maandag 19 november 2018

Les 70 – Mijn verlossing komt van mij – deel 1



Van deze belangrijke les wordt vaak een groot deel ervan aangehaald. De reden waarom hij zo belangrijk is ligt in de ondubbelzinnige uitspraak dat het probleem van de schuld in onze denkgeest te vinden is. Met andere woorden de oorzaak van ons leed is in ons net zoals het ongedaan maken ervan is. De oorzaak is niet en kan niet buiten ons gevonden worden.
(1:1) Elke verleiding is niets anders dan een of andere vorm van de primaire verleiding het idee van vandaag niet te geloven.
Dit is het doel van alle speciale relaties die uitroepen: mijn verlossing komt van jou, wie of wat die speciale persoon, stof of activiteit ook mag lijken te zijn. Wat mij gelukkig maakt is niet afkomstig van de keuze die ik in mijn denken heb gemaakt maar van iets wat buiten mijn denken te vinden is. De waarheid echter is dat verlossing alleen maar van de denkgeest kan komen.
(1:2-3) Verlossing schijnt overal vandaan te komen, behalve van jou. Hetzelfde geldt voor de oorsprong van schuld.
Het mooie aan het werkboek is dat er meestal geen ingewikkelde discussies zijn zoals je die wel in de tekst vindt. Dat verlossing van overal schijnt te komen behalve van jou is een voorbeeld van deze eenvoud. De uitspraken zijn zo duidelijk dat je we het niet kunnen geloven dat we eroverheen kijken. Als je het werkboek meerdere malen doen verbaasd het je wel dat er zinnen zijn die je blijkbaar voor de eerste keer leest.
(1:4-6) Jij ziet niet dat zowel schuld als verlossing zich in je eigen denkgeest bevindt en nergens anders. Wanneer jij inziet dat alle schuld alleen maar een uitvinding is van je denkgeest, zie je ook in dat schuld en verlossing zich op dezelfde plaats moeten bevinden. Door dit te begrijpen word je verlost.
Het doel van het denksysteem van het ego is om het probleem weg te houden van het antwoord. Het ego verzint schuld als een verdediging tegen verlossing: het aanvaarden van de Verzoening die in ons juist-gericht denken aanwezig is. Het ego zegt ons om het probleem van de schuld op iemand anders te projecteren. Op die manier wordt ons probleem is het probleem van die iemand ander en is niet langer van ons. Dus spenderen we de rest van ons leven, als individu en als een gemeenschap, aan het oplossen van het schuldprobleem dat buiten ons wordt waargenomen. We trachten de pijn te verzachten door middel van een uitwendige actie terwijl al die tijd het werkelijke probleem, onze keuze om een speciaal en schuldig individu te zijn, veilig weggeborgen blijft door de verdedigingsstrategie van het ego. Dit is het dubbele schild van vergetelheid – schuld en lichaam – waarover we reeds gesproken hebben.
(2:1) De ogenschijnlijke prijs voor het accepteren van het idee van vandaag is deze: het betekent dat niets buiten jou je kan verlossen, niets buiten jou je vrede kan geven.
Dit omvat het onderricht van Een Cursus in Wonderen. Er is niemand en niets buiten ons dat ons kan redden. Alleen de kracht van ons denken om te kiezen kan ons verlossing en vrede brengen.
(2:2) Maar het betekent ook: niets buiten jou kan je kwetsen, je vrede verstoren of jou op enige manier van streek maken.
Wanneer het ene waar is dan moet het andere ook waar zijn want er is niet anders buiten onze denkgeest. Niemand buiten ons kan ons kwetsen want er is niet buiten ons. Dit is een andere manier om de ‘eenvoud van de verlossing’ te begrijpen. (T. 31. I)
(2:3-5) Het idee van vandaag stelt jou aan het hoofd van het universum, een plaats waar jij thuishoort op grond van wat jij bent. Dit is geen taak die je maar ten dele kunt aanvaarden. En je zult nu zeker wel beginnen in te zien dat het aanvaarden daarvan verlossing betekent.
Dit verwijst niet naar de hemel en het universum dat wij waarnemen met onze ogen, maar naar de wereld en het universum van ons denken. Wij staan aan het hoofd ervan omdat wij hiervoor gekozen hebben. Het is jij als zoon van God die de keuze gemaakt hebt om in de droom te zijn maar je kan even makkelijk de keuze maken om wakker te worden.
(3:1-2) Het is je daarentegen misschien niet duidelijk waarom het besef dat schuld zich in jouw eigen denkgeest bevindt, het inzicht meebrengt dat verlossing zich daar ook bevindt. God zou het geneesmiddel tegen de kwaal toch niet daar geplaatst hebben waar het niet kan helpen.
Laat mij eens terugkomen op de taal van Een Cursus in Wonderen. Wanneer je 3:2 letterlijk zou nemen dan zou dat betekenen dat God werkelijk dingen doet, dat Hij de vergissing van de zonde en ziekte erkent hier een antwoord op geeft. Deze woorden zijn als een metafoor. God heeft geen plan in antwoord op onze afscheiding, noch heeft Hij de Heilige Geest gecreëerd en in onze denkgeest geplaatst. Meer zelfs onze Schepper heeft geen plan voor de Verzoening uitgewerkt waarmee Zijn Zoon uit de droom zal ontwaken. Jezus heeft net gezegd dat er niets buiten ons is dat ons kan verlossen. En hier zegt hij nu wel dat God ons zal verlossen! Als dat zo is dan moet Hij een dualistisch wezen zijn die buiten diegene staat die verlost dient te worden. Jezus gebruikt in Een Cursus in Wonderen deze dualistische taal omdat dit een taal is waarmee we ons kunnen identificeren, een comfortabele manier om met ons te spreken gezien dit vertrouwd is.
Laat ons nog eens kijken naar de passage uit ‘de schakel naar waarheid’ die we eerder al besproken hebben (T. 25. I. 5-7): totaal geïdentificeerd met een afgescheiden zelf (d.w.z. een dualistisch zelf) is de staat van perfecte Eenheid onbekend voor ons evenals de ‘taal’ die erover spreekt.
Dus gebruikt Jezus het ‘framewerk van het ego’ (VvT. Inl. 3:1) om zijn leer in uit te drukken – de weerspiegeling van non-dualiteit die ons uiteindelijk zal leiden naar non-dualiteit.
(3:2-3) God zou het geneesmiddel tegen de kwaal toch niet daar geplaatst hebben waar het niet kan helpen. Dat is de manier waarop jouw denkgeest te werk is gegaan, maar bepaald niet de Zijne.
Met andere woorden het is onze denkgeest die het probleem afgescheiden houdt van de oplossing. Gelukkig denkt God anders (T. 23. I. 2:7). De herinnering aan Zijn Liefde stelt ons in staat om het probleem (geprojecteerd vanuit de denkgeest) terug te brengen naar de oplossing (in de denkgeest).
(3:4) Hij wil dat jij genezen wordt, dus heeft Hij de Bron van genezing daar bewaard waar de behoefte aan genezing ligt.
Om nog eens te herhalen God wil niet dat jij zal genezen want als Hij dat wel deed dan zou Hij erkennen dat je ziek bent. En als dat zo was dan zou Hij de vergissing werkelijk maken. Om het nog maar eens aan te halen, dit is een comfortabele set symbolen die we als geruststellend ervaren. Het is belangrijk te begrijpen dat dit de reden is waarom Een Cursus in Wonderen in een dualistische taal geschreven is. De non-dualistische waarheid is dat God, krachtens Zijn ware aard, de altijd aanwezige Bron van genezing is: de herinnering aan Hem in onze afgescheiden en dus zieke denkgeesten.
(4:1) Jij hebt precies het tegenovergestelde geprobeerd door alle mogelijke pogingen te doen, hoe verwrongen en vreemd ook, om genezing te scheiden van de ziekte waarvoor die was bestemd en zo de ziekte te behouden.
We hebben reeds besproken dat de werkelijke angst van het ego niet voor de Liefde van God is omdat het hier niets van kan kennen, maar van de kracht van ons denken om de juiste keuze te maken. Voor de mogelijkheid dat de zoon van God, jij dus, zegt: ‘ik heb voor de valsheid van het ego gekozen, maar er is nog steeds het principe van de waarheid in mijn denkgeest aanwezig. En daarvoor kan ik kiezen.’ De mogelijkheid om deze verkeerde keuze te corrigeren is de angst van het ego. Het motiveert hem om zijn strategie om de Zoon van God geesteloos te maken uit te voeren en zichzelf daarbij te beschermen tegen de ‘aanval’ van de kracht van de Zoon van God die zijn denken zal veranderen.
De oplossing is daarom in onze denkgeest - de bron is van ons probleem. Niet in het egodenksysteem zelf, maar in onze beslissing om ons hiermee te identificeren. Om nog maar eens deze prachtige regel te citeren:
Daarom probeer niet de wereld te veranderen, maar kies ervoor je denken over de wereld te veranderen. (T. 21. Inl. 1:7).
Het veranderen van ons denken, dat is waar Een Cursus in Wonderen over gaat, zoals we telkens en telkens weer in deze lessen kunnen zien. Dit doel van de Cursus zou nu vrij duidelijk, net zoals het doel van het werkboek.
En nog eens 4:1: ‘Jij hebt precies het tegenovergestelde geprobeerd door alle mogelijke pogingen te doen, hoe verwrongen en vreemd ook, om genezing te scheiden van de ziekte waarvoor die was bestemd en zo de ziekte te behouden.
En dit is het wat we willen: de ziekte van speciaalheid behouden. Het ingewikkeld denksysteem van het ego en de complexiteit van de wereld die eruit is voortgekomen hebben maar een doel: de ziekte bewaren van het geloof dat we speciaal zijn, autonoom en afgescheiden van God.
(4:2-3) Jouw doel was te verzekeren dat genezing niet zou plaatsvinden. Gods doel was zeker te stellen dat dit wel gebeurde.
Herinner je dat de jij de zoon van God is die de gedachte om op zichzelf te zijn, leuk vindt. Dit zet de Zoon in directe tegenstelling tegenover God, Wiens Wil het is dat Hij en Zijn Zoon één zijn en nooit afgescheiden.
(wordt vervolgd)

