donderdag 7 februari 2019

Les 82 –We zullen vandaag deze ideeën herhalen


(1) Het licht van de wereld brengt elke denkgeest vrede door mijn vergeving. (63)

(1:2-5) Mijn vergeving is het middel waardoor het licht van de wereld uitdrukking vindt via mij. Mijn vergeving is het middel waardoor ik me bewust wordt van het licht van de wereld in mij. Mijn vergeving is het middel waardoor de wereld wordt genezen, tegelijk met mij. Laat me dan de wereld vergeven opdat ze mag worden genezen, samen met mij.
We zien hier het nu vertrouwd geworden thema dat de denkgeest van de Zoon van God één is en dus de grondslag voor de genezing van de wereld. Wanneer ik jou vergeef dan moet ik ook mezelf vergeven gezien we hetzelfde schuldige zelf zijn. Wanneer ik de liefde van Jezus als mijn identiteit aanvaard in plaats van de speciale liefde van het ego dan wordt ik er mij bewust van dat er geen afscheiding is in het Zoonschap. Het is dus niet mogelijk dat ik één deel van het Zoonschap vergeef zonder alles te vergeven. Dit vormt een essentieel deel van de boodschap van de Cursus. En om het nog maar eens te zeggen: Jezus heeft het niet over het genezen van een uiterlijke wereld. Er is geen uiterlijke wereld! Daarom zegt hij ook in de tekst: ‘zoek niet de wereld te veranderen, maar kies ervoor je denken over de wereld te veranderen.’ (T. 21. Inl. 1:7). De wereld, die een idee is, heeft nooit haar bron verlaten en is daarom nog steeds daar. Wanneer mijn denken dus genezen is van afscheidingsgedachten – zonde, schuld en aanval – moet de wereld dienovereenkomstig ook genezen zijn.
Wat hier nu volgt zijn drie uitspraken die in onze dagelijkse oefening kunnen toegepast worden:
2. Suggesties voor concrete toepassingsvormen van dit idee zijn:
(2:2-4)  Laat vrede zich van mijn denkgeest uitbreiden naar die van jou, [naam].
Ik deel het licht van de wereld met jou, [naam].
Dankzij mijn vergeving kan ik dit zien zoals het is.
Wanneer er vrede is in je denken dan moet zich dat naar iedereen uitbreiden. Een duidelijke manier te onderscheiden of je voor de vrede van God gekozen hebt of voor de haat van het ego is door te letten op wat je waarneemt, op jouw percepties. Wanneer je iets in de wereld waarneemt die jou stoort dan kan er geen vrede in je denken zijn. Dit doet ons denken aan de eerdere lessen die ons leren dat alles wat we uiterlijk waarnemen afkomstig is van onze gedachten. We moeten ons dus realiseren dat wanneer we niet in vrede zijn voor iets buiten ons, ons denken ook niet vredig kan zijn. Dit helpt ons te begrijpen dat we een keuze voor het ego hebben gemaakt, een keuze die we kunnen corrigeren en ongedaan maken. Terwijl we op dit punt in ons in praktijk brengen van Een Cursus in Wonderen we niet direct in contact zijn met onze gedachten kunnen we ze toch herkennen door te begrijpen dat wat we buiten ons zien een directie weerspiegeling is van wat we binnen in ons werkelijk gemaakt hebben. Om nog maar eens te herhalen, wanneer we willen weten of we voor Jezus of voor het ego als onze leraar gekozen hebben, moeten we aandacht schenken aan onze reacties in de wereld. We moeten er ons aan herinneren dat telkens we oordelen of telkens we van streek zijn dit een rode vlag is die zegt: ‘Ik heb opnieuw voor mijn ego gekozen. En in plaats van verantwoordelijkheid te nemen voor deze beslissing heb ik ervoor gekozen om deze te projecteren, het in anderen te zien, maar niet in mezelf.’ Deze gedachte van waanzin kan door middel van vergeving gemakkelijk ongedaan gemaakt worden.
(3:1) Laat me mijn functie niet vergeten. (64)
We komen terug op het thema over ons ware Zelf.
(3:2) Ik wil mijn functie niet vergeten, want ik wil me mijn Zelf herinneren.
Wanneer ik me werkelijk wil herinneren Wie ik ben en terug naar huis wil gaan dan moet ik vergeven. Mijn vergevingsfunctie is het middel waarmee ik mijn herinnering aan mijn Identiteit bereik. Wanneer je merkt dat je aan het oordelen bent - speciale liefde of speciale haat – dan is dat zeker een teken dat je er niet voor gekozen hebt om te ontwaken uit de droom en je Zelf te herinneren. In plaats hiervan heb je gekozen om een gevangene te blijven en anderen de schuld te geven voor jouw toestand. Wanneer je dan ontdekt wat je gedaan hebt moet je jezelf daarvoor niet veroordelen of je hier schuldig over voelen. Je vraagt eenvoudig aan Jezus om je te helpen herinneren dat je hier niet gelukkig bent en dat geen enkel oordeel die je gemaakt hebt of geen enkele speciaalheid die je gezocht hebt, je iets anders dan de illusie van geluk en vrede heeft gebracht. Vraag Jezus om je te helpen zonder oordeel naar jezelf te kijken wat dus ook betekent dat je naar anderen zonder oordeel kijkt.
Om nog eens te herhalen, om te weten wat er in je denkgeest gaande is schenk dan aandacht aan je denken, je waarnemen en je voelen. Wanneer er vrede is en een geest van samenwerking met anderen aan een gemeenschappelijk doel dan weet je dat je de Heilige Geest als je leraar hebt gekozen. Als je anderzijds onrust voelt dan is dat stellig een teken dat je voor het ego hebt gekozen.
(3:3) Ik kan mijn functie niet vervullen als ik die vergeet.
Dus hebben we een Leraar nodig die ons herinnert aan onze vergevingsfunctie en die kan gedefinieerd worden als ‘het laten gaan van oordeel’. Daarom wanneer je ziet dat je aan het oordelen bent dan kies je ervoor om je functie te vergeten omdat je niet terug naar huis wil gaan.
(3:4) En tenzij ik mijn functie vervul, zal ik niet de vreugde ervaren die God mij heeft toebedacht.
Telkens we ons speciaal voelen, oordelen of betrokken zijn bij iets van het egodenksysteem, zeggen we dat we de vreugde die God voor ons voorziet niet willen en in plaats daarvan de vervanging van het ego hiervoor aanvaarden. In ons schuldgevoel dat we de vreugde van God van ons afgeduwd hebben, projecteren we dit naar buiten en zien fouten in alle anderen. Nogmaals, het gaat er niet om dat we onszelf veroordelen omdat we geprojecteerd hebben maar er ons bewust van te worden dat we dit gedaan hebben en de enorme prijs die we hiervoor moeten betalen.
We worden dan gevraagd om te oefenen door dit idee toe te passen dat zegt: 
(4:2) Laat ik dit niet gebruiken om mijn functie voor mezelf te verbergen.
‘Dit’ is alles wat we in de loop van de dag ervaren; bijv. niet gelukkig zijn door de verandering van het weer of door wat iemand wel of niet gedaan heeft. We zouden dan moeten zeggen: ‘Ik heb voor deze situatie gekozen om mijn functie voor mij te kunnen verbergen en dat doe ik om de vreugde van God van mij af te houden.’
(4:3) Ik wil dit aangrijpen als een kans om mijn functie te vervullen.
In plaats van een situatie te gebruiken om mijn functie te negeren kunnen we het Jezus opnieuw laten definiëren om te vergeven. Met andere woorden we kunnen naar alles kijken als zijnde een leerschool waarin de Heilige Geest ons kan leren dat ons geluk niet in iets buiten ons ligt, noch in het zijn van een afgescheiden zelf, maar in het kiezen voor Jezus als onze leraar die ons voorbij onze speciaalheid terug naar huis leidt. En dit, nogmaals, heeft betrekking op alles wat er gedurende de dag gebeurt.
(4:4) Dit bedreigt misschien mijn ego, maar kan op geen enkele wijze mijn functie veranderen.
Met andere woorden, wanneer ik iets wat iemand doet of zegt als bedreigend waarneem wil dit niet zeggen dat mijn functie verdwenen is. Het betekent enkel dat ik ervoor gekozen heb om in de war te zijn omdat ik mijn functie wou verbergen. Toch blijft mijn functie veilig bij mij omdat de Leraar ervan ook in mij is. Er is daarom niets die de kracht heeft om de functie van vergeving van mij te verwijderen behalve mijn eigen beslissing.

