaat.

Met andere woorden het enige wat we kennen is onze individualiteit en speciaalheid waarvan we geloven dat dit de realiteit is. Omdat we een wereld van lichamen waarnemen, een waanzin die door miljoenen anderen wordt gedeeld, geloven we dat dit de werkelijkheid moet zijn en zijn we ons niet bewust van de onderliggende waarheid. De duisternis van de schuld maakt ons blind voor het licht: niets zo verblindend als de waarneming van de vorm. (T. 22. III. 6:7)

(5:2-5) De wolken lijken de enige werkelijkheid. Het lijkt of zij alles zijn wat er valt te zien. Daarom probeer je niet er doorheen en er voorbij te gaan, wat de enige manier is waardoor jij er werkelijk van overtuigd zou raken dat ze iedere substantie missen. Deze poging zullen we vandaag ondernemen.

We doen geen poging om doorheen de wolken te gaan, eraan voorbij te gaan omdat we geen enkele reden meer zien waarom we dat wel zouden doen. Net zoals de geketende gevangenen van Plato zien we alleen de achterzijde van de grot waardoor we de oorsprong vergeten zijn van de schaduwen die op de muur verschijnen, we kennen niets beters.

(wordt vervolgd)

maandag 12 november 2018

Les 68 – Liefde koestert geen grieven. – deel 3


(5:1) Begin de uitgebreide oefenperiode van vandaag met je denkgeest te doorzoeken op personen tegen wie jij in jouw ogen ernstige grieven hebt.

Deze oefening wordt vaak herhaald. We worden gevraag om echt te kijken naar de grieven die we vasthouden met het doel om te leren deze grieven los te laten. Het lijden die we ondervinden wanneer we er blijven aan vasthouden zou de motivatie moeten zijn om uiteindelijk onze broeders en daarbij ook onszelf te bevrijden.

(5:2-3) Sommige van hen zullen heel gemakkelijk te vinden zijn. Denk vervolgens aan de ogenschijnlijk lichte grieven die je hebt tegen degenen die je graag mag en van wie je zelfs denkt te houden.

Jezus benoemt hier zowel speciale haat als speciale liefde. Het is niet alleen een kwestie om de boosheid die we tegenover iemand voelen te plaatsen. Deze gevoelens zijn trouwens relatief makkelijk te vinden in onze denkgeest. Wat ook belangrijk is, is om de meer subtiele gevoelens te herkennen en vooral deze we eerder benoemen als liefdevol. Jezus onderlijnt hier ook zijn eerder aangehaald punt uit les 21 waarbij hij duidelijk maakt dat er geen graduatie is woede. Ook in het Handboek voor Leraren vinden we hierover een vermelding:

Het kan gewoon een lichte irritatie zijn, wellicht te zwak om ook maar duidelijk te worden onderkend. Of het kan de vorm aannemen van intense razernij, vergezeld van gedachten over geweld, gefantaseerd of ogenschijnlijk uitgeleefd. Dat doet er niet toe. Al deze reacties zijn hetzelfde. Ze verdoezelen de waarheid en dat kan nooit een kwestie van gradatie zijn. Ofwel is de waarheid duidelijk zichtbaar of ze is dat niet. Ze kan niet gedeeltelijk worden gezien. Wie zich niet bewust is van de waarheid moet wel illusie aanschouwen. (H. 17. 4:4-11)

(5:4-5) Het zal snel duidelijk worden dat er niemand is tegen wie jij niet een of ander soort grief koestert. Daardoor zie jij jezelf als totaal alleen in heel het universum.

Deze waarheid vindt niemand leuk. Nochtans, wat Jezus hier zegt is waar zijn gezien het Zoonschap van God één is. Wanneer ik letterlijk de wereld gemaakt heb in mijn beeld van zelfhaat dan doet het er niet toe hoeveel miljoenen deeltjes er in het universum bestaan die ik geprojecteerd heb, er zal een deel in mij zijn die ze allemaal haat. En wanneer je denkt dat je deze haat niet in jou hebt, denk dan eens een moment aan de mensen van wie je denkt dat je van ze houdt. Stel je voor wat er gebeurt wanneer ze niet doen of zeggen wat jij wil. Je teleurgesteld voelen of licht geïrriteerd is, nogmaals, slechts een sluier die hangt voor een aangezicht van intense woede. Zolang je aanvalsgedachten richting jezelf koestert en is het onmogelijk om iedereen met liefde waar te nemen. Het is dus belangrijk om je gewaar te worden van ook deze subtiele grieven.

(6:1-3) Besluit nu al deze mensen als vrienden te zien. Zeg tegen hen allen, terwijl je aan ieder op zijn beurt denkt:

Ik wil jou als mijn vriend zien, zodat ik me herinner dat jij deel bent van mij en ik mezelf leer kennen.

Dit is een oefening waarvan Jezus wil dat we ze in praktijk brengen door te begrijpen hoe waanzinnig ons denken is wanneer we denken dat er mensen zijn waarvan we kunnen houden en andere die we dan haten. Op het gebied van de vorm betekent dit niet dat we onze levens met iedereen moeten doorbrengen.

(6:4-9) Besteed er de rest van de oefenperiode aan te proberen jezelf als volkomen in vrede met alles en iedereen te zien, veilig in een wereld die jou beschermt en liefheeft en die jij op jouw beurt liefhebt. Probeer te voelen hoe veiligheid jou omringt, zich over je heen welft en jou draagt. Probeer te geloven, al is het maar kort, dat niets jou op enige manier kan schaden. Zeg aan het eind van de oefenperiode tegen jezelf:

Liefde koestert geen grieven. Wanneer ik al mijn grieven laat gaan, zal ik weten dat ik volkomen veilig ben.

Jezus wil dat we aan ons onze natuurlijke staat van Zijn  herinneren wanneer we midden in een onveilig gevoel zitten ook al is het maar kort. We moeten ons bewust worden van onze gespleten denkgeest: het egodenksysteem van gevaar enerzijds en de correctie, de veiligheid van de Heilige Geest anderzijds. Alleen zo oefenen we het denken van het onveilige naar het veilige, van de duisternis naar het licht, van de grief naar de liefde.

(7) Telkens wanneer er in je gedachten een grief opkomt tegen iemand, of die persoon nu fysiek aanwezig is of niet, moeten de korte oefenperioden een snelle toepassing van het idee van vandaag in de volgende vorm bevatten:

Liefde koestert geen grieven. Laat ik mijn Zelf niet verraden.

Herhaal bovendien meerdere malen per uur het idee in deze vorm:

Liefde koestert geen grieven. Ik wil tot mijn Zelf ontwaken door al mijn grieven opzij te zetten en te ontwaken in Hem.

Jezus herinnert ons eraan waakzaam te zijn voor de capriolen van ons ego. Wanneer we er samen met zijn vriendelijke liefde naast ons kunnen naar kijken verdwijnen ze. Want:

Wie, die zich door Gods Liefde gedragen weet, kan de keuze tussen wonderen en grieven moeilijk vinden? (T. 23. IV.9:8)


zaterdag 10 november 2018

Les 68 – Liefde koestert geen grieven. – deel 2


(3:1) Het is even zeker dat wie grieven koestert, God naar zijn eigen beeld zal herdefiniëren, als het zeker is dat God hem als Zichzelf geschapen heeft en als een deel van Hemzelf heeft gedefinieerd.