vrijdag 16 november 2018

Les 69 –Mijn grieven verbergen het licht van de wereld in mij. – deel 2


(6:1) Wanneer je hebt nagedacht over het belang van wat jij voor jezelf en voor de wereld tracht te doen,

Jezus heeft het hier niet over een uiterlijke wereld. Hij heeft het over de wereld waar wij in geloven, een wereld die geprojecteerd is van uit onze denkgeest. We geloven in een wereld die afgescheiden is van God, een thuis van zonde, schuld en angst. We geloven dat er een wereld is die buiten ons bestaat en die gered moet worden. Wanneer Jezus dus zegt dat wij het licht van de wereld zijn dan heeft hij het duidelijk niet over iets van buitenaf. We redden de wereld omdat we onszelf redden, we redden onszelf omdat we de wereld redden – ons zelf en de wereld zijn hetzelfde: ideeën verlaten hun bron niet. Het volgende is een beknopt overzicht van de leer van Jezus met betrekking tot de relatie ‘geest-wereld’ en de aard van verlossing:

Want ze (de wereld) is gemaakt uit wat jij niet wilt en vanuit je denkgeest geprojecteerd omdat je er bang voor bent. Toch bestaat deze wereld alleen in de denkgeest van haar maker, tezamen met diens werkelijke verlossing. Geloof niet dat ze zich buiten jou bevindt, want alleen door in te zien waar ze is, zal je er controle over krijgen. Want je hebt wel degelijk controle over je denkgeest, aangezien de denkgeest het mechanisme voor beslissingen is. (T. 12. III. 9:7-10)

(6:1-3) … probeer dan in volkomen stilte tot rust te komen en houd alleen in gedachten hoezeer je het licht in jou vandaag wilt bereiken – nu!
Besluit om voorbij de wolken te gaan. Strek in gedachten je hand uit en raak ze aan – raak ze in gedachten aan.

Door te zeggen ‘raak ze in gedachten aan’ benadrukt Jezus dat de wolken niet iets zijn wat buiten is. Zij zijn de geprojecteerde aanvalsgedachten van de denkgeest die een lichamelijke ervaring worden. Tussen de regels door worden we bovendien er nog eens aan herinnerd dat we een denkgeest hebben. Tevens moedigt Jezus ons aan om voor geluk te kiezen. Dit kan bereikt worden wanneer we ons door de wolken van schuld naar het licht van de waarheid laten leiden.

(6:4-5) Schuif ze met je hand opzij; voel ze tegen je wangen, voorhoofd en oogleden strijken terwijl je er doorheen gaat. Ga verder, wolken kunnen jou niet tegenhouden.

Dit is een andere manier om te zeggen dat illusies geen enkele macht hebben tenzij wij ervoor kiezen hen die macht te geven. De motivatie voor deze les is het stoppen van ons lijden door het herkennen dat onze speciaalheid niet werkt voor ons.

Je mag dan veel pijn kunnen verdragen, maar daaraan is een grens. Uiteindelijk begint iedereen in te zien, hoe vaag ook, dat er een betere manier moet zijn. (T. 2. III. 3:5-6)

Ons lijden leidt ons er uiteindelijk toe om toe te geven dat we verkeerd zijn. Vasthouden aan oordelen, grieven, speciaalheid, in gelijk welke vorm, werkt niet behalve het los te laten. De wolken van schuld kunnen ons niet stoppen tenzij onze denkgeest hen die macht verleent.

(7) Als je deze oefeningen op de juiste manier doet, zal je een gevoel gaan krijgen alsof je opgetild en voortgedragen wordt. Jouw lichte inspanning en geringe vastbeslotenheid doen een beroep op de kracht van het universum om je te helpen en God Zelf zal jou uit de duisternis opheffen naar het licht. Jij bent in harmonie met Zijn Wil. Jij kunt niet falen, omdat jouw wil de Zijne is.

Hoe zou je kunnen falen? Ons ego wil dat we verliezen en zelfs dat weten we niet! We kunnen niet verliezen omdat ‘de uitkomst is zo zeker als God’. (T. 4. II. 5:8) We leren dat dit waar is wanneer we de Verzoening voor onszelf aanvaarden, wat wil zeggen dat we het gelukkige feit aanvaarden dat de afscheiding van God nooit is gebeurd. En het enige wat nodig is om dit te aanvaarden is een ‘weinig inspanning en een beetje vastberadenheid’ – een beetje bereidwilligheid – om deze waarheid toe te staan door de Heilige Geest in ons bewustzijn hersteld te worden, zoals Jezus ons in de volgende passage verzekert:

Het heilig ogenblik is het resultaat van jouw vastberadenheid heilig te zijn. … Je bereidt er je denkgeest slechts in die mate op voor waarin je erkent dat jij niets liever wilt. Het is niet nodig dat je meer doet; sterker nog, het is noodzakelijk dat je beseft dat je niet meer kunt doen. … Het heilig ogenblik komt niet louter voort uit jouw kleine beetje bereidwilligheid. Het is steeds het resultaat van je geringe bereidwilligheid gecombineerd met de onbeperkte macht van Gods Wil. (T. 18. IV. 1:1, 4-5; 4:1-2)

Jouw aandeel bestaat er enkel in Hem een beetje bereidwilligheid te schenken om Hem alle angst en haat te laten wegnemen en te worden vergeven. Op een beetje vertrouwen van jou, gevoegd bij Zijn begrip, zal Hij jouw aandeel in de Verzoening bouwen en ervoor zorgen dat jij dat moeiteloos vervult. En samen met Hem zal jij een ladder bouwen die verankerd staat in de vaste rots van vertrouwen en zelfs tot in de Hemel reikt. (T. 18. V. 2:5-7)

(8:1-2) Heb vandaag vertrouwen in je Vader en wees er zeker van dat Hij jou gehoord en geantwoord heeft. Je zult misschien Zijn antwoord nog niet herkennen, maar je kunt er zonder meer zeker van zijn dat het jou gegeven is en dat je het alsnog ontvangen zult.