donderdag 31 januari 2019

Les 81 – Onze ideeën voor vandaag zijn de volgende


(1) Ik ben het licht van de wereld. (61)

Hoe heilig ben ik, die de functie werd gegeven de wereld te verlichten! Laat ik stil zijn in het aangezicht van mijn heiligheid. Laten al mijn conflicten verdwijnen in haar kalme licht. Laat ik mij in haar vrede herinneren Wie ik ben.

In deze eerste les vinden we een duidelijke uitspraak over wie we werkelijk zijn. Dit wordt weerspiegeld in de herinnering via de Stem van de Heilige Geest aan onze functie om de wereld te verlichten. Zoals we in de eerste bespreking van deze les konden zien is het niet een uiterlijke wereld die we verlichten, maar enkel de wereld die bestaat in de denkgeest van de Zoon van God en die duister is omdat wij ervoor gekozen hebben om naar het ego te luisteren. Door dus te kiezen voor de Heilige Geest te kiezen worden ook wij Zijn licht van de waarheid. In dit licht is conflict niet langer mogelijk. Conflict kan enkel bestaan in de duisternis van het tegengestelde denksysteem van het ego.

(2). Mochten zich bijzondere moeilijkheden lijken voor te doen, dan zouden enkele concrete toepassingsvormen van dit idee kunnen zijn:

Laat ik het licht van de wereld in mij niet verduisteren.
Laat het licht van de wereld door deze verschijningsvorm heen schijnen.
Deze schaduw zal verdwijnen in het aanschijn van het licht.

Wanneer we voor Jezus kiezen verdwijnen de schaduwen van de wereld – de projectie van onze schuld. Zolang wij voor het licht kiezen hebben deze schaduwen geen enkele macht ongeacht de vorm. Een illusie, is een illusie, blijft een illusie en heeft geen macht over de waarheid. Het is dus onze dagelijkse functie om onze percepties van de duisternis naar het licht van de waarheid van Jezus te brengen.
De volgende les behandelt vergeving, het grootste thema van Een Cursus in Wonderen.

(3:1) Vergeving is mijn functie als het licht van de wereld. (62)

Onze functie in de Hemel is om te scheppen. Dit gaat echter niet op in deze wereld waar geen referentie aan de hemel gevonden wordt. Toch heeft vergeving wel degelijk een betekenis hier. Vooruitblikkend op les 192 waar we herinnerd worden aan:

Het is je Vaders heilige Wil dat jij Hemzelf compleet maakt en dat jouw Zelf Zijn heilige Zoon is, voor eeuwig zuiver zoals Hij, uit liefde geschapen en in liefde bewaard, liefde uitbreidend, scheppend in haar naam, voor eeuwig één met God en met jouw Zelf. Maar wat kan zo’n functie betekenen in een wereld vol afgunst, haat en aanval? …
Daarom heb je een functie in de wereld in haar eigen termen. Want wie kan een taal begrijpen die zijn eenvoudig begrip verre te boven gaat? Vergeving vertegenwoordigt jouw functie hier. (Wd1. 192. 1:1-2:3)

En in de tekst omschrijft Jezus het zo:
Zoals scheppen je functie in de Hemel is, zo is genezen je functie op aarde. God deelt Zijn functie met jou in de Hemel en de Heilige Geest deelt de Zijne met jou op aarde. (T. 12. VII. 4:7-8)

Het is onze vergevingsfunctie of genezingsfunctie die ons in staat stelt het egodenksysteem los te laten, eerst door het niet meer te zien in iemand anders en dan door ons bewust te worden dat het ook niet echt in onze denkgeest aanwezig is. Dit ongedaan maken van de schuld verwijdert de blokkades die onze werkelijke scheppingsfunctie verbergt, zoals het ook onze Identiteit als Christus verborgen houdt.

(3:2-3) Door mijn functie te aanvaarden zal ik het licht in mij zien. En in dit licht zal me mijn functie helder en volkomen ondubbelzinnig voor ogen staan.

Steeds weer zien we dat de focus ligt op het verwijderen van de blokkades – de betekenis van vergeving – die het Licht van de Liefde van Christus van ons weghouden. Het is altijd goed om het begin van de tekst in herinnering te brengen:

De cursus beoogt niet de betekenis van liefde te onderwijzen, want dat gaat wat onderwezen kan worden te boven. Hij beoogt echter wel de blokkades weg te nemen voor het bewustzijn van de aanwezigheid van liefde, die jouw natuurlijk erfgoed is. (T. Inl. 1:6-7)

(3:4-5) Mijn aanvaarding is er niet van afhankelijk of ik inzie wat mijn functie is, want wat vergeving is begrijp ik nog niet. Toch vertrouw ik erop dat ik haar in het licht zal zien zoals ze is.