De waarheid is dat God en Zijn Zoon gelijk zijn Liefde en in een perfecte eenheid. Het ego zegt dat God en Zijn Zoon gelijk zijn in schuld en perfecte afscheiding. De uitspraak van Voltaire is nog steeds relevant:

God heeft de mens geschapen naar Zijn beeld. De mens gaf het compliment terug.

(3:2) Het is even zeker dat wie grieven koestert, onder schuld gebukt zal gaan, als het zeker is dat wie vergeeft, vrede zal vinden.

Zoals we in vele passages van Een Cursus in Wonderen leren is zonder uitzondering schuld de oorzaak van ons lijden en pijn. De volgende passage uit de tekst, die we reeds aangehaald hebben, geeft dit mooi weer:

Ooit was jij je niet bewust van wat in werkelijkheid de oorzaak moet zijn van alles wat de wereld jou ongenood en ongevraagd leek op te dringen. Van één ding was je zeker: van al de vele oorzaken die jij zag als brengers van pijn en lijden voor jou, was jouw schuld er niet een van. En evenmin heb jij er op enige wijze voor jezelf om verzocht. Zo ontstonden alle illusies. Degene die ze maakt ziet zichzelf niet als hun maker en hun realiteit berust niet op hem. Welke oorzaak ze ook hebben staat volkomen los van hem en wat hij ziet is gescheiden van zijn denkgeest. Hij kan de werkelijkheid van zijn dromen niet in twijfel trekken, omdat hij niet ziet welk aandeel hij erin heeft ze te produceren en een schijn van werkelijkheid te verlenen. (T. 27. VII. 7:3-9)

Wat schuld intact houdt zijn aanvalsgedachten. Hieruit kunnen we besluiten dat deze aanvalsgedachten, die dus geboren zijn uit onze schuld, de oorzaak zijn van ons ongelukkig zijn en onze ellende.  Dit herkennen is essentieel om gemotiveerd te zijn om, door vergeving, deze aanvalsgedachten op te geven. Pas dan kunnen we de vrede vinden waar we zo naar op zoek zijn.

(3:3) Het is even zeker dat wie grieven koestert, zal vergeten wie hij is, als het zeker is dat wie vergeeft, het zich herinneren zal.

En het is nodig dat we ons bewust worden van het feit dat we vergeten zijn wie we zijn om ons dit te kunnen herinneren. Onze ware identiteit kent echter geen speciaalheid, heeft geen weet van een individualiteit die we als onszelf kennen. Wat deze herinnering van ons weghoudt is schuld waarvan de pijn als grief geprojecteerd wordt.

(4:1-2) Als jij geloofde dat dit alles waar was, zou je dan niet bereid zijn je grieven los te laten? Misschien denk je dat jij je grieven niet kunt laten varen.

Het is het ego dat ons zegt dat Een Cursus in Wonderen te moeilijk is, dat onze met haat gevulde oordelen te overweldigend zijn, dat onze angst te groot is en tenslotte dat er geen hoop is op een noemenswaardige verandering. De lezer mag zich echter de passage herinneren die we reeds voorgesteld hebben uit het begin van hoofdstuk 31 (T. 31. I. 5) waar Jezus ons op een vriendelijke manier berispt voor ons geloof dat ons denken niet krachtig genoeg zou zijn om deze cursus te leren en om zijn principes van vergeving te leren toepassen.

(4:3) Dat is echter simpelweg een kwestie van motivatie.

Wij moeten ons realiseren dat wij allemaal een geheime motivatie hebben, een verborgen agenda die zegt: ‘Ik wil niet uit de droom ontwaken en naar huis terugkeren. Ik wil mijn grieven niet loslaten.’ Pas wanneer wij ons hiervan bewust worden kunnen we deze onbewust motivatie veranderen. En het is goed om hiervoor eerlijk te zijn tegenover onszelf en te herkennen hoezeer we tegenwerken om wakker te worden uit deze droom. In de tekst doet Jezus dit verzoek als volgt:

Let goed op en zie waar jij werkelijk om vraagt. Wees hierin heel eerlijk met jezelf, want we moeten niets voor elkaar verborgen houden. (T.4. III. 8:1-2)

Denk eerlijk aan wat jij gedacht hebt dat God niet zou hebben gedacht en aan wat jij niet hebt gedacht maar wat God zou willen dat jij denkt. Zoek oprecht naar wat je zodoende gedaan hebt of hebt nagelaten en verander dan van gedachten zodat je kunt denken met de Denkgeest van God. Dit kan moeilijk lijken, maar het is veel makkelijker dan ertegenin proberen te denken. (T. 4. IV. 2:4-6)

Jezus helpt ons om bewust te worden dat dat wij doen ons niet gelukkig maakt. Speciale relaties werken tijdelijk, maar brengen niet de vrede van God, iets wat weggelegd is voor vergeving. Toegeven dat we verkeerd zijn is de eerste stap die leidt naar een gelukkig gevolg.

(4:4-5) Vandaag zullen we proberen erachter te komen hoe jij je zonder grieven zou voelen. Zelfs als je daar maar een heel klein beetje in slaagt, zal er nooit meer een motivatieprobleem bestaan.

Eens we toestaan om samen met Jezus te denken zullen we de vrede van God leren kennen. En ook al zijn we geneigd om hem weer buiten te sluiten, de ervaring van zijn aanwezigheid in ons denken zal blijven. Wanneer we onze gedachten van aanval, oordeel en speciaalheid los kunnen laten kunnen we echt gelukkig zijn en:

Je hebt geen idee van de geweldige bevrijding en de diepe vrede die ontstaan wanneer jij jezelf en je broeders totaal zonder oordeel tegemoet treedt. (T. 3. VI. 3:1)

(wordt vervolgd)

donderdag 8 november 2018

Les 68 – Liefde koestert geen grieven. – deel 1


Zoals ik reeds eerder vermeld heb zijn er plaatsen in het werkboek waarbij de lessen zich richten op een specifiek thema. De volgende lessen zijn gericht op de rol van aanval – het vasthouden van grieven en oordelen – in het plan van het ego om onze individualiteit te bewaren en de Liefde van God van ons weg te houden. Deze bespreking over aanval en over het vasthouden aan grieven vindt haar basis in de dynamiek van de speciale haatrelaties.

(1:1-2) Jij die door liefde werd geschapen als zichzelf, kunt er geen grieven op nahouden en je Zelf kennen. Een grief koesteren is vergeten wie jij bent.

Deze twee zinnen wijzen onmiskenbaar op het feit waarom wij blijven vasthouden aan grieven. Het doel van het denksysteem van het ego is om er zeker van te zijn dat wij nooit ons ware Zelf zouden kennen en we dus vergeten Wie we zijn. De Heilige Geest vertegenwoordigt het Verzoeningsprincipe en wanneer we kiezen voor zijn raad in plaats van voor het ego dan zal Hij ons herinneren aan onze Identiteit als Christus, aan de Zoon van God die volmaakt een is met Zijn Vader. Wanneer we ons dus tot de Heilige Geest richten herinneren wij ons dit automatisch. Wanneer de Zoon van God volmaakt een is en gezien onze Identiteit als de Zoon van God liefde is, is het enige wat we moeten doen om deze Identiteit buiten ons bewustzijn te houden het benadrukken van verschillen binnen het Zoonschap. Aanval, grieven of oordelen realiseren dit doel door anderen te zien als verschillend en afgescheiden van ons. Vanuit dat standpunt gezien is er geen sprake van liefde. Speciale liefde wordt wel verwelkomd, maar de Liefde van God zit diep in onze denkgeest verborgen.