Deze passage is belangrijk in die zin dat Jezus weet dat dit een proces is: ‘Je zult misschien Zijn antwoord nog niet herkennen.’ Hij verwacht van ons niet dat we gelijk door de wolken van de illusie naar zijn licht gaan. Net zoals op vele, vele plaatsen, herinnert Jezus ons aan ons doel, de kracht van ons verlangen om dit te bereiken en hoeveel oefening we hiervoor nodig hebben. Nog eens ‘de uitkomst is zo zeker als God’.

(8:3-5) Probeer, terwijl je een poging doet om door de wolken naar het licht te gaan, dit vertrouwen in gedachten te houden. Probeer te onthouden dat je eindelijk jouw wil verenigt met die van God. Probeer duidelijk in gedachten te houden dat wat jij met God onderneemt, wel moet slagen.

Dit wordt nu het prototype om in deze wereld te leven. Wanneer we de wolken van het ego van schuld en angst, bezorgdheid en depressie ervaren moeten we proberen ons te herinneren Wie er met ons gaat. Het is enkel door dit vertrouwen te ervaren – de liefde van God en niet van het ego – dat we uiteindelijk in staat zullen zijn om door de wolken heen te gaan naar het licht.

Maar God kan jou daar wel brengen als je bereid bent de Heilige Geest door schijnbare verschrikking heen te volgen en erop vertrouwt dat Hij je niet in de steek laat en jou daar achterlaat. Want het is niet Zijn bedoeling – maar alleen de jouwe – om jou angst aan te jagen. Jij komt ernstig in de verleiding Hem bij de buitenste kring van de angst in de steek te laten, maar Hij wil je er veilig doorheen en ver aan voorbij leiden. (T. 18. IX. 3:7-9)

En met deze Metgezel moeten we wel slagen, want de waarheid zal altijd de illusie overwinnen omdat de waarheid het enige is wat er is.

(8:6) Laat dan de kracht van God in jou en door jou heen werken, opdat Zijn Wil en de jouwe geschiede.

Door de Heilige Geest Die in ons bewustzijn de eenheid van die wil hersteld, onze enige werkelijkheid.

(9:1-2) Herinner jezelf er in de korte oefenperioden aan – die je zo vaak mogelijk zult willen doen gezien het belang dat het idee van vandaag heeft voor jou en je geluk – dat jouw grieven het licht van de wereld voor je bewustzijn verborgen houden. Herinner je er ook aan dat jij niet alleen daarnaar zoekt en dat jij echt weet waar je ernaar zoeken moet.

Jezus bedoelt hier niet hemzelf of de Heilige Geest, maar dat we niet alleen zijn op zoek naar het licht omdat in het Zoonschap onze broeders een zijn met ons. We zullen dit begrijpen wanneer we de Heilige Geest om hulp vragen in plaats van aan het waanzinnige ego telkens wanneer we geneigd zijn aan grieven vast te houden.

De motivatie voor een dergelijke verandering komt met de herkenning dat ons geluk ervan afhangt:

(9:3-6) Zeg dan:

Mijn grieven verbergen het licht van de wereld in mij. Ik kan niet zien wat ik verborgen heb. Toch wil ik dat het me wordt onthuld, omwille van mijn verlossing en de verlossing van de wereld.

Niet alleen geldt dit voor ons geluk, maar ook onze verlossing uit de hel van de schuld. Bovendien niet enkel onze verlossing maar de verlossing van het hele Zoonschap.

(9:7-8) Zeg in elk geval ook tegen jezelf:

Als ik aan deze grief vasthoud, zal het licht van de wereld voor mij verborgen blijven,

mocht je vandaag in de verleiding komen om iemand iets kwalijk te nemen.
Met andere woorden Jezus zegt ons hier dat we ons denken moeten controleren op alle aanvalsgedachten, de grote en de kleine, gerechtvaardigd of niet gerechtvaardigd en ons realiseren dat zij het licht van de wereld voor ons verbergen. Onze bevrijding is de enige motivatie die zal werken.

woensdag 14 november 2018

Les 69 –Mijn grieven verbergen het licht van de wereld in mij. – deel 1


(1:1) Niemand kan zien wat jouw grieven verhullen (verbergen).

Het ‘licht van de wereld’ is de Heilige Geest in onze denkgeest, de herinnering van de Liefde van God waar we zo ons best voor gedaan hebben om die te vergeten door het dubbele schild van vergetelheid wat in les 136 naar voren wordt gebracht. Het gaat hier in deze les weliswaar over ziekte, maar het gaat net zo over aanval die dezelfde dynamiek deelt.
We verbergen het licht van de wereld, de herinnering van onze ware Identiteit als Christus. Het wacht op onze keuze om ons opnieuw te herinneren. Het eerste schild, de eerste bescherming is de schuld en onze zelfhaat. Het tweede schild komt er wanneer wij de schuld die in onze denkgeest is, projecteren en daarmee lichamen aanvallen. Onszelf aanvallen is de zelfafwijzing en kan ziekte als gevolg hebben, anderen aanvallen is anderen afwijzen. Het doel om te blijven vasthouden aan grieven laat ons toe te zeggen dat de schuld niet in mij is, maar in jou.’ Dit tweede schild beschermt ons dus voor de schuld en de schuld, het eerste schild, beschermt ons voor de liefde.

(1:2) Omdat je grieven het licht van de wereld in jou verbergen, staat iedereen in de duisternis en jij staat naast hem.

Het Zoonschap is één. Wanneer ik de hand van Jezus neem en samen met hem in zijn licht van de liefde ga staan, dan draagt dit bij tot het geluk en welzijn van het hele Zoonschap. Wanneer ik zijn hand loslaat wordt mijn denkgeest opnieuw gevuld met de duisternis van zonde en schuld en ook dat draagt bij aan het lijden van het hele Zoonschap.

(1:3-5) Maar zodra de sluier van je grieven wordt opgelicht, word jij samen met hem bevrijd. Deel je verlossing nu met hem die naast jou stond toen je in de hel was. Hij is jouw broeder in het licht van de wereld dat jullie beiden verlost.

Het oplichten van deze sluier die de essentie vormt van vergeving of van het wonder heeft niets te maken met wat die andere persoon doet of niet doet. Het heeft enkel te maken met wat zich afspeelt in onze denkgeest, het actieterrein van onze droom. En we hebben niets anders dan gedachten van of de Hemel of de hel.

(2) Laten we vandaag opnieuw een oprechte poging doen het licht in jou te bereiken. Laten we, voordat we hier in onze langere oefenperiode aan beginnen, er verscheidene minuten voor uittrekken om te overdenken wat we proberen te doen. We trachten letterlijk in contact te komen met de verlossing van de wereld. We proberen achter de sluier van duisternis te kijken die haar verborgen houdt. We proberen de sluier te laten oplichten en de tranen van Gods Zoon in het zonlicht te zien verdwijnen.