Dit is belangrijk. Wanneer we beginnen met ons werk met Een Cursus in Wonderen, denken we dat vergeving iets is wat we doen tegenover iemand anders en waarbij we denken dat vergeving betrekking heeft op het over het hoofd zien van het verschrikkelijke wat iemand gedaan heeft en dan zeggen dat we hem vergeven. Het gaat er echter om dat we ons realiseren ‘dat ik de zondaar ben en niet jij.’ Wat ons naar het begrip brengt dat vergeving niets te maken heeft met gelijk wie maar alleen maar met onszelf gezien er geen wereld is die los staat van onze denkgeest.
Jezus zegt dus dat we dit proces kunnen starten zonder goed te begrijpen wat het werkelijk inhoudt en we onze beklimming van de ladder kunnen beginnen zonder ons bewust te zijn van de bovenste sporten, laat staan van God Die helemaal voorbij de ladder is. Het volstaat te weten dat we verkeerd zijn over alles wat we denken, voelen en waarnemen. En we kunnen prima verdergaan zonder het antwoord op het probleem van het ego te begrijpen:

Je bent er nog steeds van overtuigd dat jouw inzicht een machtige bijdrage vormt aan de waarheid en haar maakt tot wat ze is. Toch hebben we beklemtoond dat je niets hoeft te begrijpen. Verlossing is makkelijk, juist omdat ze niets vraagt wat je niet nu meteen kunt geven. (T. 18. IV. 7:5-7)

We begrijpen nu tenminste begrijpen dat we niets weten. Dat is de eerste stap. De volgende stap nemen wordt makkelijker wanneer we oefenen, zoals hier in deze drie specifieke toepassingen staat:

4. Specifieke vormen voor het hanteren van dit idee kunnen behelzen:
(4:2-4) Laat dit mij helpen om te leren wat vergeving betekent.
Laat me mijn functie niet scheiden van mijn wil.
Ik zal dit niet benutten voor een wezensvreemd doel.
Zoals altijd vraagt Jezus ons om onze dagelijkse ervaringen te zien als kansen om te leren hoe we kunnen vergeven. We lopen even vooruit op deze latere prachtige les: Alles is een les die God me graag ziet leren (Wd1.193). We leren gebruik te maken van de juiste kracht van ons denken door van het afschuwelijke aanvalsdoel van het ego te veranderen naar het juist-gerichte doel van de Heilige Geest van genezing. We keren onze wil terug naar de Wil die God voor ons geschapen heeft.

maandag 28 januari 2019

Herhaling II – Inleiding – deel 2


(4:1-2) Sta niet toe dat je intentie wankelt in het aanzicht van afleidende gedachten. Realiseer je dat, wat voor vorm ze ook aannemen, ze geen betekenis en geen macht hebben.

Deze uitspraak betekent het einde van het egodenksysteem van zonde, schuld en angst, want zonde is de gedachte die zegt dat onze gedachten kracht bezitten. Ze hebben God vernietigd, Christus gekruisigd en de eenheid van de Hemel verbrijzeld. Zij hebben inderdaad zo veel kracht dat zij ervoor gezorgd hebben dat God uit zijn graf van speciaalheid, waarin wij Hem gedreven hebben, is verrezen en Hij nu op zoek is om ons te vernietigen.
Een belangrijk thema in de herhaling van deze lessen is zij willen aantonen dat onze afleidende en aanvallende gedachten niets bereikt hebben. De kracht die ze lijken te hebben is slechts de kracht die wij eraan gegeven hebben. En dat is de basisnorm: we geven de kracht aan het geloof in onze denkgeest in illusies en reageren er dan op alsof ze werkelijk zijn. De kracht waarvan we geloven dat we die gebruikt is tot het vernietigen van God is de kracht waarvan we geloven dat overal rond ons is, zowel in onze gedachten als in de wereld die we zien. Deze kracht is echter afkomstig van het geloof in onze beslissing om eerst de Hemel te verlaten en daarna God te vernietigen. Jezus zegt hier echter dat deze zogenaamde kracht geen gevolgen heeft: ‘Niet een noot in het lied van de Hemel wordt gemist.’ (T. 26. V. 5:4) De enige echte kracht die bestaat is de kracht van God en die doet niets. Zo simpel is het.

(4:3-5) Vervang ze met jouw vastbeslotenheid te slagen. Vergeet niet dat jouw wil macht heeft over alle fantasieën en dromen. Vertrouw erop dat die jou er doorheen zal helpen en jou voorbij dit alles zal dragen.

Onze wil – de kracht van ons denken die op één lijn staat met de kracht van God heeft macht over alle fantasieën en dromen. Dit is niet kracht zoals wij dit begrijpen – om te overwinnen of te domineren – maar de kracht van de waarheid. De bekende lijn uit een latere les: ‘We zeggen ‘God is’ en doen er dan het zwijgen toe’ (Wd1. 169. 5:4) drukt de betekenis uit van die kracht: er is niets anders dan de Liefde van God en wij zijn die Liefde. Het enige probleem is dat zij hiervoor niet kiezen. We kunnen niet weten dat zij ook ons toebehoort tenzij we beslissen ervoor te kiezen.

(5:1) Beschouw deze oefenperioden als toewijdingen aan de weg, de waarheid en het leven.

Dit is een verwijzing naar de beroemde uitspraak die Jezus doet in het evangelie van Johannes (Johannes 14:6a). Het is een regel die regelmatig aangehaald wordt in Een Cursus in Wonderen. Jezus vergelijkt dit nu met de egoversie:

(5:2-4) Weiger af te dwalen in omwegen, illusies en doodsgedachten. Jij bent aan verlossing toegewijd. Wees iedere dag vastbesloten je functie niet onvervuld te laten.

We hebben een denksysteem gemaakt dat precies tegenovergesteld is aan het denksysteem van de Hemel. Jezus vertegenwoordigt dus voor ons ‘de weg, de waarheid en het leven’ net zoals het ego de omleiding vertegenwoordigt die ons van Huis weghoudt – een illusionair denksysteem dat zijn hoogtepunt bereikt in de dood. Nogmaals, Jezus doet een beroep op ons verlangen gelukkig te zijn om terug te keren naar onze Bron. We kiezen tegen ons geluk en gaan systematisch verder met onze denkgeest gevangen te houden met ‘illusies en gedachten van dood’ in die mate waarin we niet willen terugkeren en onze plaats als afgescheiden individuen willen behouden. We geloven dat onze denkgeest geen macht heeft omdat we ontkent hebben dat we een denkgeest hebben door die macht toe te kennen aan het lichaam en de wereld.