Het verbergen van deze liefde is het basisprincipe van het ego. Het verklaart waarom bijna iedereen problemen heeft met het echt vertrouwen, vriendschap en liefde. Heilige relaties kennen geen grenzen of beperkingen: geen speciale belangen, behoeften of verwachtingen maar enkel een ervaring van een eenheid van het gedeeld doel. Daarom, zijn we angstig voor die eenheid omdat dit weerspiegelt Wie we zijn. Het ego zal alles doen wat mogelijk is om dit van ons weg te houden.

Deze lessen belichten aanval en grieven.

(1:3) Een grief koesteren is jezelf zien als een lichaam.

Dit klinkt volkomen logisch wanneer je je realiseert dat het lichaam vorm geeft aan de gedachte van afscheiding. Wanneer het lichaam werkelijk is dan moet de oorsprong van het lichaam, de gedachte afgescheiden te zijn van God, ook waar zijn. In les 161 heeft Jezus het over onze behoefte om specifieke dingen te hebben. Wanneer we haten dan moeten we iets hebben zoals bijvoorbeeld een lichaam dat we kunnen haten. De identificatie met het lichaam vormt de basis voor aanval en grieven.

(1:4) Een grief koesteren is het ego laten heersen over je denkgeest en het lichaam ter dood veroordelen.

Ik kan in mijn bewuste geest wel denken dat het jouw lichaam is dat ik veroordeel maar in werkelijkheid, gezien ideeën hun bron niet verlaten, veroordeel ik mezelf. Vanaf het ogenblik dat aan het denksysteem van afscheiding van het ego waarheid wordt verleend wordt aan dit denksysteem in zijn geheel waarheid verleend. En dood, die het hoogtepunt van het denksysteem van zonde, schuld en angst is, is dus onvermijdelijk.

(1:5) Misschien besef je nog niet ten volle wat het vasthouden aan grieven je denkgeest precies aandoet.

Telkens we boos zijn of wanneer we er gedachten van irritatie of oordeel op nahouden zijn wij ons niet bewust van de gevolgen ervan. In zekere zin zou je kunnen zeggen dat het doel van Een Cursus in Wonderen is om ons het vernietigend gevolg te laten zien van het vasthouden aan grieven. Herinner je dat dit een cursus is in het helpen ons de relatie tussen oorzaak en gevolg te herinneren. 

De oorzaak het vasthouden aan grieven en het gevolg is ellende en lijden. Niettemin, wanneer wij ons niet bewust zijn van het oorzakelijk verband tussen onze aanvalgedachten en ons lijden zal er ook geen enkele motivatie zijn om grieven los te laten. Een van Jezus’ doelen als onze leraar is dat wij ons de consequenties van het vasthouden aan deze grieven zouden realiseren.

(1:6) Het lijkt je af te splitsen van je Bron en je anders te maken dan Hij.

Merk op dat Jezus hier zegt ‘lijkt je af te splitsen’. Blijven vasthouden aan grieven lijkt ons af te splitsen want in werkelijkheid heeft de afscheiding nooit plaatsgevonden. In onze illusionaire nachtmerrie van angst zijn we niet alleen afgescheiden van de persoon waar we boos op zijn, maar ook van God. En gezien in onze afgescheiden denkgeest alles één is, is wat we aan één iemand doen ook aan de ander gedaan.

(1:7) Het doet je geloven dat Hij is zoals jij denkt dat jij geworden bent, want niemand kan zich zijn Schepper voorstellen als anders dan zichzelf.

Dit is een heel belangrijk concept. In feite zullen we het binnenkort in les 72 herhaald zien. De betekenis is deze: ik geloof dat ik aangevallen heb met de oorspronkelijke aanvalsgedachte tegen God. Ik projecteer deze aanvalsgedachte en geloof nu dat God mij wil aanvallen. Maar aangezien ideeën hun bron niet verlaten, blijft deze gedachte van aanval en schuld in mij. Door die projectie ben ik hier echter niet bewust van projectie en zie de schuld in iemand anders. De volgende passage uit de tekst drukt deze dynamiek mooi uit. Het is de dynamiek die onvermijdelijk uitmondt in de afscheiding van onszelf en die ons tegelijkertijd afscheidt van iedereen. Het perfecte resultaat voor het ego:

Wat je projecteert verstoot je en daarom geloof je niet dat het van jou is. Je sluit jezelf uit juist door het oordeel dat jij anders bent dan degene op wie je projecteert. Aangezien je tevens veroordeeld hebt wat je projecteert, blijf je het aanvallen omdat je het afgescheiden blijft houden. Door dit onbewust te doen, probeer je het feit dat jij jezelf hebt aangevallen buiten je bewustzijn te houden en zo verbeeld jij je dat jij jezelf veilig hebt gesteld.
Maar projectie zal altijd jou kwetsen. Ze versterkt je geloof in je eigen gespleten denkgeest, en haar enige doel is de afscheiding gaande te houden. … Projectie en aanval zijn onlosmakelijk verbonden, omdat projectie altijd het middel is waarmee een aanval wordt gerechtvaardigd. Woede zonder projectie is onmogelijk. Het ego gebruikt projectie alleen om jouw waarneming zowel van jouzelf als van je broeders te verwoesten. Het proces begint met het uitsluiten van iets wat in jou bestaat maar wat jij niet wilt, en leidt er regelrecht toe jou van je broeders uit te sluiten. (T. 6. II. 2; 3:1-2,5-8)

Dit belicht het belang om de onderliggende metafysica van Een Cursus in Wonderen nooit te vergeten. Wanneer er niemand buiten ons is en wanneer de wereld niets anders is dan een projectie van dat wat ik geloof dat in mij is, dan is alles wat ik buiten mij zie afkomstig van mezelf. Wanneer we ’s nachts dromen zijn de karakters, gebeurtenissen, plaatsen verschillende aspecten van een persoonlijkheid die we nu buiten ons in de droom waarnemen. Met onze dromen in wakkere toestand gebeurt precies hetzelfde.

Dus is het onmogelijk dat ik iemand anders dan mezelf zie, want iedereen is gemaakt zoals ik, of dat nu God is of Jezus, de Heilige Geest of mensen in mijn alledaagse leven. Daarom, wanneer ik mezelf als afgescheiden zie van jou dan heb ik mijn afscheiding werkelijk gemaakt en dat maakt mijn afscheiding van God ook werkelijk. Dit is oorsprong van mijn zelfbeschuldiging dat ik een zondaar ben. En wanneer ik dat naar buiten projecteer dan is God automatisch ook een zondaar. Dit is de figuur van God uit de Bijbel die we kennen en ‘liefhebben’, die even waanzinnig is als wij zijn en ook vervuld met onze speciaalheid.