Eerst en vooral moeten we in gedachten houden hoezeer we dit niet willen doen want in de aanwezigheid van het licht van Christus is onze individualiteit verdwenen. En dit is waar we bang voor zijn. Hier begint onze weerstand tegen Een Cursus in Wonderen en tegen dit soort lessen in het bijzonder.

(3) Laten we onze langere oefenperiode vandaag beginnen in het volle besef dat dit zo is en met de ware vastbeslotenheid om datgene te bereiken wat ons dierbaarder is dan wat dan ook. Verlossing is al wat we nodig hebben. Er is hier geen ander doel en er valt geen andere functie te vervullen. Verlossing leren is ons enige doel. Laten we de oeroude zoektocht vandaag beëindigen door het licht in ons te vinden en het hoog te houden, zodat iedereen die met ons zoekt het zien kan en zich verheugen.

Nog meer bemoedigende woorden van Jezus die erop aandringen om ons te herinneren waarom we hier zijn wanneer we onze ‘oeroude zoektocht, die tot niets leidt, opzijzetten. Nu we voor het licht kiezen in plaats van voor de duisternis herinneren we op die manier de ander om dezelfde keuze te maken die wij gemaakt hebben.

(4) Probeer nu heel rustig, met gesloten ogen, de totale inhoud los te laten van wat gewoonlijk je bewustzijn in beslag neemt. Stel je je denkgeest voor als een reusachtige cirkel, omringd door een laag zware, donkere wolken. Je kunt alleen de wolken zien, omdat jij buiten de cirkel lijkt te staan, helemaal los daarvan.

Het ware Zelf is natuurlijk niet in de illusie, maar rond ons ware Zelf hebben we een wolkenband gevormd. Het is een verwijzing naar onze fysieke, lichamelijke ervaring. We geloven dat we binnen de wolken zijn en kunnen daarom niets anders zien, net zoals wanneer je in het midden van een mistbank zit je de zon niet kan zien. Wanneer je op een mistige dag het vliegtuig neemt kan je pas het zonlicht zien wanneer het vliegtuig door de wolken heen is gevlogen.  We hebben al delen van een passage gezien waarin Jezus de wolken gebruikt als een beeld om onze schuld te verbergen. Hier de passage die begint met de illusies die we waarnemen wanneer we een wolkenbank observeren:

Toch is het makkelijk in deze wolkenbank een hele wereld te zien verrijzen. Een massieve bergketen, een meer, een stad; dit alles verrijst in je verbeelding en vanaf de wolken komen de boden van jouw waarneming bij je terug en verzekeren jou dat het er is. Gedaanten komen duidelijk naar voren en bewegen zich in het rond, handelingen lijken echt en vormen verschijnen en verschuiven van lieftalligheid naar het groteske. En heen en weer gaat het, zolang jij het kinderspel van doen alsof wilt spelen. Maar hoelang jij het ook speelt en hoeveel verbeelding je er ook in stopt, je verwart het niet met de wereld daarbeneden en probeert het ook niet werkelijk te maken.
Zo zou het ook horen te gaan met de donkere wolken van schuld die evenmin ondoordringbaar en even weinig substantieel zijn. Je zult je er niet aan bezeren wanneer je erdoorheen reist. Laat jouw Gids jou hun niet-substantiële aard leren terwijl Hij jou eraan voorbij leidt, want daaronder bevindt zich een wereld van licht waarop ze geen schaduwen werpen. Hun schaduwen liggen op de wereld achter ze, nog verder weg van het licht. Maar hun schaduwen kunnen niet van ze vandaan vallen naar het licht. (T. 18. IX. 7-8)

Eens je doorheen de wolken gaat zie je de zon en het licht. Dit was niet verdwenen ook al hadden de wolken ons zicht negatief beïnvloedt. Ons geloof in zonde en schuld heeft dus de liefde die ons Zelf is, niet geraakt. Nogmaals deze prachtige regel: “Niet één noot van het Lied van de Hemel is vermist’. (T. 26. V. 5:4)
De ‘inhoud’ met betrekking tot onze grieven over het verleden, huidige gedachten over speciaalheid en angst voor de toekomst en waarvan Jezus ons vraagt om deze los te laten, hebben allemaal te maken met lichamen. We zien enkel de wolken omdat we ons in de wolken bevinden. We staan buiten de cirkel van licht en geloven daarom dat we ervan uitgesloten zijn. Schuld vormt de grote oogklep. Door de identificatie met schuld kijken we enkel door die ogen.

(5:1) Van waar jij staat, kun je geen enkele reden zien te geloven dat er achter de wolken een schitterend licht schuilgaat.

Met andere woorden het enige wat we kennen is onze individualiteit en speciaalheid waarvan we geloven dat dit de realiteit is. Omdat we een wereld van lichamen waarnemen, een waanzin die door miljoenen anderen wordt gedeeld, geloven we dat dit de werkelijkheid moet zijn en zijn we ons niet bewust van de onderliggende waarheid. De duisternis van de schuld maakt ons blind voor het licht: niets zo verblindend als de waarneming van de vorm. (T. 22. III. 6:7)

(5:2-5) De wolken lijken de enige werkelijkheid. Het lijkt of zij alles zijn wat er valt te zien. Daarom probeer je niet er doorheen en er voorbij te gaan, wat de enige manier is waardoor jij er werkelijk van overtuigd zou raken dat ze iedere substantie missen. Deze poging zullen we vandaag ondernemen.

We doen geen poging om doorheen de wolken te gaan, eraan voorbij te gaan omdat we geen enkele reden meer zien waarom we dat wel zouden doen. Net zoals de geketende gevangenen van Plato zien we alleen de achterzijde van de grot waardoor we de oorsprong vergeten zijn van de schaduwen die op de muur verschijnen, we kennen niets beters.

(wordt vervolgd)

maandag 12 november 2018

Les 68 – Liefde koestert geen grieven. – deel 3


(5:1) Begin de uitgebreide oefenperiode van vandaag met je denkgeest te doorzoeken op personen tegen wie jij in jouw ogen ernstige grieven hebt.

Deze oefening wordt vaak herhaald. We worden gevraag om echt te kijken naar de grieven die we vasthouden met het doel om te leren deze grieven los te laten. Het lijden die we ondervinden wanneer we er blijven aan vasthouden zou de motivatie moeten zijn om uiteindelijk onze broeders en daarbij ook onszelf te bevrijden.

(5:2-3) Sommige van hen zullen heel gemakkelijk te vinden zijn. Denk vervolgens aan de ogenschijnlijk lichte grieven die je hebt tegen degenen die je graag mag en van wie je zelfs denkt te houden.

Jezus benoemt hier zowel speciale haat als speciale liefde. Het is niet alleen een kwestie om de boosheid die we tegenover iemand voelen te plaatsen. Deze gevoelens zijn trouwens relatief makkelijk te vinden in onze denkgeest. Wat ook belangrijk is, is om de meer subtiele gevoelens te herkennen en vooral deze we eerder benoemen als liefdevol. Jezus onderlijnt hier ook zijn eerder aangehaald punt uit les 21 waarbij hij duidelijk maakt dat er geen graduatie is woede. Ook in het Handboek voor Leraren vinden we hierover een vermelding:

Het kan gewoon een lichte irritatie zijn, wellicht te zwak om ook maar duidelijk te worden onderkend. Of het kan de vorm aannemen van intense razernij, vergezeld van gedachten over geweld, gefantaseerd of ogenschijnlijk uitgeleefd. Dat doet er niet toe. Al deze reacties zijn hetzelfde. Ze verdoezelen de waarheid en dat kan nooit een kwestie van gradatie zijn. Ofwel is de waarheid duidelijk zichtbaar of ze is dat niet. Ze kan niet gedeeltelijk worden gezien. Wie zich niet bewust is van de waarheid moet wel illusie aanschouwen. (H. 17. 4:4-11)

(5:4-5) Het zal snel duidelijk worden dat er niemand is tegen wie jij niet een of ander soort grief koestert. Daardoor zie jij jezelf als totaal alleen in heel het universum.