(6:1) Bevestig je vastbeslotenheid eveneens in de korte oefenperioden, de originele vorm van het idee gebruikend voor algemene toepassing en waar nodig een meer concrete vorm.
Jezus rekent hier op onze vastberadenheid om niet op het zijspoor van het ego te komen, het zijspoor van afgescheidenheid en speciaalheid. Hij tracht onze alertheid te versterken om niet langer te kiezen voor schuld en angst. Het is het doel van deze herhalingsperiode.

(6:2-4) Enkele specifieke vormen zijn opgenomen in de toelichting, die voortvloeien uit de uiteenzetting van de ideeën. Dit zijn echter louter suggesties. De precieze woorden die je gebruikt doen er niet toe.

In het werkboek – en vooral hier - vinden we indirecte raadgevingen van het complete denksysteem van Een Cursus in Wonderen. Deze laatste uitspraak benoemt duidelijk het thema over vorm en inhoud. De vorm is nooit belangrijk, bijv. de woorden van een werkboekles, maar de beslissing die de denkgeest maakt om Jezus als leraar te kiezen. De inhoud van onze keuze weerspiegelt zich in specifieke vormen, maar het is een vergissing te denken dat het probleem en de oplossing in de wereld kunnen gevonden worden. Dat is enkel binnen in onze denkgeest die de echte en blijvende verandering bevat.

woensdag 23 januari 2019

Herhaling II – Inleiding – deel 1


De herhalingen in het werkboek maken integraal deel uit van de volledige leerstof, net zoals dat voor de meeste leraren ook zo is gedurende een leerjaar of een semester. Deze herhalingen zijn echter meer dan allen maar een opsomming van de voorgaande lessen. Zoals we zullen zien wordt er telkens weer iets nieuws aan toegevoegd. De inleiding tot deze herhalingen zijn dus van even groot belang. Deze maakt hier geen uitzondering op.

(1:1 – 2:1) We zijn nu klaar voor een andere herhaling. We zullen beginnen waar onze vorige herhaling is gebleven en elke dag twee ideeën beslaan. Het eerste deel van elke dag zal gewijd worden aan één van deze ideeën, het laatste deel van de dag aan het andere. We zullen één langere oefenperiode houden en frequente kortere waarin we beide oefenen. De langere oefenperioden zullen deze algemene vorm volgen: neem ongeveer vijftien minuten voor elk van hen en begin de ideeën voor die dag en de opmerkingen die zijn opgenomen in de opdrachten te overdenken.

Merk hier de vraag van Jezus op om een toenemende structuur te volgen. We hebben inmiddels al een grote afstand afgelegd van de relatief ongestructureerde oefeningen in het begin en zijn al evengoed gevorderd in het gewaarzijn van onze weerstand ertegen. We kunnen in feite twee grote vormen van deze weerstand waarnemen die een appèl zijn op de angst van het ego dat wij het doel van deze praktijksessies zouden behalen. De eerste en meest duidelijke is dat we erin slagen om de oefenperiodes gedurende de dag te vergeten. De tweede is subtieler en weerspiegelt de speciale liefde, de oorspronkelijke verdediging. In plaats van de praktijkperioden te vermijden wachten we er nu met ongeduld op omdat hun nogal rituele vorm een welkome verademing kan brengen in ons dagelijks leven. Dit laat onze ego’s toe om er afhankelijk van te worden in plaats van toe te laten deze lessen te leren integreren in onze leefsituaties.

(2:2) Wijd er ongeveer drie of vier minuten aan om ze langzaam door te lezen, verscheidene keren als je dat wenst en sluit dan je ogen en luister.

Eén van de belangrijke thema’s van deze inleiding – en uiteraard ook van deze lessen – is dat de waarheid van de Verzoening nog steeds in ons aanwezig is. Het probleem is dat we het toegedekt hebben. En ook al wordt de reden waarom we dit gedaan hebben in deze inleiding niet besproken, weten we toch uit de andere lessen, om maar niet te spreken van onze studie van de tekst, dat in de aanwezigheid van de waarheid van de Verzoening, onze individuele identiteit zal verdwijnen. Om er zeker van te zijn dat de Liefde van God geen bedreiging vormt voor ons zelf beschermen we ons zelf met de verdedigingen van het ego, zoals in volgende passage wordt omschreven:

Je hebt jouw hele krankzinnige geloofssysteem opgebouwd omdat je meent in Gods Tegenwoordigheid hulpeloos te zijn en jij wilt jezelf van Zijn Liefde verlossen omdat je denkt dat die jou tot niets vermalen zou. Je bent bang dat ze jou van jezelf weg zou vagen en jou klein zou maken, omdat je gelooft dat grootheid in verzet besloten ligt en aanval grootsheid is. Jij denkt dat je een wereld hebt gemaakt die God zou willen vernietigen en dat je door Hem lief te hebben, wat je dóet, die wereld weg zou werpen, wat je ook zou doen. Daarom heb je de wereld gebruikt om je liefde te verhullen en hoe dieper je in de zwartheid van het fundament van het ego doordringt, hoe dichter je bij de Liefde komt die daar verborgen is. En juist dit jaagt jou angst aan. (T. 13. III. 4)