(2:1) Afgesloten van Zichzelf, dat zich bewust blijft van Zijn gelijkenis met Zijn Schepper, schijnt je Zelf te slapen, terwijl dat deel van je denkgeest dat in zijn slaap illusies weeft, wakker lijkt.

Jezus stelt hier het beeld van Christus die lijkt te slapen naast een ego-zelf dat slaapt en droomt dat het wakker is. Dit afgesplitste zelf lijkt wakker te zijn gezien het geloof van het in leven zijn. Christus, ons Zelf kan in werkelijkheid nooit in slaap vallen. Het lijkt erop dat Hij slaapt, een ‘slaap’ die begraven is in onze denkgeest en beschermt wordt door het denksysteem van schuld en aanval van het ego.

(2:2-5) Kan dit alles ontstaan door grieven te koesteren? Jazeker! Want wie grieven heeft, ontkent dat hij door liefde werd geschapen en in zijn droom van haat is zijn Schepper voor hem angstaanjagend geworden. Wie kan van haat dromen en niet bang zijn voor God?

Dit drukt de ‘onheilige drie-eenheid’ uit van het ego: zonde, schuld en angst; ik geloof dat ik van God ben afgescheiden (zonde), ik voel mij overweldigd over wat ik gedaan heb (schuld) en ik projecteer deze schuld naar buiten en zie in God en in alles wat symbool wordt hiervan de wraak op wat ik gedaan heb en klaar om van mij te stelen wat ik van Hem heb genomen (angst). We staan er niet bij stat dat een grief tegenover iemand hebben gelijk staat met het geloof dat God ons uiteindelijk zal straffen. Jezus wil dat we deze dynamiek herkennen. Hij wil niet dat we ons schuldig voelen omdat we aanvalsgedachten hebben, hij wil eenvoudig dat wij ons er bewust van worden waarom we een dergelijke keuze maken en wat de gevolgen van die keuze zijn. Bovendien wil hij dat wij begrijpen dat zolang wij denken dat we van onze schuld af geraken door middel van aanval we nooit echt geluk zullen kennen. Daarom het idee dat onze functie en ons geluk één zijn. Het is onze functie om onze grieven los te laten en te vergeven en de liefdesgedachten van de Heilige Geest toe te laten. Het verband tussen onze niet-vergevingsgezindheid en de angst voor God wordt in deze uitspraak in de laatste blokkade voor de vrede toegelicht:

Ten overstaan van totale vergeving ben je nog steeds niet-vergevend. Je bent bang voor God omdat jij je broeder vreest. Degenen die jij niet vergeeft, die vrees je. En niemand bereikt liefde wanneer angst hem vergezelt. (T. 19. IV. D. 1:4-7)

(wordt vervolgd)

dinsdag 6 november 2018

Les 67 – Liefde schiep mij als Zichzelf


(1:1-5) Het idee van vandaag is een volledige en nauwkeurige formulering van wat jij bent. Daarom ben jij het licht van de wereld. Daarom heeft God jou als de verlosser van de wereld aangewezen. Daarom wendt de Zoon van God zich voor zijn verlossing tot jou. Hij wordt verlost door wat jij bent.

De Zoon van God is verlost door wat ik ben omdat ik de Zoon van God ben. Als ik een creatie van liefde ben dan moet het hele Zoonschap een creatie van liefde zijn want liefde kan niets anders dan liefde zijn. Wanneer we ons dus herinneren wie we werkelijk zijn dan herinneren we ons dat voor iedereen. Het is als het ware als het motto van ‘De drie musketiers’ van Dumas: ‘Eén voor allen, allen voor één.’

(1:6) We zullen vandaag ons uiterste best doen tot deze waarheid over jou door te dringen en ten volle te beseffen, al was het maar voor even, dat het de waarheid is.

Het doel van Een Cursus in Wonderen – op lange termijn - is dat we ons de hele tijd door van deze waarheid bewust zijn en niet alleen maar voor even. Het is een proces van een geleidelijke aanvaarding van de waarheid waarbij we geleidelijk de illusie verwerpen, met name de vervanging van het zelfconcept van het ego van schuld en angst terug naar de herinnering dat wij geschapen zijn door Liefde als Zichzelf.

(2:1-7) Tijdens de lange oefenperiode zullen we nadenken over jouw werkelijkheid en haar volkomen onveranderde en onveranderlijke aard. We zullen beginnen met deze ware uitspraak over jou te herhalen en dan een paar minuten besteden aan het toevoegen van enkele verwante gedachten, zoals:

Heiligheid schiep mij heilig.
Vriendelijkheid schiep mij vriendelijk.
Behulpzaamheid schiep mij behulpzaam.
Volmaaktheid schiep mij volmaakt.

Iedere eigenschap die in overeenstemming is met God zoals Hij Zichzelf definieert, is geschikt om te worden gebruikt.

Jezus benadrukt onze werkelijkheid. Het is duidelijk dat hij ook weet dat wij dit niet over ons zelf geloven. Als we dat wel zouden doen dan zouden we het werkboek niet nodig hebben en zeker niet Een Cursus in Wonderen. Dus probeert hij die herinnering die hij voor ons in ons juist-gericht denken vasthoudt, te versterken. En zoals we verder kunnen lezen herinnert hij ons aan de reis waarin hij onze gids en begeleider is:

(2:8) We proberen vandaag jouw definitie van God ongedaan te maken en die te vervangen door de Zijne.

De waarheid is in ons en voortdurend worden we hieraan herinnerd, maar we moeten ons die waarheid herinneren door ongedaan te maken wat wij ervoor in de plaats hebben gezet. Onze ego-god is dus een dualistische godheid, wat betekent dat zijn creatie – wij - ook dualistisch is: goed, maar evengoed kwaadaardig, soms onschuldig maar ook schuldig. Wanneer we dat naar de definitie brengen van Jezus dan wordt de ego-godheid vervangen door een non-dualistische God van onschuld en Liefde.

(2:9) We proberen eveneens te beklemtonen dat jij deel uitmaakt van Zijn definitie van Zichzelf.

Onze angst zet ons er toe aan ons te verbergen in het denksysteem van het ego van afscheiding, terwijl het lijden naar aanleiding van een dergelijke keuze ons motiveert om terug te keren naar huis. We balanceren tussen angst en liefde tot we uiteindelijk de Verzoening voor onszelf aanvaarden en we verdwijnen in de liefde die ons geschapen heeft als zichzelf.

(3:1-2) Wanneer jij verscheidene van dergelijke verwante gedachten doorgenomen hebt, probeer dan alle gedachten gedurende een korte voorbereidende periode weg te laten vallen en probeer daarna aan al je beelden en vooroordelen over jezelf voorbij te gaan om zo de waarheid in jou te bereiken. Als liefde jou schiep als zichzelf, moet dit Zelf in jou zijn.

Voor we ons kunnen herinneren wie we werkelijk zijn moeten we eerst in contact komen met dat wat het ego ons verteld dat we zijn. De weg neemt ons dus mee door de illusies van duisternis heen naar het licht van de waarheid. Zoals we dadelijk zullen zien beschrijft Jezus zichzelf als onze gids op deze reis van de illusiewolken van het ego.