Deze waarheid vindt niemand leuk. Nochtans, wat Jezus hier zegt is waar zijn gezien het Zoonschap van God één is. Wanneer ik letterlijk de wereld gemaakt heb in mijn beeld van zelfhaat dan doet het er niet toe hoeveel miljoenen deeltjes er in het universum bestaan die ik geprojecteerd heb, er zal een deel in mij zijn die ze allemaal haat. En wanneer je denkt dat je deze haat niet in jou hebt, denk dan eens een moment aan de mensen van wie je denkt dat je van ze houdt. Stel je voor wat er gebeurt wanneer ze niet doen of zeggen wat jij wil. Je teleurgesteld voelen of licht geïrriteerd is, nogmaals, slechts een sluier die hangt voor een aangezicht van intense woede. Zolang je aanvalsgedachten richting jezelf koestert en is het onmogelijk om iedereen met liefde waar te nemen. Het is dus belangrijk om je gewaar te worden van ook deze subtiele grieven.

(6:1-3) Besluit nu al deze mensen als vrienden te zien. Zeg tegen hen allen, terwijl je aan ieder op zijn beurt denkt:

Ik wil jou als mijn vriend zien, zodat ik me herinner dat jij deel bent van mij en ik mezelf leer kennen.

Dit is een oefening waarvan Jezus wil dat we ze in praktijk brengen door te begrijpen hoe waanzinnig ons denken is wanneer we denken dat er mensen zijn waarvan we kunnen houden en andere die we dan haten. Op het gebied van de vorm betekent dit niet dat we onze levens met iedereen moeten doorbrengen.

(6:4-9) Besteed er de rest van de oefenperiode aan te proberen jezelf als volkomen in vrede met alles en iedereen te zien, veilig in een wereld die jou beschermt en liefheeft en die jij op jouw beurt liefhebt. Probeer te voelen hoe veiligheid jou omringt, zich over je heen welft en jou draagt. Probeer te geloven, al is het maar kort, dat niets jou op enige manier kan schaden. Zeg aan het eind van de oefenperiode tegen jezelf:

Liefde koestert geen grieven. Wanneer ik al mijn grieven laat gaan, zal ik weten dat ik volkomen veilig ben.

Jezus wil dat we aan ons onze natuurlijke staat van Zijn  herinneren wanneer we midden in een onveilig gevoel zitten ook al is het maar kort. We moeten ons bewust worden van onze gespleten denkgeest: het egodenksysteem van gevaar enerzijds en de correctie, de veiligheid van de Heilige Geest anderzijds. Alleen zo oefenen we het denken van het onveilige naar het veilige, van de duisternis naar het licht, van de grief naar de liefde.

(7) Telkens wanneer er in je gedachten een grief opkomt tegen iemand, of die persoon nu fysiek aanwezig is of niet, moeten de korte oefenperioden een snelle toepassing van het idee van vandaag in de volgende vorm bevatten:

Liefde koestert geen grieven. Laat ik mijn Zelf niet verraden.

Herhaal bovendien meerdere malen per uur het idee in deze vorm:

Liefde koestert geen grieven. Ik wil tot mijn Zelf ontwaken door al mijn grieven opzij te zetten en te ontwaken in Hem.

Jezus herinnert ons eraan waakzaam te zijn voor de capriolen van ons ego. Wanneer we er samen met zijn vriendelijke liefde naast ons kunnen naar kijken verdwijnen ze. Want:

Wie, die zich door Gods Liefde gedragen weet, kan de keuze tussen wonderen en grieven moeilijk vinden? (T. 23. IV.9:8)


zaterdag 10 november 2018

Les 68 – Liefde koestert geen grieven. – deel 2


(3:1) Het is even zeker dat wie grieven koestert, God naar zijn eigen beeld zal herdefiniëren, als het zeker is dat God hem als Zichzelf geschapen heeft en als een deel van Hemzelf heeft gedefinieerd.

De waarheid is dat God en Zijn Zoon gelijk zijn Liefde en in een perfecte eenheid. Het ego zegt dat God en Zijn Zoon gelijk zijn in schuld en perfecte afscheiding. De uitspraak van Voltaire is nog steeds relevant:

God heeft de mens geschapen naar Zijn beeld. De mens gaf het compliment terug.

(3:2) Het is even zeker dat wie grieven koestert, onder schuld gebukt zal gaan, als het zeker is dat wie vergeeft, vrede zal vinden.

Zoals we in vele passages van Een Cursus in Wonderen leren is zonder uitzondering schuld de oorzaak van ons lijden en pijn. De volgende passage uit de tekst, die we reeds aangehaald hebben, geeft dit mooi weer:

Ooit was jij je niet bewust van wat in werkelijkheid de oorzaak moet zijn van alles wat de wereld jou ongenood en ongevraagd leek op te dringen. Van één ding was je zeker: van al de vele oorzaken die jij zag als brengers van pijn en lijden voor jou, was jouw schuld er niet een van. En evenmin heb jij er op enige wijze voor jezelf om verzocht. Zo ontstonden alle illusies. Degene die ze maakt ziet zichzelf niet als hun maker en hun realiteit berust niet op hem. Welke oorzaak ze ook hebben staat volkomen los van hem en wat hij ziet is gescheiden van zijn denkgeest. Hij kan de werkelijkheid van zijn dromen niet in twijfel trekken, omdat hij niet ziet welk aandeel hij erin heeft ze te produceren en een schijn van werkelijkheid te verlenen. (T. 27. VII. 7:3-9)

Wat schuld intact houdt zijn aanvalsgedachten. Hieruit kunnen we besluiten dat deze aanvalsgedachten, die dus geboren zijn uit onze schuld, de oorzaak zijn van ons ongelukkig zijn en onze ellende.  Dit herkennen is essentieel om gemotiveerd te zijn om, door vergeving, deze aanvalsgedachten op te geven. Pas dan kunnen we de vrede vinden waar we zo naar op zoek zijn.

(3:3) Het is even zeker dat wie grieven koestert, zal vergeten wie hij is, als het zeker is dat wie vergeeft, het zich herinneren zal.

En het is nodig dat we ons bewust worden van het feit dat we vergeten zijn wie we zijn om ons dit te kunnen herinneren. Onze ware identiteit kent echter geen speciaalheid, heeft geen weet van een individualiteit die we als onszelf kennen. Wat deze herinnering van ons weghoudt is schuld waarvan de pijn als grief geprojecteerd wordt.

(4:1-2) Als jij geloofde dat dit alles waar was, zou je dan niet bereid zijn je grieven los te laten? Misschien denk je dat jij je grieven niet kunt laten varen.

Het is het ego dat ons zegt dat Een Cursus in Wonderen te moeilijk is, dat onze met haat gevulde oordelen te overweldigend zijn, dat onze angst te groot is en tenslotte dat er geen hoop is op een noemenswaardige verandering. De lezer mag zich echter de passage herinneren die we reeds voorgesteld hebben uit het begin van hoofdstuk 31 (T. 31. I. 5) waar Jezus ons op een vriendelijke manier berispt voor ons geloof dat ons denken niet krachtig genoeg zou zijn om deze cursus te leren en om zijn principes van vergeving te leren toepassen.

(4:3) Dat is echter simpelweg een kwestie van motivatie.