De ‘jij’ die bang is, is dat deel van de denkgeest dat zich geïdentificeerd heeft met het denksysteem van het ego. De eerste regel van onze verdediging is ons geloof dat we schuldig zijn aan zonde wat leidt tot het geloof dat de denkgeest een gevaarlijke plaats is. Om hieraan te ontsnappen projecteren we dit zelfbeeld en maken een wereld en een afgescheiden identiteit dat nu omhult is door een lichaam. Eens dit volbracht geloven we dat de schuld en zonde ergens anders verblijft, maar niet in ons. Dit leidt vervolgens tot het vasthouden aan grieven en oordelen en aan de hand van onze aanvallen bewijzen we dat de afscheiding werkelijk is – mijn aanval op jou of jouw aanval op mij maken ons afgescheiden en verschillend. Nog meer directer is dat ik jou aanval omdat jij zondig bent waardoor mijn boosheid gerechtvaardigd is. We hebben dus de stem van de waarheid in onze denkgeest tot zwijgen gebracht, bedekt met het geloof dat we zondig en schuldig zijn. We ontkennen dit door het te projecteren om zo te geloven dat de zonde en schuld aanwezig is in anderen. 
Het doel van deze lessen en van Een Cursus in Wonderen is ons te leren dat we dit gedaan hebben en waarom om dan te herkennen dat deze verdedigingen onze belangen niet dienen omdat zij ons niet gelukkig maken. Wanneer we ze op zij zouden zetten, samen met de angst dat wij ons speciale zelf zullen verliezen, zouden we de Stem horen die over de waarheid tot ons spreekt en die een weerspiegeling is van het Verzoeningsprincipe. 
Met deze inleiding herinnert Jezus ons hieraan en hij dringt erop aan dat wij de waarheid achter onze verdedigingen zouden inzien door ons te herinneren aan de kracht van ons denken om opnieuw te kiezen. Want het was door deze kracht dat we geloofden dat we de Hemel konden verlaten en de leugen van het ego over zonde, de wraak van God en onze behoefte aan een wereld waarin we ons kunnen verbergen, te accepteren. We blijven echter volhouden in het geloven van de leugen en rechtvaardigen dit door iedereen aan te vallen. Jezus richt zich dus tot de kracht van ons denken in de hoop dat we naar ons gezonde verstand terugkeren en zijn liefde kiezen in plaats van de haat van het ego.

(3:1) Herhaal de eerste fase als je merkt dat je geest afdwaalt, …

De denkgeest dwaalt niet van zichzelf af, maar doet dat omdat wij hiervoor kiezen. Tenslotte neemt dit afdwalen de denkgeest mee weg van zichzelf richting de wereld. In plaats van te kijken naar onze keuze om zondig en schuldig te zijn kijken we naar de zonde en schuld van de anderen. Voor dit afdwalen van de denkgeest waarschuwde Jezus Helen en ons allemaal:

Je bent veel te tolerant tegenover het afdwalen van je denkgeest en je vergoelijkt stilzwijgend de miscreaties ervan. (T. 2. VI. 4:6)

De miscreaties zijn onze projecties en wanneer we proberen deze oefeningen in praktijk om te zetten, te mediteren of te bidden komen ze vaak voor in de vorm van vreemde gedachten om ons af te leiden. We moeten ons herinneren dat zij niet zomaar ongevraagd in onze denkgeest komen. Ze zijn er omdat wij willen dat ze er zijn als verdediging om ons voor de liefde te beschermen.

(3:1-4) …maar tracht het grootste deel van de oefenperiode rustig maar aandachtig te luisteren. Er wacht een boodschap op jou. Vertrouw erop dat je haar zult ontvangen. Onthoud dat ze jou toebehoort en dat je haar wilt.

De laatste woorden “dat je haar wilt’ is cruciaal. Het is deze boodschap die we moeten willen horen. Het feit is echter dat wij allemaal als de ene Zoon in het begin gekozen hebben om haar niet te horen, omdat het horen van de boodschap van Verzoenen – dat de afscheiding nooit gebeurd is –het einde van ons speciale bestaan betekent. Waarom zouden onze ego’s dan deze boodschap willen ontvangen? Als ego zijnde is dit hetzelfde gevoel dat we in ons dagelijks leven steeds uitdrukken en naspelen. Herinner je dat tijd een illusie is en niet lineair. Alles gebeurt tegelijk. Het komt er dus op neer ons te realiseren dat de boodschap waarvoor wij gekozen hebben, ons niet gelukkig maakt. Nochtans is er in onze denkgeest een andere boodschap die ons wel degelijk geluk zal brengen: de Stem namens God is niet verdwenen; we zijn ervan afgedwaald maar Zijn Liefde is gebleven. Jezus herinnert er ons dus aan om waakzaam te zijn voor welke boodschap we zullen kiezen.
(wordt vervolgd)

maandag 21 januari 2019

Les 80 – Laat me inzien dat mijn problemen zijn opgelost. – deel 2

(4:1-20 Vandaag zullen we in onze langere oefenperioden aanspraak maken op de vrede die wel de onze moet zijn wanneer het probleem en de oplossing zijn samengebracht. Het probleem moet verdwenen zijn, omdat Gods antwoord niet kan falen.