(3:3) En ergens in je denkgeest ligt Het op jou te wachten.

Die waarheid, namelijk de Liefde van God, ligt daar op ons te wachten. Nogmaals, de manier om de waarheid te bereiken is door eerst voorbij te zien aan onze ‘beelden en vooroordelen’. In het dagelijks oefenen van de lessen en het in het praktijk brengen van de principes van de Cursus moeten we in alle situaties en relaties constant waakzaam zijn voor wat onze ego’s van plan zijn. We hoeven ons alleen maar om ons ego bezorgd maken. Wanneer we er met Jezus kunnen naar kijken dan zal onze investering om gelijk te hebben afnemen waardoor de waarheid in toenemende mate belangrijk wordt voor ons. Door er naar op zoek te gaan zullen we erin slagen het te vinden omdat het op ons ligt te wachten.

(4) Misschien vind je het nodig het idee voor vandaag van tijd tot tijd te herhalen om afleidende gedachten te vervangen. Misschien ook vind je dit onvoldoende en acht je het nodig om andere gedachten te blijven toevoegen die verband houden met de waarheid over jouzelf. Maar wellicht zal je erin slagen daaraan voorbij te gaan en via de periode van gedachtenloosheid komen tot de gewaarwording van een stralend licht waarin jij jezelf herkent zoals liefde jou geschapen heeft. Vertrouw erop dat je vandaag veel zult doen om die gewaarwording naderbij te brengen of jij je daarin nu geslaagd voelt of niet.

De eerste vereiste in het ongedaan maken, zoals in Een Cursus in Wonderen omschreven wordt, is kijken naar het ego; het proces om voorbij de duisternis naar het licht te bewegen. Van tijd tot tijd herinnert Jezus ons aan het licht waar we de duisternis van onze geest naar toe moeten brengen, duisternis die bestaat uit de pogingen van het ego om ons met gedachten die niet werkelijk zijn af te leiden. Maar nogmaals, we kunnen het gewaarzijn van het licht van onze werkelijke gedachten niet terugwinnen wanneer we niet eerst de identificatie herkennen die we hebben met de onwerkelijke gedachten.
Jezus drukt nu zijn vertrouwen uit in onze bereidwilligheid om dit proces samen met hem te doorlopen, maar weet ook dat er weerstand van onze kant zal zijn:

(5:1-2) Het zal vandaag bijzonder nuttig zijn het idee voor deze dag zo vaak je kunt te oefenen. Het is nodig dat jij de waarheid over jouzelf zo vaak mogelijk hoort, omdat je denkgeest zo in beslag wordt genomen door valse beelden van jezelf.

In deze ene zin vinden we een prachtige naast-elkaar-plaatsing van de beide helften van onze gespleten denkgeest en het basisthema van Een Cursus in Wonderen: dat we ons moeten realiseren hoezeer we in beslag genomen zijn door onze valse zelfbeelden en zelfconcepten. Dit houdt ook in: ik heb gelijk, ik ben heilig omdat ik gelijk heb, ik ben een individu, ik ben speciaal, ik weet wat het beste voor mij is. We moeten ons bewust worden van deze vooringenomenheid met deze zelfbeelden anders zullen we nooit weten dat er iets anders is waartussen we kunnen kiezen. Jezus zegt ons daarom en vooral in het werkboek: ‘Ik zal je regelmatig eraan herinneren wie je werkelijk bent zodat je kan zien dat je een keuze hebt tussen je glorieuze Zelf als Christus en de haveloze jij die je ter vervanging hebt gemaakt. Het is het bewustzijn van de mogelijkheid om te kiezen tussen twee elkaar uitsluitende zelfconcepten. Ons naar dit bewustzijn brengen is de functie van het wonder.

(5:3-4) Het zou je zeer ten goede komen wanneer je vier of vijf keer per uur, en misschien zelfs vaker, jezelf eraan herinnerde dat liefde jou schiep als zichzelf. Hoor hierin de waarheid over jouzelf.

Jezus verhoogt hier de inzet. Hij wil dat wij zo vaak mogelijk aan het idee van de dag denken, van vier tot vijf keer per uur, d.w.z. elke twaalf tot vijftien minuten. Jezus verwacht niet dat we zo gefocust zullen zijn. Niettemin wil hij dat we ons hiervoor inspannen en wanneer we een trouwe poging doen zullen we ons er bewust van worden hoezeer we willen dat we het ons niet herinneren. Een dergelijk inzicht over deze weerstand is bijzonder behulpzaam en bruikbaar op onze reis. We kunnen een probleem waarvan we het bestaan niet kennen niet corrigeren.

(6) Probeer in de korte oefenperioden te beseffen dat dit niet je eigen nietige, eenzelvige stemmetje is dat jou dit vertelt. Dit is de Stem namens God, die jou herinnert aan je Vader en je Zelf. Dit is de Stem van de waarheid, die alles wat het ego je over jezelf vertelt, vervangt door de eenvoudige waarheid over de Zoon van God. Je werd door liefde geschapen als zichzelf.

De Heilige Geest kan mijn ego niet vervangen door Zijn waarheid tenzij ik het denksysteem van het ego naar Hem breng. Daarom wees altijd waakzaam voor je ego terwijl je deze lessen doorneemt. Vraag Jezus om je te vergezellen zodat je met zijn licht je duisternis kan wegschijnen en je daarbij kan herinneren wie je bent: geschapen door Liefde als Zichzelf.

zondag 4 november 2018

Les 66 – Mijn geluk en mijn functie zijn één. – deel 2


Jezus zet deze bespreking verder in alinea 5 en stelt dit voor aan de hand van een premisse:

(5:1-4) Begin de tien à vijftien minuten durende oefenperiode met het herhalen van deze gedachten:
God schenkt mij niets dan geluk.
Hij heeft mij mijn functie gegeven.
Dus moet mijn functie geluk zijn.
Wanneer zin 1 en 2 waar zijn dan volgt hieruit een logische 3e zin 4. Dus gezien de eerste aanname waar is (God schenkt mij niets dan geluk) en ook de tweede (Hij heeft mij mijn functie gegeven) is het logisch gevolg hierop dat mijn functie geluk is.
Het doel van Jezus is dat wij ons zouden realiseren dat niets van wat wij hier in de wereld doen, ons geluk zal brengen. Het is alleen door het herkennen van ons falen hierin dat we gemotiveerd raken om naar iets anders uit te kijken. Dan zullen we begrijpen dat we op de verkeerde manier naar geluk gezocht hebben en het nooit zullen vinden behalve wanneer we ons naar binnen keren. Dus zegt Jezus:
(5:5-6:6) Probeer de logica in deze opeenvolging te zien, ook al aanvaard je de conclusie nog niet meteen. Alleen als de twee eerste gedachten onjuist zijn, kan de conclusie onwaar zijn. Laten we daarom tijdens de oefening een ogenblik nadenken over de premissen.
De eerste premisse is dat God jou niets dan geluk schenkt. Dit zou natuurlijk onwaar kunnen zijn, maar om onwaar te zijn is het nodig God te definiëren als iets wat Hij niet is. Liefde kan niet schenken wat slecht is en wat geen geluk is, is slecht. God kan niet geven wat Hij niet bezit en Hij kan niet bezitten wat Hij niet is. Als God jou niet uitsluitend geluk geeft, moet Hij wel slecht zijn. En het is deze definitie van Hem die jij gelooft als je de eerste premisse niet aanvaardt.
Wanneer je niet gelooft dat God je enkel geluk geeft dan maak je ook van Hem een dualistisch wezen die jou geluk zal schenken samen met iets anders. Bijvoorbeeld de God uit de Bijbel geeft ons geluk, maar evengoed lijden; Hij geeft ons leven maar evengoed dood; goed maar ook kwaad. De God die Jezus in Een Cursus in Wonderen beschrijft corrigeert deze dualistische goddelijke figuur van de Bijbel. Hij zegt ons dat God ons alleen geluk geeft omdat Hij enkel perfecte eenheid kent: Hij geeft dus enkel wat van Hemzelf is en kan niets anders geven omdat er niets anders is.
Om deze argumentatie verder te zetten: wanneer God jou geluk en kwaad zou geven dan zou kwaad ook een deel van God moeten zijn. Maar herinner je: ideeën verlaten hun bron niet. Dus als kwaad zou bestaan en God is de Bron van alles dan zou kwaad zijn oorsprong in God moeten vinden. Dit betekent dat de Bijbelse goddelijkheid niet enkel God in Hem heeft maar ook de duivel. Jezus moedigt ons dus aan hiernaar te kijken en onszelf af te vragen of dit waar kan zijn.
En dan nu de tweede premisse:
(7:1-4) De tweede premisse is dat God jou je functie heeft gegeven. We hebben al gezien dat je denkgeest slechts twee delen heeft. Het ene wordt door het ego beheerst en is samengesteld uit illusies. Het andere is de woonplaats van de Heilige Geest, waar de waarheid verblijft.
Dit is de beschrijving van de juiste en de onjuist denkende delen van de gespleten denkgeest.
De volgende zin geeft ons een duidelijke uitleg van het derde deel van de denkgeest die wij de keuzemaker zijn gaan noemen.
(7:5) Er zijn geen andere gidsen dan deze twee waartussen je kunt kiezen, …
Dienovereenkomstig moet er dus een deel in onze denkgeest zijn dat kiest tussen het ego of de Heilige Geest
(7:5) … en er zijn geen andere uitkomsten mogelijk als gevolg van je keuze dan de angst die het ego altijd verwekt en de liefde die de Heilige Geest altijd ter vervanging daarvan biedt.
Er zijn slechts twee mogelijkheden: liefde of angst. Al het andere is slechts een uitdrukking van een van deze twee gedachten. Daarom zegt Jezus in les 64: ‘Een ingewikkelde vorm betekent nog geen ingewikkelde inhoud.’ De wereld is gemaakt om ons in verwarring te brengen om dat wat is ingewikkeld te maken, maar is in essentie een heel eenvoudige keuze of ik kies voor het ego en angst en pijn zijn het ongelukkige resultaat hiervan of ik kies voor de Heilige Geest en geluk en vrede zijn het gelukkige gevolg. Zo simpel is het.
(8) Dus moet het zo zijn dat jouw functie of door God wordt vastgesteld via Zijn Stem of wordt opgesteld door het ego, dat jij gemaakt hebt om Hem te vervangen. Welk van beide is waar? Als niet God jou je functie heeft gegeven, moet het wel het geschenk van het ego zijn. Heeft het ego eigenlijk wel geschenken te vergeven, aangezien het immers zelf een illusie is en alleen de illusie van geschenken biedt?
Het ego kan ons geen werkelijk geschenk geven en kan daardoor ook niets werkelijks geven. Daarom is het enkel God die ons onze functie geeft. Het probleem echter is dat onze krankzinnigheid de voorkeur geeft aan de ‘geschenken’ van afscheiding en individualiteit van het ego in plaats van aan de liefdevolle geschenken van Gods Eenheid. Als onze leraar is het de uitdaging van Jezus om ons ervan te overtuigen dat geluk komt uit de keuze terug te keren naar ons ware Zelf.
(9) Denk hier vandaag tijdens de langere oefenperiode eens over na. Denk ook na over de vele schijnvormen die jouw functie in je denkgeest heeft aangenomen en de talrijke manieren waarop jij hebt geprobeerd onder leiding van het ego verlossing te vinden. Heb je die gevonden? Was je gelukkig?
Hebben ze jou vrede gebracht? We hebben vandaag heel veel eerlijkheid nodig. Herinner je de uitkomsten eerlijk en overweeg ook of het ooit redelijk was geluk te verwachten van iets wat het ego ooit heeft voorgesteld. Toch is het ego het enige alternatief voor de Stem van de Heilige Geest.
Opnieuw benadrukt Jezus de noodzaak om zorgvuldig te letten op onze ego’s. Voor wij ons de functie die God ons gegeven heeft weer kunnen herinneren, moeten we eerst kijken naar de functies die we onszelf gegeven hebben ter vervanging van die geschenken van God. Hij vraagt ons om heel eerlijk te zijn over gelijk welke functies en of zij ons inderdaad werkelijk gelukkig hebben gemaakt. Het is onnodig te zeggen dat Jezus het hier niet heeft over het tijdelijk geluk dat we allemaal van tijd tot tijd wel eens ervaren en die zoals altijd is wanneer we krijgen wat we willen. Hij verwijst naar een geluk dat zo diep is dat het door niets anders teniet kan worden gedaan. Het is deze eerlijkheid die Jezus van ons verlangt doorheen onze studie en in praktijk brengen van Een Cursus in Wonderen.
Alinea 10 is verwoordt op een andere manier het thema van ‘de een of de ander’, God of het ego. In dit geval verwijst het niet naar de ‘een of de ander’ in het egodenksysteem, maar de een of de ander in die zin dat er alleen God of het ego kan zijn en niet beide:
(10:1-4) Je zult naar waanzin luisteren of de waarheid horen. Probeer deze keuze te maken terwijl je nadenkt over de premissen waarop onze conclusie rust. Wij kunnen deze conclusie delen, maar geen andere. Want God Zelf deelt die met ons.
En omdat God die met ons deelt, moet het waar zijn. En al het andere is dus een leugen. De eenvoud hiervan onderstreept de eenvoud van onze te maken keuze: voor God kiezen is de razernij van het ego verwerpen, kiezen voor het ego is de waarheid van God verwerpen. Het ene leidt naar geluk, het andere naar miserie. Wat kan er eenvoudiger dan dit zijn?
(10:5-8) Het idee van vandaag is een volgende reuzenstap om het gelijke als gelijk en het verschillende als verschillend waar te nemen. Aan de ene kant staan alle illusies. Alle waarheid staat aan de andere kant. Laten we vandaag proberen in te zien dat alleen de waarheid waar is.
Dit thema vind men overal in Een Cursus in Wonderen terug. Bijna op het einde van het werkboek zegt Jezus bijvoorbeeld: ‘De Wederkomst van Christus geeft Gods Zoon dit geschenk: de Stem namens God te horen verkondigen dat het onware onwaar is en het ware nooit is veranderd.’ (Wd2. 10. 1:1) – de een of de ander.
In het gebed voor het nieuwe jaar waarmee hoofdstuk 15 eindigt kunnen we lezen: ‘maak dit jaar anders door het hetzelfde te maken’. (T. 15. XI. 10:11). Met andere woorden, in onze juist-gerichte ervaring is alles hetzelfde omdat alles hetzelfde doel van vergeving dient en dat alleen zal ons geluk brengen.
Het kan niet zijn dat als ik jou aanval ik mezelf niet aanval, noch kan ik jou vergeven zonder mezelf te vergeven aangezien we dezelfde zijn en niet verschillend – één Zoon met één verkeerd gerichte aanvalsfunctie en één juist gerichte vergevingsfunctie. Deze stelling wordt benadrukt op het einde van hoofdstuk 22 dat besluit met een bespreking van de heilige relatie:
Alleen zij die verschillen kunnen aanvallen. Zo kom jij tot de conclusie dat, omdat je kunt aanvallen, jij en je broeder verschillend moeten zijn. De Heilige Geest legt dit echter anders uit. Omdat jij en je broeder niet verschillend zijn, kun je niet aanvallen. Elk standpunt is een logische gevolgtrekking. Elk zou staande gehouden kunnen worden, maar nooit beide. De enige vraag die beantwoord moet worden om te kunnen besluiten welke waar is, is óf jij en je broeder wel verschillend zijn. Vanuit jouw inzicht gezien lijken jullie dat wel en daarom kun je aanvallen. Van beide alternatieven lijkt dit natuurlijker en meer in de lijn van je ervaring. En daarom is het noodzakelijk dat jij andere ervaringen opdoet, meer in de lijn van de waarheid, om jou te leren wat echt natuurlijk en waar is. (T. 22. VI. 13)
(11) Bij de korte oefenperioden, waarvan je vandaag het meest nut zult hebben als je ze tweemaal per uur doet, wordt deze vorm van toepassing voorgesteld:
Mijn geluk en mijn functie zijn één, omdat God ze mij beide gaf.
Het vergt niet meer dan een minuut en waarschijnlijk minder om deze woorden langzaam te herhalen en er even over na te denken terwijl je ze uitspreekt.
Het zou ons moeten opvallen hoe makkelijk wij vergeten. Twee keer op een uur ons herinneren hoe gelukkig vergeving ons maakt is niet echt veel tijd, behalve dan voor het ego die aast op ieder en elk onheilig moment. Daarom wanneer we niet in staat zijn om twee keer per uur aan de woorden van deze oefening te denken, dan moeten we op een gegeven moment eens gaan nadenken over onze weerstand hiervoor. Een dergelijk niet-oordelend denken – de betekenis van het kijken met de Heilige Geest – zal overvloedige beloningen opleveren iedere keer we ons herinneren om onszelf te vergeven dat we het vergeten zijn.