Wij moeten ons realiseren dat wij allemaal een geheime motivatie hebben, een verborgen agenda die zegt: ‘Ik wil niet uit de droom ontwaken en naar huis terugkeren. Ik wil mijn grieven niet loslaten.’ Pas wanneer wij ons hiervan bewust worden kunnen we deze onbewust motivatie veranderen. En het is goed om hiervoor eerlijk te zijn tegenover onszelf en te herkennen hoezeer we tegenwerken om wakker te worden uit deze droom. In de tekst doet Jezus dit verzoek als volgt:

Let goed op en zie waar jij werkelijk om vraagt. Wees hierin heel eerlijk met jezelf, want we moeten niets voor elkaar verborgen houden. (T.4. III. 8:1-2)

Denk eerlijk aan wat jij gedacht hebt dat God niet zou hebben gedacht en aan wat jij niet hebt gedacht maar wat God zou willen dat jij denkt. Zoek oprecht naar wat je zodoende gedaan hebt of hebt nagelaten en verander dan van gedachten zodat je kunt denken met de Denkgeest van God. Dit kan moeilijk lijken, maar het is veel makkelijker dan ertegenin proberen te denken. (T. 4. IV. 2:4-6)

Jezus helpt ons om bewust te worden dat dat wij doen ons niet gelukkig maakt. Speciale relaties werken tijdelijk, maar brengen niet de vrede van God, iets wat weggelegd is voor vergeving. Toegeven dat we verkeerd zijn is de eerste stap die leidt naar een gelukkig gevolg.

(4:4-5) Vandaag zullen we proberen erachter te komen hoe jij je zonder grieven zou voelen. Zelfs als je daar maar een heel klein beetje in slaagt, zal er nooit meer een motivatieprobleem bestaan.

Eens we toestaan om samen met Jezus te denken zullen we de vrede van God leren kennen. En ook al zijn we geneigd om hem weer buiten te sluiten, de ervaring van zijn aanwezigheid in ons denken zal blijven. Wanneer we onze gedachten van aanval, oordeel en speciaalheid los kunnen laten kunnen we echt gelukkig zijn en:

Je hebt geen idee van de geweldige bevrijding en de diepe vrede die ontstaan wanneer jij jezelf en je broeders totaal zonder oordeel tegemoet treedt. (T. 3. VI. 3:1)

(wordt vervolgd)

donderdag 8 november 2018

Les 68 – Liefde koestert geen grieven. – deel 1


Zoals ik reeds eerder vermeld heb zijn er plaatsen in het werkboek waarbij de lessen zich richten op een specifiek thema. De volgende lessen zijn gericht op de rol van aanval – het vasthouden van grieven en oordelen – in het plan van het ego om onze individualiteit te bewaren en de Liefde van God van ons weg te houden. Deze bespreking over aanval en over het vasthouden aan grieven vindt haar basis in de dynamiek van de speciale haatrelaties.

(1:1-2) Jij die door liefde werd geschapen als zichzelf, kunt er geen grieven op nahouden en je Zelf kennen. Een grief koesteren is vergeten wie jij bent.

Deze twee zinnen wijzen onmiskenbaar op het feit waarom wij blijven vasthouden aan grieven. Het doel van het denksysteem van het ego is om er zeker van te zijn dat wij nooit ons ware Zelf zouden kennen en we dus vergeten Wie we zijn. De Heilige Geest vertegenwoordigt het Verzoeningsprincipe en wanneer we kiezen voor zijn raad in plaats van voor het ego dan zal Hij ons herinneren aan onze Identiteit als Christus, aan de Zoon van God die volmaakt een is met Zijn Vader. Wanneer we ons dus tot de Heilige Geest richten herinneren wij ons dit automatisch. Wanneer de Zoon van God volmaakt een is en gezien onze Identiteit als de Zoon van God liefde is, is het enige wat we moeten doen om deze Identiteit buiten ons bewustzijn te houden het benadrukken van verschillen binnen het Zoonschap. Aanval, grieven of oordelen realiseren dit doel door anderen te zien als verschillend en afgescheiden van ons. Vanuit dat standpunt gezien is er geen sprake van liefde. Speciale liefde wordt wel verwelkomd, maar de Liefde van God zit diep in onze denkgeest verborgen.

Het verbergen van deze liefde is het basisprincipe van het ego. Het verklaart waarom bijna iedereen problemen heeft met het echt vertrouwen, vriendschap en liefde. Heilige relaties kennen geen grenzen of beperkingen: geen speciale belangen, behoeften of verwachtingen maar enkel een ervaring van een eenheid van het gedeeld doel. Daarom, zijn we angstig voor die eenheid omdat dit weerspiegelt Wie we zijn. Het ego zal alles doen wat mogelijk is om dit van ons weg te houden.

Deze lessen belichten aanval en grieven.

(1:3) Een grief koesteren is jezelf zien als een lichaam.

Dit klinkt volkomen logisch wanneer je je realiseert dat het lichaam vorm geeft aan de gedachte van afscheiding. Wanneer het lichaam werkelijk is dan moet de oorsprong van het lichaam, de gedachte afgescheiden te zijn van God, ook waar zijn. In les 161 heeft Jezus het over onze behoefte om specifieke dingen te hebben. Wanneer we haten dan moeten we iets hebben zoals bijvoorbeeld een lichaam dat we kunnen haten. De identificatie met het lichaam vormt de basis voor aanval en grieven.

(1:4) Een grief koesteren is het ego laten heersen over je denkgeest en het lichaam ter dood veroordelen.

Ik kan in mijn bewuste geest wel denken dat het jouw lichaam is dat ik veroordeel maar in werkelijkheid, gezien ideeën hun bron niet verlaten, veroordeel ik mezelf. Vanaf het ogenblik dat aan het denksysteem van afscheiding van het ego waarheid wordt verleend wordt aan dit denksysteem in zijn geheel waarheid verleend. En dood, die het hoogtepunt van het denksysteem van zonde, schuld en angst is, is dus onvermijdelijk.

(1:5) Misschien besef je nog niet ten volle wat het vasthouden aan grieven je denkgeest precies aandoet.

Telkens we boos zijn of wanneer we er gedachten van irritatie of oordeel op nahouden zijn wij ons niet bewust van de gevolgen ervan. In zekere zin zou je kunnen zeggen dat het doel van Een Cursus in Wonderen is om ons het vernietigend gevolg te laten zien van het vasthouden aan grieven. Herinner je dat dit een cursus is in het helpen ons de relatie tussen oorzaak en gevolg te herinneren. 

De oorzaak het vasthouden aan grieven en het gevolg is ellende en lijden. Niettemin, wanneer wij ons niet bewust zijn van het oorzakelijk verband tussen onze aanvalgedachten en ons lijden zal er ook geen enkele motivatie zijn om grieven los te laten. Een van Jezus’ doelen als onze leraar is dat wij ons de consequenties van het vasthouden aan deze grieven zouden realiseren.

(1:6) Het lijkt je af te splitsen van je Bron en je anders te maken dan Hij.

Merk op dat Jezus hier zegt ‘lijkt je af te splitsen’. Blijven vasthouden aan grieven lijkt ons af te splitsen want in werkelijkheid heeft de afscheiding nooit plaatsgevonden. In onze illusionaire nachtmerrie van angst zijn we niet alleen afgescheiden van de persoon waar we boos op zijn, maar ook van God. En gezien in onze afgescheiden denkgeest alles één is, is wat we aan één iemand doen ook aan de ander gedaan.

(1:7) Het doet je geloven dat Hij is zoals jij denkt dat jij geworden bent, want niemand kan zich zijn Schepper voorstellen als anders dan zichzelf.