Wanneer iets mij stoort dan zeg ik in feite tegen Jezus dat hij verkeerd is want hij zegt ons dat er geen probleem is en dat het Antwoord van God voor ons nooit faalt. Maar we spreken dit tegen en zeggen: ‘ho maar, ik zal je aantonen hoe het voor mij niet gewerkt heeft. Kijk maar wat er gaande is! Kijk maar hoe erg ik van streek ben of hoe ziek ik ben! Kijk dan naar mijn werkelijke problemen!’
Op die manier houden we echter het probleem weg van het antwoord en blijft onze ellende en pijn behouden; een prijs die we graag (en gek genoeg) betalen ten behoeve van het behoud van ons ‘gelijk’ en het ‘ongelijk’ van Jezus.
(4:3-6) Als je het ene hebt gezien, heb je ook het andere gezien. De oplossing is inherent aan het probleem. Je hebt antwoord gekregen en je hebt het antwoord aanvaard. Je bent verlost.
Het probleem en de oplossing zijn op één plaats. De oplossing is inherent aan het probleem want het probleem is nooit gebeurd. Dat is de oplossing! Herinner je dat het Verzoeningsprincipe een ‘niet-plaatsgevonden gebeurtenis’ inhoudt. Bovendien, gezien het geloof in de afscheiding en de correctie ervan in onze denkgeest is, want er is maar één denkgeest – is de strategie van het onbewust zijn van het ego beantwoord en ongedaan gemaakt.
(5) Laat de vrede die jouw aanvaarding met zich meebrengt jou nu geschonken worden. Sluit je ogen en ontvang je beloning. Zie dat je problemen zijn opgelost. Zie dat je zonder conflict bent, vrij en in vrede. Onthoud bovenal dat je één probleem hebt en dat het probleem één oplossing heeft. Juist hierin ligt de eenvoud van de verlossing. Juist hierdoor is het gegarandeerd dat ze zal werken.
De ‘beloning’ van vrede is de motivatie om het antwoord boven het probleem te verkiezen. We herkennen uiteindelijk dat het probleem ons niets anders dan pijn heeft bezorgd terwijl dit inzicht van de oplossing ons vrede schenkt. Eenvoudig! Op die manier weten we dat het de waarheid is want de waarheid is eenvoudig.
(6:1-4) Verzeker jezelf vaak vandaag dat jouw problemen opgelost zijn. Herhaal het idee met volle overtuiging zo frequent mogelijk. En zorg er vooral voor dat je het idee van vandaag op elk specifiek probleem toepast dat zich maar voordoet.
Eens te meer dringt Jezus erop aan het idee van de dag vooral te gebruiken wanneer je van streek bent. Word je er bewust van hoe snel je vergeet wat hij je geleerd heeft en vergeef jezelf dan dat je het vergeten bent, dat je de motor van het ego van haat en oordeel weer hebt laten draaien. Wanneer je je bewust wordt dat je van streek bent zeg dan zo snel mogelijk: ‘Maar het probleem is al opgelost. Koppig vasthouden dat het gerechtvaardigd is dat ik van streek ben en gelijk heb in mijn waarneming is Jezus opnieuw vertellen dat hij ongelijk heeft. Mijn verwarring bewijst dit.” Op dit zou je onmiddellijk moeten zeggen:
(6:5) Laat me inzien dat dit probleem is opgelost.
En vrede zal terugkeren.
(7) Laten we vastbesloten zijn om vandaag geen grieven te vergaren. Laten we vastbesloten zijn om vrij te zijn van problemen die niet bestaan. Het middel is eenvoudige eerlijkheid. Maak jezelf niets wijs over wat het probleem is, en je zult zeker inzien dat het is opgelost.
Om dit punt nog maar eens te herhalen: grieven zijn een manier om te zeggen dat ik gelijk heb en Jezus ongelijk; het probleem is buiten mij – kijk nu eens naar wat deze verschrikkelijke mensen mij aandoen! Eerlijkheid is dus van vitaal belang in deze en in alle oefeningen; de eerlijkheid om naar binnen te kijken en te begrijpen dat jij het allemaal zelf gemaakt hebt. Wat jou in dit proces kan helpen is de motivatie van het probleem te begrijpen: het behouden van je afgescheiden zelf. Deze herkenning is de eerlijkheid waar Jezus naar verwijst. Wat jou dan ook buiten jou stoort of je van streek maakt is er omdat jij het er geplaatst hebt zodat je het antwoord kon verbergen, het antwoord waarvan in de aanwezigheid ervan jouw afgescheiden en speciale identiteit geleidelijk aan zou verbleken. Daarom, om je zelf te behouden heb jij je ervan verzekerd dat je gelijk hebt door problemen buiten je te zien en de anderen te beschuldigen voor jouw ellendige situatie. Zoals King Lear opmerkte: ‘De manier waarop waanzin liegt’ (III, IV, 21). Aan de hand van deze lessen komen we te weten dat de gezondheid van de geest onze werkelijke keuze is want enkel uit deze gezonde keuze komt vrede en vreugde voort die onze rechtschapen beloning is. Het is hiervoor en enkel hiervoor dat we vandaag voor kiezen.

zaterdag 19 januari 2019

Les 80 – Laat me inzien dat mijn problemen zijn opgelost. – deel 1


Deze les gaat nog dieper in op de boodschap uit les 79.