vrijdag 2 november 2018

Les 66 – Mijn geluk en mijn functie zijn één. – deel 1


De enige manier om gelukkig te kunnen worden is door Jezus onze leraar te laten zijn; een beslissing die onze vergevingsfunctie weerspiegelt. Niets anders kan ons geluk van blijvende aard brengen.

(1) Je zult ongetwijfeld hebben opgemerkt dat we in de laatste lessen steeds de nadruk hebben gelegd op het verband tussen het vervullen van jouw functie en het bereiken van geluk. Dit gebeurde omdat jij niet werkelijk het verband ziet. Er bestaat echter meer dan alleen maar een verband hiertussen: ze zijn hetzelfde. Hun vorm is verschillend, maar hun inhoud is volkomen gelijk.
Wanneer we onze gedachten van schuld, haat en lijden vergeven blijft er alleen geluk over want oorzaak en gevolg zijn een. Dit thema wordt doorheen Een Cursus in Wonderen gebruikt en is kenmerkend zowel voor de Hemel als voor de gespleten denkgeest. Oorzaak en gevolg, ideeën en hun bron, innerlijk en uiterlijk, ze zijn allemaal één. Oorzaak en gevolg zijn niet gescheiden: ideeën verlaten hun bron niet; gevolgen verlaten hun oorzaak niet. De oorzaak is dus het aanvaarden van onze functie met geluk als gevolg.
(2:1) Het ego voert voortdurend strijd met de Heilige Geest over de fundamentele vraag wat jouw functie is.
Voor het ego is onze functie overleven. Dit wordt tot stand gebracht door de verantwoordelijkheid voor de afscheiding te projecteren op iedereen en er daarbij voor te zorgen dat we nooit naar de bron zouden terugkeren: de beslissing van de denkgeest voor het ego. Het is onnodig te zeggen dat dit een eenrichtingsgevecht is want de Heilige Geest weet niets van de illusies van het ego behalve dan dat wij ervoor gekozen hebben ons met het ego te identificeren. Omdat er twee nodig zijn om oorlog te kunnen voeren en gezien de Heilige Geest om maar niet te spreken van God Zelf, op geen enkele manier de strijd aanbindt met het ego kan er ook geen oorlog zijn. Deze ‘niet-strijdlustigheid’ noemen we verdedigingsloosheid, de essentie van de Verzoening. De afscheiding, de oorsprong van de oorlog van het ego tegen God heeft zich nooit voorgedaan want God weet hier niets van. Een niet herkende illusie blijft een illusie. Nochtans wanneer we de illusie blijven herkennen als werkelijk wordt dit geloof voor ons een werkelijkheid. De droom de afscheiding is de werkelijkheid voor ons. Kiezen voor de Verzoening maakt een einde aan deze onzin en opent ons bewustzijn weer voor het gewaarzijn van de waarheid van onze Identiteit als Christus.
(2:2) Zo voert het ook voortdurend strijd met de Heilige Geest over wat jouw geluk is.
Het motto van het ego is doden of gedood worden. Geluk is wanneer we krijgen wat we willen en dat gebeurt ten koste van iemand anders: Ik win, jij verliest. Dat is geluk! Vraag het maar aan een sportteam die een grote wedstrijd heeft gewonnen. De spelers zijn blij omdat het andere team heeft verloren en ze zouden niet gelukkig zijn wanneer het andere team gewonnen zou hebben. Sport is zo gemaakt zodat er geen twee winnaars kunnen zijn. Wat wij op een sportveld als deelnemer (of in het stadium als een fan) op een schijnbaar onschuldige manier uitspelen weerspiegelt de onderliggende boosaardigheid van het denksysteem van het ego van ‘de een of de ander’. Maar op dit alles reageert de Heilige Geest zachtaardig:
Je ziet slechts interpretatie voor de waarheid aan. En je vergist je. Maar een vergissing is geen zonde en de werkelijkheid is door jouw vergissingen niet van haar troon gestoten. God regeert voor eeuwig en alleen Zijn wetten heersen over jou en over de wereld. Zijn Liefde blijft het enige wat er is. Angst is een illusie, want jij bent zoals Hij. (H. 18. 3:7-12)
En in de aanvaarding van die Liefde vinden we ons waar geluk.
(2:3-6) Het is geen wederzijdse strijd. Het ego valt aan en de Heilige Geest reageert niet. Hij weet wat jouw functie is. Hij weet dat het jouw geluk is.
De Heilige Geest reageert niet omdat er niets is voor Hem om op te reageren. Hoe zou Hij als een weerspiegeling van de waarheid in onze Denkgeest kunnen reageren op een illusie? Wanneer Hij dat zou doen dan zou de illusie werkelijk zijn. Zoals Jezus uitlegt in de tekst (T. 5. II.7:1-5), een passage waar we dikwijls zullen op terugkomen, is het enige wat de Heilige Geest doet ons herinneren. Hij overweldigt niet, beveelt of eist niet. Hij doet niets anders dan ons eenvoudig herinneren aan de waarheid. En de tekst gaat verder met:
De Stem namens God is altijd kalm, omdat Ze van vrede spreekt. Vrede is sterker dan oorlog, omdat ze geneest. Oorlog is deling, geen aanwas. Strijd levert niemand iets op. Wat zou het een mens baten, als hij de gehele wereld won, maar zijn eigen ziel verloor? Als je naar de verkeerde stem luistert, heb je je ziel uit het oog verloren. (T. 5. 7:7-12)
De vrede van de Heilige Geest is het einde van conflict, terwijl de ‘verkeerde stem’ ons naar de oorlog leidt waarin we onze ziel verliezen. Maar zonder tegenstand houdt de schijnbare vijand op te zijn en wat een oorlogsgebied leek te zijn vervaagd ‘in de nietsheid van waar het kwam’ (H. 13. 1:2). De aanvalsillusies van het ego zijn naar de waarheid van de Heilige Geest gebracht en ‘de waarheid zag ze niet’ (H. 14. 1:10). Zodoende zijn ze ongedaan gemaakt want hun schijnbare realiteit is niet herkend. Hoe kan er dan op gereageerd worden?