Dit is een heel belangrijk concept. In feite zullen we het binnenkort in les 72 herhaald zien. De betekenis is deze: ik geloof dat ik aangevallen heb met de oorspronkelijke aanvalsgedachte tegen God. Ik projecteer deze aanvalsgedachte en geloof nu dat God mij wil aanvallen. Maar aangezien ideeën hun bron niet verlaten, blijft deze gedachte van aanval en schuld in mij. Door die projectie ben ik hier echter niet bewust van projectie en zie de schuld in iemand anders. De volgende passage uit de tekst drukt deze dynamiek mooi uit. Het is de dynamiek die onvermijdelijk uitmondt in de afscheiding van onszelf en die ons tegelijkertijd afscheidt van iedereen. Het perfecte resultaat voor het ego:

Wat je projecteert verstoot je en daarom geloof je niet dat het van jou is. Je sluit jezelf uit juist door het oordeel dat jij anders bent dan degene op wie je projecteert. Aangezien je tevens veroordeeld hebt wat je projecteert, blijf je het aanvallen omdat je het afgescheiden blijft houden. Door dit onbewust te doen, probeer je het feit dat jij jezelf hebt aangevallen buiten je bewustzijn te houden en zo verbeeld jij je dat jij jezelf veilig hebt gesteld.
Maar projectie zal altijd jou kwetsen. Ze versterkt je geloof in je eigen gespleten denkgeest, en haar enige doel is de afscheiding gaande te houden. … Projectie en aanval zijn onlosmakelijk verbonden, omdat projectie altijd het middel is waarmee een aanval wordt gerechtvaardigd. Woede zonder projectie is onmogelijk. Het ego gebruikt projectie alleen om jouw waarneming zowel van jouzelf als van je broeders te verwoesten. Het proces begint met het uitsluiten van iets wat in jou bestaat maar wat jij niet wilt, en leidt er regelrecht toe jou van je broeders uit te sluiten. (T. 6. II. 2; 3:1-2,5-8)

Dit belicht het belang om de onderliggende metafysica van Een Cursus in Wonderen nooit te vergeten. Wanneer er niemand buiten ons is en wanneer de wereld niets anders is dan een projectie van dat wat ik geloof dat in mij is, dan is alles wat ik buiten mij zie afkomstig van mezelf. Wanneer we ’s nachts dromen zijn de karakters, gebeurtenissen, plaatsen verschillende aspecten van een persoonlijkheid die we nu buiten ons in de droom waarnemen. Met onze dromen in wakkere toestand gebeurt precies hetzelfde.

Dus is het onmogelijk dat ik iemand anders dan mezelf zie, want iedereen is gemaakt zoals ik, of dat nu God is of Jezus, de Heilige Geest of mensen in mijn alledaagse leven. Daarom, wanneer ik mezelf als afgescheiden zie van jou dan heb ik mijn afscheiding werkelijk gemaakt en dat maakt mijn afscheiding van God ook werkelijk. Dit is oorsprong van mijn zelfbeschuldiging dat ik een zondaar ben. En wanneer ik dat naar buiten projecteer dan is God automatisch ook een zondaar. Dit is de figuur van God uit de Bijbel die we kennen en ‘liefhebben’, die even waanzinnig is als wij zijn en ook vervuld met onze speciaalheid.

(2:1) Afgesloten van Zichzelf, dat zich bewust blijft van Zijn gelijkenis met Zijn Schepper, schijnt je Zelf te slapen, terwijl dat deel van je denkgeest dat in zijn slaap illusies weeft, wakker lijkt.

Jezus stelt hier het beeld van Christus die lijkt te slapen naast een ego-zelf dat slaapt en droomt dat het wakker is. Dit afgesplitste zelf lijkt wakker te zijn gezien het geloof van het in leven zijn. Christus, ons Zelf kan in werkelijkheid nooit in slaap vallen. Het lijkt erop dat Hij slaapt, een ‘slaap’ die begraven is in onze denkgeest en beschermt wordt door het denksysteem van schuld en aanval van het ego.

(2:2-5) Kan dit alles ontstaan door grieven te koesteren? Jazeker! Want wie grieven heeft, ontkent dat hij door liefde werd geschapen en in zijn droom van haat is zijn Schepper voor hem angstaanjagend geworden. Wie kan van haat dromen en niet bang zijn voor God?

Dit drukt de ‘onheilige drie-eenheid’ uit van het ego: zonde, schuld en angst; ik geloof dat ik van God ben afgescheiden (zonde), ik voel mij overweldigd over wat ik gedaan heb (schuld) en ik projecteer deze schuld naar buiten en zie in God en in alles wat symbool wordt hiervan de wraak op wat ik gedaan heb en klaar om van mij te stelen wat ik van Hem heb genomen (angst). We staan er niet bij stat dat een grief tegenover iemand hebben gelijk staat met het geloof dat God ons uiteindelijk zal straffen. Jezus wil dat we deze dynamiek herkennen. Hij wil niet dat we ons schuldig voelen omdat we aanvalsgedachten hebben, hij wil eenvoudig dat wij ons er bewust van worden waarom we een dergelijke keuze maken en wat de gevolgen van die keuze zijn. Bovendien wil hij dat wij begrijpen dat zolang wij denken dat we van onze schuld af geraken door middel van aanval we nooit echt geluk zullen kennen. Daarom het idee dat onze functie en ons geluk één zijn. Het is onze functie om onze grieven los te laten en te vergeven en de liefdesgedachten van de Heilige Geest toe te laten. Het verband tussen onze niet-vergevingsgezindheid en de angst voor God wordt in deze uitspraak in de laatste blokkade voor de vrede toegelicht:

Ten overstaan van totale vergeving ben je nog steeds niet-vergevend. Je bent bang voor God omdat jij je broeder vreest. Degenen die jij niet vergeeft, die vrees je. En niemand bereikt liefde wanneer angst hem vergezelt. (T. 19. IV. D. 1:4-7)

(wordt vervolgd)

dinsdag 6 november 2018

Les 67 – Liefde schiep mij als Zichzelf


(1:1-5) Het idee van vandaag is een volledige en nauwkeurige formulering van wat jij bent. Daarom ben jij het licht van de wereld. Daarom heeft God jou als de verlosser van de wereld aangewezen. Daarom wendt de Zoon van God zich voor zijn verlossing tot jou. Hij wordt verlost door wat jij bent.

De Zoon van God is verlost door wat ik ben omdat ik de Zoon van God ben. Als ik een creatie van liefde ben dan moet het hele Zoonschap een creatie van liefde zijn want liefde kan niets anders dan liefde zijn. Wanneer we ons dus herinneren wie we werkelijk zijn dan herinneren we ons dat voor iedereen. Het is als het ware als het motto van ‘De drie musketiers’ van Dumas: ‘Eén voor allen, allen voor één.’

(1:6) We zullen vandaag ons uiterste best doen tot deze waarheid over jou door te dringen en ten volle te beseffen, al was het maar voor even, dat het de waarheid is.

Het doel van Een Cursus in Wonderen – op lange termijn - is dat we ons de hele tijd door van deze waarheid bewust zijn en niet alleen maar voor even. Het is een proces van een geleidelijke aanvaarding van de waarheid waarbij we geleidelijk de illusie verwerpen, met name de vervanging van het zelfconcept van het ego van schuld en angst terug naar de herinnering dat wij geschapen zijn door Liefde als Zichzelf.

(2:1-7) Tijdens de lange oefenperiode zullen we nadenken over jouw werkelijkheid en haar volkomen onveranderde en onveranderlijke aard. We zullen beginnen met deze ware uitspraak over jou te herhalen en dan een paar minuten besteden aan het toevoegen van enkele verwante gedachten, zoals:

Heiligheid schiep mij heilig.
Vriendelijkheid schiep mij vriendelijk.
Behulpzaamheid schiep mij behulpzaam.
Volmaaktheid schiep mij volmaakt.

Iedere eigenschap die in overeenstemming is met God zoals Hij Zichzelf definieert, is geschikt om te worden gebruikt.