(1:1) Als jij bereid bent je problemen te zien, zal je inzien dat je geen problemen hebt.
Herkennen dat ‘mijn problemen opgelost zijn’ kan begrepen worden als de aanwezigheid van de Heilige Geest in mijn denkgeest die de oplossing heeft voor elk probleem dat ik heb, ongeacht vorm of complexiteit. Aangezien Hij als Antwoord reeds in mijn denkgeest aanwezig is, betekent dit dat mijn problemen voorbij zijn. Herinner je deze eerder aangehaalde passage in verband met de rol van het wonder wanneer het ons aantoont dat we geen problemen hebben:
Het wonder doet niets. Al wat het doet is: het maakt ongedaan. En zo ruimt het de belemmeringen op ten opzichte van wat werd gedaan. Het voegt niets toe, maar neemt alleen weg. En wat het wegneemt is allang verdwenen, maar doordat het in herinnering is gehouden lijkt het directe gevolgen te hebben. Deze wereld was lang geleden al voorbij. De gedachten die haar hebben gemaakt, zijn niet meer in de denkgeest die ze gedacht heeft en een tijdje liefhad. Het wonder laat slechts zien dat het verleden voorbij is en wat werkelijk voorbij is heeft geen gevolgen meer. (T. 28. I. 1:1-8)
Dus zijn onze problemen ook reeds lang geleden voorbij. Kiezen voor het wonder van de Heilige Geest in plaats van voor de grieven van het ego brengt deze eenvoudige waarheid terug in ons bewustzijn.
(1:2-7) Jouw ene kernprobleem is opgelost en je hebt geen ander. Daarom moet je wel in vrede zijn. Verlossing hangt daarom af van het zien van dit ene probleem en het begrijpen dat het is opgelost. Eén probleem, één oplossing. De verlossing is volbracht. Vrijheid van conflicten is jou gegeven.
Het antwoord van het ego op de Heilige Geest is conflict: Ik heb gezondigd tegenover God, waarop God tegenover mij zal zondigen en dus zijn we in een eeuwigdurende oorlog met elkaar. Wij projecteren dit slagveld – doden of gedood worden – en ervaren nu conflict in de wereld. Bevrijd worden van dergelijke ellende komt niet door verzet of het door omverwerpen van de andere partij in de betekenis van de een of de andere. Vrijheid komt door het bewust worden dat het antwoord van de Verzoening reeds in ons aanwezig is. Dit wil zeggen dat er geen afscheiding, zonde of conflict is. De Verzoening is het enige antwoord dat zal werken omdat het ons werkelijk verlost van onze mispercepties van afscheiding en haat.
(1:8) Accepteer dat feit en je bent klaar je rechtmatige plaats in Gods verlossingsplan in te nemen.
De rechtmatige plaats is de aanvaarding van onze vergevingsfunctie, wat niets te maken heeft met iets uiterlijk dan ook. Met andere woorden, onze rechtmatige plaats is dezelfde voor iedereen: vergeving. Het is dus het herkennen van onze collectieve functie dat er slechts één probleem is: het geloof in afscheiding en afgescheiden belangen en slechts één oplossing: de aanvaarding van de Verzoening, weerspiegelt door onze erkenning dat er alleen gedeelde belangen bestaan in onze droom.
(2:1-2) Jouw enige probleem is opgelost! Herhaal dit vandaag voor jezelf keer op keer met dankbaarheid en overtuiging.
Het is niet de bedoeling om dit als een affirmatie of een mantra telkens en telkens weer na elkaar op te dreunen. Wanneer je geneigd bent om van streek te zijn en dat je vrede verstoord is denk dan aan deze uitspraak en realiseer je dat wanneer je probleem reeds opgelost is waarom je dan nog van streek blijft? Begin de motivatie van je verwarring te begrijpen: ik wil het antwoord van mij afhouden want in dit antwoord verdwijnt mijn speciaalheid.  Dus wil ik in de war zijn want dat bewijst dat ik gelijk heb en dat Jezus verkeerd is. Het bewijst dat ik geen denkgeest heb want het is mijn lichaam dat misbruikt en onfair behandeld is. Breng jouw waargenomen problemen en het onderliggende doel ervan naar dit nieuwe inzicht van de aard van je probleem en zie hoe het vervaagt, terug in de nietsheid van waar het is gekomen. (H. 13. 1:2)
(2:3-5) Je hebt je enige probleem gezien en daarmee voor de Heilige Geest de weg geopend om jou Gods antwoord te geven. Je hebt misleiding aan de kant gezet en het licht van de waarheid gezien. Je hebt de verlossing voor jezelf aanvaard door het probleem naar de oplossing te brengen.
Dit opent de weg voor de Heilige Geest om ons Gods Antwoord te geven, met name dat mijn percepties onjuist zijn. Binnen de illusie is het mogelijk dat wat mijn ogen zien waar is, maar de reactie van mijn ego is verre van waar. Wat ertoe doet is of ik het probleem ofwel door de visie van Jezus of het ego laat interpreteren. Voor het ego kiezen is het probleem. Door mij dus te realiseren dat ik verkeerd ben zeg ik dat het probleem niet buiten mij is maar binnen in mij wat wil zeggen dat ik het nu naar het antwoord breng: de misleiding van het ego naar de waarheid van de Heilige Geest.
(2:6) En je kunt de oplossing herkennen, omdat het probleem is geïdentificeerd.
Het cruciale aspect in dit proces is niet zozeer het antwoord op zich maar het herkennen waar en wat het probleem is. Eenvoudig gesteld is het probleem mijn beslissing om Gods Liefde van mij af te duwen zodat ik door kan gaan met gelijk hebben, met een speciaal individu te zijn. Dat is het probleem. Eens ik dit herken en ernaar kan kijken zonder mijzelf te veroordelen maak ik gebruik van het antwoord. Het genezingsproces ligt niet in de bevestiging van het antwoord van de Heilige Geest, maar in de herkenning van het probleem. Door zonder schuld of angst te kijken wordt het ego ongedaan gemaakt en krijgt het Antwoord van de Verzoening toegang om in ons bewustzijn naar boven te komen. Herinner je dat het niet onze taak is om voor de waarheid te kiezen, maar om te kiezen voor ‘de ontkenning van het ontkennen van de waarheid’ (T. 12. II. 1:5) Jezus maakt dezelfde interessante opmerking in de volgende passage uit de tekst waarin met een simpele veeg onze pijn en lijden wordt weggeveegd:
Nu wordt jou getoond dat je kunt ontsnappen. Het enige wat ervoor nodig is, is dat je het probleem beziet zoals het is en niet zoals jij het hebt opgesteld. Hoe zou er een andere manier kunnen zijn om een probleem op te lossen dat heel eenvoudig is, maar dat aan het oog onttrokken wordt door zware wolken van ingewikkeldheid, gemaakt om het probleem onopgelost te houden? Zonder die wolken zal het probleem in heel zijn primitieve eenvoud tevoorschijn komen. De keuze zal niet moeilijk zijn, want het probleem is absurd wanneer het duidelijk wordt gezien. Het valt niemand moeilijk te besluiten een eenvoudig probleem opgelost te laten worden, als het gezien wordt als iets wat hem pijn doet en wat bovendien heel makkelijk kan worden weggenomen. (T. 27. VII. 2)
Kijken naar het probleem ‘zoals het is’ betekent naar binnen kijken naar onze gebrekkige besluitvorming zodat deze kan gecorrigeerd worden. In deze eenvoudige actie wordt het defensieve schild van de gedachte en de wereld van schuld van het ego verwijderd.
(3:1-2) Je hebt recht op vrede vandaag. Een probleem dat opgelost is, kan jou geen last bezorgen.
Daarom wanneer je problemen hebt met iets dan realiseer jij je nog niet dat het antwoord binnen in je is. Hoe zou je verontrust kunnen zijn door iets dat niet bestaat en een probleem dat er niet is? Deze vraag neemt de wind weg uit de zeilen van ons ego. Wanneer je een zaak tegenover jezelf of iemand opbouwt, herinner je dan dat dit een niet bestaand probleem is - je bent letterlijk boos om niets – en dit maakt het moeilijk om je reacties nog langer te rechtvaardigen.
(3:3-6) Zorg er alleen voor dat je niet vergeet dat alle problemen hetzelfde zijn. Wanneer je dit onthoudt, zal jij niet door hun vele vormen worden misleid. Eén probleem, één oplossing. Aanvaard de vrede die deze eenvoudige uitspraak brengt.
Jezus herhaalt dit thema ontiegelijk veel. Hij wil dat we dit zo vaak mogelijk herhalen, telkens en elke keer dat we geneigd zijn om deze eenvoudige waarheid van één probleem, één oplossing te vergeten en we in plaats daarvan verblind worden door onze waarnemingen van de vorm.
(wordt vervolgd)

donderdag 17 januari 2019

Les 79 – Laat me inzien wat het probleem is zodat het kan worden opgelost. – deel 3


(7-8:1) We zullen vandaag in onze langere oefenperioden vragen wat het probleem is en wat het antwoord daarop. We gaan er niet van uit dat we dat al weten. We proberen onze denkgeest te bevrijden van al de vele verschillende soorten problemen die we menen te hebben. We proberen te beseffen dat we maar één probleem bezitten, dat we niet hebben gezien. We zullen vragen wat het is en op het antwoord wachten. Het zal ons worden verteld. Dan zullen we om de oplossing ervan vragen. En die zal ons worden verteld. 
De oefeningen voor vandaag zullen succesvol zijn in de mate waarin jij er niet op staat te bepalen wat het probleem is.