Niettemin blijft het ego pogingen doen om conflict werkelijk te maken. In elk conflict zijn er twee tegenover elkaar staande machten waarvan de ene de winnaar zal worden en de andere de verliezer. De Heilige Geest is echter geen tegenoverstaande kracht. Er is enkel God en niets anders. Daarom is voor de Heilige Geest de weg uit het conflict ons eraan herinneren dat er geen conflict is, er is geen probleem dat moet opgelost worden, geen vijand waarmee men geconfronteerd wordt en die overwonnen moet worden. Dat feit alleen al maakt ons gelukkig.
(3) Vandaag zullen we proberen voorbij te gaan aan deze totaal zinloze strijd en uit te komen bij de waarheid omtrent jouw functie. We zullen ons niet inlaten met onzinnig geredetwist over wat die is. We zullen niet hopeloos verwikkeld raken in het definiëren van geluk en het bepalen van de middelen om dat te bereiken. We zullen niet toegeven aan het ego door te luisteren naar zijn aanvallen op de waarheid. We zijn alleen blij dat we erachter kunnen komen wat de waarheid is.
De manier van Een Cursus in Wonderen om het ego ongedaan te maken is door er naar te kijken. Er is niets anders vereist. Wanneer we er naar kijken realiseren we ons dat er niets te zien is en er dus geen enkele reden is om het te definiëren of te argumenteren met het denksysteem ervan. Dus gaan we voorbij de illusionaire aard ervan naar de waarheid. Om nog eens deze belangrijke regels aan te halen:
Niemand kan ontsnappen aan illusies tenzij hij ernaar kijkt, want door er niet naar te kijken worden ze beschermd. Het is niet nodig voor illusies terug te deinzen, want ze kunnen niet gevaarlijk zijn. We zijn klaar om het denksysteem van het ego nader te bekijken, want samen hebben we de lamp die het zal verdrijven … want we moeten hier eerst naar kijken om erdoorheen te kunnen zien, aangezien jij het werkelijkheid hebt verleend. We zullen deze dwaling samen in stilte ongedaan maken en vervolgens naar de waarheid kijken die erachter ligt. Wat is genezing anders dan het wegnemen van al wat kennis in de weg staat? En hoe kan men illusies anders verdrijven dan door ze direct onder ogen te zien, zonder ze in bescherming te nemen? Wees dan ook niet bang, want waar je naar zult kijken is de bron van angst en jij begint juist te leren dat angst niet werkelijk is. (T. 11. V. 1:1-3, 5-2:3)
Het proces van vergeving brengt dus met zich mee dat het ego waarvan we dachten dat het er was, geen gevolg heeft. En wanneer het geen gevolg heeft kan het ook geen oorzaak zijn, wanneer het dus geen oorzaak is heeft het ook geen bestaan.
Jezus traint ons om naar de valse functies van speciaalheid te kijken die wij gemaakt hebben ter vervanging van onze ware functie, die vergeving is en ons dan herinneren Wie we zijn. Hij vraagt ons om slechts naar het valse te kijken, want dan wordt de illusie naar de waarheid gebracht en in de aanwezigheid van het licht ervan verdwijnt de duisternis van het ego.
 (4) Onze langere oefenperiode beoogt vandaag jouw acceptatie van het feit dat er niet alleen een heel wezenlijk verband is tussen je geluk en de functie die God jou heeft gegeven, maar dat ze in feite identiek zijn. God schenkt jou niets dan geluk. Daarom moet de functie die Hij jou gegeven heeft wel geluk zijn, zelfs als het iets anders lijkt. De oefeningen van vandaag zijn een poging aan deze verschillen in verschijningsvorm voorbij te gaan en een gemeenschappelijke inhoud te onderkennen waar die in waarheid bestaat.
Hier richt Jezus zich naar het wezenlijke verschil tussen schijn en werkelijkheid, niet in termen van wat wij uiterlijk waarnemen, maar binnen onze eigen ervaring. Zo vaak, versterkt door religieuze of spirituele tradities, houden spirituele beginnelingen vast aan het krankzinnige geloof dat God offers vraagt. Ze blijven achtervolgd worden door het idee dat onze functie betekent om te lijden. In het begin van hoofdstuk 3 in de tekst heeft Jezus het over deze waanzin waar hij de vreselijke misvatting bespreekt dat God Zelf Zijn eigen Zoon in naam van de verlossing zou hebben vervolgd. (T. 3. I. 2:4). Hij gaat dieper in op dit cruciale punt door de mispercepties van de kruisiging als zijn referentiepunt te nemen:
God gelooft niet in vergelding. Zijn Denkgeest schept niet op die manier. Hij rekent jou je ‘zondige’ daden niet aan. Is het dan waarschijnlijk dat Hij ze mij aanrekenen zou? Wees heel zeker dat je begrijpt hoe volslagen onmogelijk deze veronderstelling is en hoe volledig die uit projectie voortkomt. Dit soort vergissing is verantwoordelijk voor een massa aanverwante vergissingen, waaronder het geloof dat God Adam verstoten heeft en hem uit de Hof van Eden heeft verdreven. Het is tevens de reden dat jij wellicht van tijd tot tijd gelooft dat ik je op een dwaalspoor breng. … Offeren is een begrip dat God totaal onbekend is. Het komt uitsluitend voort uit angst en angstige mensen kunnen kwaadaardig zijn. (T. 3. I.3:4-10; 4:1-2)
Deze wreedheid is niet alleen gericht op anderen, maar ook op onszelf. Het is op deze pijnlijke misinterpretatie dat God om opoffering zou vragen, dat Jezus met deze les een poging tot corrigeren doet: ons geluk en onze functie zijn één.
(wordt vervolgd)