Jezus benadrukt onze werkelijkheid. Het is duidelijk dat hij ook weet dat wij dit niet over ons zelf geloven. Als we dat wel zouden doen dan zouden we het werkboek niet nodig hebben en zeker niet Een Cursus in Wonderen. Dus probeert hij die herinnering die hij voor ons in ons juist-gericht denken vasthoudt, te versterken. En zoals we verder kunnen lezen herinnert hij ons aan de reis waarin hij onze gids en begeleider is:

(2:8) We proberen vandaag jouw definitie van God ongedaan te maken en die te vervangen door de Zijne.

De waarheid is in ons en voortdurend worden we hieraan herinnerd, maar we moeten ons die waarheid herinneren door ongedaan te maken wat wij ervoor in de plaats hebben gezet. Onze ego-god is dus een dualistische godheid, wat betekent dat zijn creatie – wij - ook dualistisch is: goed, maar evengoed kwaadaardig, soms onschuldig maar ook schuldig. Wanneer we dat naar de definitie brengen van Jezus dan wordt de ego-godheid vervangen door een non-dualistische God van onschuld en Liefde.

(2:9) We proberen eveneens te beklemtonen dat jij deel uitmaakt van Zijn definitie van Zichzelf.

Onze angst zet ons er toe aan ons te verbergen in het denksysteem van het ego van afscheiding, terwijl het lijden naar aanleiding van een dergelijke keuze ons motiveert om terug te keren naar huis. We balanceren tussen angst en liefde tot we uiteindelijk de Verzoening voor onszelf aanvaarden en we verdwijnen in de liefde die ons geschapen heeft als zichzelf.

(3:1-2) Wanneer jij verscheidene van dergelijke verwante gedachten doorgenomen hebt, probeer dan alle gedachten gedurende een korte voorbereidende periode weg te laten vallen en probeer daarna aan al je beelden en vooroordelen over jezelf voorbij te gaan om zo de waarheid in jou te bereiken. Als liefde jou schiep als zichzelf, moet dit Zelf in jou zijn.

Voor we ons kunnen herinneren wie we werkelijk zijn moeten we eerst in contact komen met dat wat het ego ons verteld dat we zijn. De weg neemt ons dus mee door de illusies van duisternis heen naar het licht van de waarheid. Zoals we dadelijk zullen zien beschrijft Jezus zichzelf als onze gids op deze reis van de illusiewolken van het ego.

(3:3) En ergens in je denkgeest ligt Het op jou te wachten.

Die waarheid, namelijk de Liefde van God, ligt daar op ons te wachten. Nogmaals, de manier om de waarheid te bereiken is door eerst voorbij te zien aan onze ‘beelden en vooroordelen’. In het dagelijks oefenen van de lessen en het in het praktijk brengen van de principes van de Cursus moeten we in alle situaties en relaties constant waakzaam zijn voor wat onze ego’s van plan zijn. We hoeven ons alleen maar om ons ego bezorgd maken. Wanneer we er met Jezus kunnen naar kijken dan zal onze investering om gelijk te hebben afnemen waardoor de waarheid in toenemende mate belangrijk wordt voor ons. Door er naar op zoek te gaan zullen we erin slagen het te vinden omdat het op ons ligt te wachten.

(4) Misschien vind je het nodig het idee voor vandaag van tijd tot tijd te herhalen om afleidende gedachten te vervangen. Misschien ook vind je dit onvoldoende en acht je het nodig om andere gedachten te blijven toevoegen die verband houden met de waarheid over jouzelf. Maar wellicht zal je erin slagen daaraan voorbij te gaan en via de periode van gedachtenloosheid komen tot de gewaarwording van een stralend licht waarin jij jezelf herkent zoals liefde jou geschapen heeft. Vertrouw erop dat je vandaag veel zult doen om die gewaarwording naderbij te brengen of jij je daarin nu geslaagd voelt of niet.

De eerste vereiste in het ongedaan maken, zoals in Een Cursus in Wonderen omschreven wordt, is kijken naar het ego; het proces om voorbij de duisternis naar het licht te bewegen. Van tijd tot tijd herinnert Jezus ons aan het licht waar we de duisternis van onze geest naar toe moeten brengen, duisternis die bestaat uit de pogingen van het ego om ons met gedachten die niet werkelijk zijn af te leiden. Maar nogmaals, we kunnen het gewaarzijn van het licht van onze werkelijke gedachten niet terugwinnen wanneer we niet eerst de identificatie herkennen die we hebben met de onwerkelijke gedachten.
Jezus drukt nu zijn vertrouwen uit in onze bereidwilligheid om dit proces samen met hem te doorlopen, maar weet ook dat er weerstand van onze kant zal zijn:

(5:1-2) Het zal vandaag bijzonder nuttig zijn het idee voor deze dag zo vaak je kunt te oefenen. Het is nodig dat jij de waarheid over jouzelf zo vaak mogelijk hoort, omdat je denkgeest zo in beslag wordt genomen door valse beelden van jezelf.

In deze ene zin vinden we een prachtige naast-elkaar-plaatsing van de beide helften van onze gespleten denkgeest en het basisthema van Een Cursus in Wonderen: dat we ons moeten realiseren hoezeer we in beslag genomen zijn door onze valse zelfbeelden en zelfconcepten. Dit houdt ook in: ik heb gelijk, ik ben heilig omdat ik gelijk heb, ik ben een individu, ik ben speciaal, ik weet wat het beste voor mij is. We moeten ons bewust worden van deze vooringenomenheid met deze zelfbeelden anders zullen we nooit weten dat er iets anders is waartussen we kunnen kiezen. Jezus zegt ons daarom en vooral in het werkboek: ‘Ik zal je regelmatig eraan herinneren wie je werkelijk bent zodat je kan zien dat je een keuze hebt tussen je glorieuze Zelf als Christus en de haveloze jij die je ter vervanging hebt gemaakt. Het is het bewustzijn van de mogelijkheid om te kiezen tussen twee elkaar uitsluitende zelfconcepten. Ons naar dit bewustzijn brengen is de functie van het wonder.

(5:3-4) Het zou je zeer ten goede komen wanneer je vier of vijf keer per uur, en misschien zelfs vaker, jezelf eraan herinnerde dat liefde jou schiep als zichzelf. Hoor hierin de waarheid over jouzelf.

Jezus verhoogt hier de inzet. Hij wil dat wij zo vaak mogelijk aan het idee van de dag denken, van vier tot vijf keer per uur, d.w.z. elke twaalf tot vijftien minuten. Jezus verwacht niet dat we zo gefocust zullen zijn. Niettemin wil hij dat we ons hiervoor inspannen en wanneer we een trouwe poging doen zullen we ons er bewust van worden hoezeer we willen dat we het ons niet herinneren. Een dergelijk inzicht over deze weerstand is bijzonder behulpzaam en bruikbaar op onze reis. We kunnen een probleem waarvan we het bestaan niet kennen niet corrigeren.

(6) Probeer in de korte oefenperioden te beseffen dat dit niet je eigen nietige, eenzelvige stemmetje is dat jou dit vertelt. Dit is de Stem namens God, die jou herinnert aan je Vader en je Zelf. Dit is de Stem van de waarheid, die alles wat het ego je over jezelf vertelt, vervangt door de eenvoudige waarheid over de Zoon van God. Je werd door liefde geschapen als zichzelf.

De Heilige Geest kan mijn ego niet vervangen door Zijn waarheid tenzij ik het denksysteem van het ego naar Hem breng. Daarom wees altijd waakzaam voor je ego terwijl je deze lessen doorneemt. Vraag Jezus om je te vergezellen zodat je met zijn licht je duisternis kan wegschijnen en je daarbij kan herinneren wie je bent: geschapen door Liefde als Zichzelf.