Je kan niet om de oplossing vragen wanneer je denkt te weten wat en waar het probleem is. Deze arrogantie verhindert je vooruitgang met deze cursus. Het is noodzakelijk om terug te keren naar het keuzemoment in je denkgeest waarin je telkens en telkens weer de afscheiding van God naspeelt. Of je nu spreekt van God, Jezus, de Heilige Geest of gelijk welke andere naam, je hebt de liefdevolle ervaring van de eenheid weggeduwd omdat je de dreiging voelt dat jij je speciale zelf zal verliezen wat in jouw overtuiging zal gebeuren wanneer je je voegt bij de liefde. Dat is het probleem. Denken dat je het probleem kent verzekert jou ervan dat je nooit het antwoord zult leren. Zoals een eerdere werkboek les het stelt:

Je bent niet bereid vraagtekens te zetten bij wat je al gedefinieerd hebt. En de bedoeling van deze oefeningen is juist vragen te stellen en de antwoorden te ontvangen. (Wd1. 28. 4:1-2)

Dit punt om de nederigheid te ontwikkelen die de arrogantie van het ego ongedaan maakt en zo essentieel voor ons leren wordt doorheen deze lessen herhaald. We zullen zien hoe vaak Jezus hierop terugkeert.

Om dit punt dat ik gemaakt heb te versterken, ook al lees, begrijp en geloof je deze regels, kijk er dan op toe hoe snel je van dit geloof afdwaalt en probeert het probleem anders te maken dan het is. Herinner je dat jouw bestaan als een fysiek en psychisch wezen gebaseerd is op de gedachte dat jij niet verantwoordelijk bent; dat het probleem niet in je denkgeest is, maar in je lichaam. Kijk hoe snel je geneigd bent om terug te vallen in de val van de geesteloosheid van het ego!

(8:2-3) Het zal jou misschien niet lukken al je vooropgezette meningen los te laten, maar dat is ook niet noodzakelijk. Het enige wat noodzakelijk is, is dat je bij jezelf enige twijfel voelt over de werkelijkheid van jouw versie van wat je problemen zijn.

Deze regels weerspiegelen het ons inmiddels vertrouwde thema van ‘een beetje bereidwilligheid’ (T. 18. V). Er wordt ons gevraagd om het proces te starten waarbij we de waarde van ons oordeel in vraag stellen en van de absolute zekerheid dat we de aard van het probleem kennen - in onszelf en in iedereen. Meer is hiervoor niet nodig. Want zoals we inderdaad al gezien hebben is meer minder winstgevend en versterkt het slechts de schuld over een toegeëigende rol die niet de onze is.

(8:4) Je probeert in te zien dat het antwoord jou gegeven is door het probleem te zien, zodat het probleem en de oplossing kunnen worden samengebracht en jij in vrede kunt zijn.

Het probleem is in onze denkgeest, de oplossing is daar ook. Maar, natuurlijk, nam het ego het probleem weg van de oplossing in de denkgeest, projecteerde dit naar buiten, maakte een wereld zodat wij nu kunnen zeggen dat het probleem overal om ons heen is, buiten onze denkgeest. Het wonder, daarentegen, brengt het probleem terug naar de oplossing. Dit is gelijk aan het proces van vergeving: de duisternis van onze illusies naar het licht van de waarheid brengen. Deze buitengewone passage uit de verklaring der termen vat dit vergevingsproces mooi samen:

Dit is de omslag die ware waarneming brengt: wat naar buiten werd geprojecteerd, wordt vanbinnen gezien en daar laat vergeving het verdwijnen. Want daar is het altaar voor de Zoon opgericht en daar wordt zijn Vader herinnerd. Hier zijn alle illusies naar de waarheid gebracht en op het altaar gelegd. Wat buiten je wordt gezien, moet wel buiten het bereik van vergeving liggen, want het lijkt voor eeuwig zondig. Waar is er nog hoop zolang zonde als buiten jou wordt gezien? Op welke remedie kan schuld hopen? Maar binnenin je denkgeest gezien liggen schuld en vergeving voor een ogenblik zij aan zij, op één altaar naast elkaar. Daar worden ziekte en de enige remedie ertegen tenslotte in één helende helderheid verenigd. God is gekomen om op het Zijne aanspraak te maken. Vergeving is totaal. (VvT. 4. 6)

(9) De korte oefenperioden voor vandaag zullen niet door de tijd, maar door de behoefte worden ingegeven. Je zult vandaag vele problemen zien, die elk om een oplossing vragen. Onze inspanningen zullen erop gericht zijn in te zien dat er maar één probleem en één oplossing is. Met dit inzicht zijn alle problemen opgelost. Met dit inzicht is er vrede.

Merk hier de verandering in instructies op. Jezus vraagt ons vandaag om ons eigen schema te bepalen gesteund op het herkennen van de behoefte. Hij neemt aan dat we beginnen herkennen wat in ons eigen voordeel is. Na twee maanden oefenen beginnen we te begrijpen wat het betekent dat ‘wonderen geen rangorde in moeilijkheid’ kennen en gezien alle vormen of problemen dezelfde inhoud uitdrukken kan er werkelijk maar één probleem en één oplossing zijn. Daarom telkens er enig ongemak in ons bewustzijn is hebben we nu de remedie bij de hand: het wonder. Onafgezien van de vorm van onze verwarring begrijpen we dat het antwoord ligt in het kiezen voor de juiste leraar om het op te lossen. Het probleem is dat we gekozen hadden voor het ego en zijn afscheiding; de oplossing is kiezen voor de Heilige Geest en Zijn Verzoening.

(10) Laat je vandaag niet door de vorm van de problemen misleiden. Telkens wanneer er een moeilijkheid lijkt te ontstaan, zeg dan meteen tegen jezelf:

Laat me inzien wat hier het probleem is, zodat het kan worden opgelost.

Probeer dan elk oordeel over de aard van het probleem op te schorten. Sluit zo mogelijk je ogen een ogenblik en vraag wat het is. Je zult gehoord worden en zult een antwoord ontvangen.

Deze laatste alinea benadrukt de behoefte om voorbij de vorm van het probleem te gaan en te herkennen dat alle problemen dezelfde zijn. Het is deze eenvoud die Een Cursus in Wonderen en de leer van Jezus kenmerkt. Ongeacht de schijnbaar ontelbaar aantal problemen waarmee we geconfronteerd worden blijft er slechts één over: het geloof dat wij gelijk hebben en dat Jezus verkeerd is; dat afscheiding de werkelijkheid is en eenheid een illusie. We vertellen hem nu dat wij gelukkig verkeerd zijn, dat onze oordelen gebaseerd waren op illusies en we ons uiteindelijk voegen bij zijn juist gericht oordeel. Enkel deze verandering zal ons vrede brengen.
Les 80 gaat vervolgt dit thema van één probleem, één oplossing.