donderdag 16 mei 2019

Les 96 – Verlossing komt vanuit mijn ene Zelf – deel 3


(4:1) De geest maakt van de denkgeest gebruik als middel om zijn Zelfexpressie te vinden.

Het bestuderen en in praktijk brengen van de Cursus gebeurt op de beste manier door de woorden te laten doordringen in ons hart en waarbij het brein slechts het middel of voertuig is die onze gedachten terug brengt naar het bewustzijn in de denkgeest. Jezus maakt gebruik van begrippen met ruimtelijke en tijdelijke bijklank ‘als middel om zijn Zelfexpressie te vinden’ en om ons te laten uitstijgen voorbij deze dimensies naar het oneindige rijk van tijdloosheid.
De focus verschuift nu:
(4:2-3) En de denkgeest die de geest dient, is in vrede en vervuld van vreugde. Zijn kracht komt van de geest en hij vervult blijmoedig zijn functie hier.
Onze functie hier is verlossing, genezing en vergeving. De kracht om te vergeven komt door de Heilige Geest, de herinnering aan onze werkelijkheid als geest. Jezus spreekt dus over het juist gericht denken, eerder dan van de Geest van Christus.
(4:4) Toch kan de denkgeest zichzelf ook van de geest gescheiden zien en zichzelf in een lichaam waarnemen waarmee hij zich verwart.
Hier spreekt Jezus over de onjuist gerichte denkgeest. Ons juist gerichte denkgeest is gekoppeld aan de geest door de Heilige Geest, die wij definiëren als de herinnering aan God die met ons mee is gekomen in de afscheidingsdroom. In ons juist gericht denken zijn we dus altijd verbonden met de Heilige Geest en daarom met Christus. Wanneer we ons van de eenheid hebben afgescheiden zijn we echter onjuist gaan denken, zijn we gaan geloven dat we een bestaan hebben in een lichaam, onafhankelijk van God, geest en van ons ware Zelf. Dit onjuist-gericht denken is het thuis voor zonde, schuld, angst en individualiteit. We projecteren onze zonde en zien haar in andere lichamen waardoor ons lichaam in onschuld gezien wordt voor wat is gebeurd. Ook al zien we onszelf als zondig toch blijft ook een gedachte in ons die zegt dat iemand anders de boosdoener is. Wij beweren dat we zo niet geboren zijn en was dat wel zo dan is dit in ieder geval niet onze keuze. De slechte genen hebben we van iemand anders gekregen. Met andere woorden het maakt niet uit of ik jouw lichaam of dat van mij als zondig zie. Er zullen altijd mensen zijn die ik ervoor aansprakelijk stel, afwijzing of zelfafwijzing is dezelfde dynamiek maar verschilt ze in de vorm:
Als je broeders deel zijn van jou en jij hen ervan beschuldigt dat jou iets is ontzegd, beschuldig jij jezelf. En je kunt jezelf niet beschuldigen zonder hen te beschuldigen. Dat is de reden waarom een beschuldiging ongedaan moet worden gemaakt en niet elders worden gezien. Leg die jezelf op en je kunt jezelf niet kennen, want alleen het ego beschuldigt überhaupt. Zelfbeschuldiging is derhalve je vereenzelvigen met het ego en is evengoed een verdediging van het ego als het beschuldigen van anderen. (T. 11. IV. 5:1-5)
(4:5) Zonder zijn functie kent hij dan ook geen vrede en is vreugde aan zijn gedachten vreemd.
De functie van onze denkgeest is om door vergeving schuld ongedaan te maken – het geloof in de realiteit van het lichaam. Dit concept van ongedaan maken vormt motief van Een Cursus in. We worden niet gevraagd om het lichaam te negeren – dat van iemand anders of dat van ons – maar om de onjuiste waarneming van het doel van het lichaam ongedaan te maken en het in plaats daarvan te vervangen door het doel van de Heilige Geest: vergeving in plaats van aanval, geest in plaats van lichaam, terugkeren naar huis in plaats van te blijven in het verre land van afscheiding van het ego:
Verlossen is ongedaan maken. … Verlossing vraagt niet dat je de geest aanschouwt en het lichaam niet ziet. Ze vraagt alleen dat dit jouw keuze zou zijn. Want het lichaam kun jij zonder hulp zien, maar je begrijpt niet hoe jij een wereld kunt aanschouwen die daar los van staat. Verlossing zal jouw wereld ongedaan maken en je een andere wereld tonen die jouw ogen nooit zouden kunnen vinden. … De sluier der onwetendheid is over het kwade en het goede neergelaten en men moet er doorheen gaan opdat beide verdwijnen, en de waarneming geen schuilplaats meer vindt. Hoe wordt dit gedaan? Het wordt helemaal niet gedaan. Wat zou er in het universum dat God geschapen heeft, kunnen bestaan dat nog gedaan moet worden? (T. 31. IV. 2:1, 3:1-4, 8-11)
Vrede komt door het ongedaan maken van conflictgedachten. Dit vereist geen inspanning, want ‘wat zou er nog moeten gedaan worden?’ Door ervoor te kiezen de beslissing voor schuld van de denkgeest te vergeven in plaats van dit waar te nemen het in het lichaam kiezen we ervoor om de werkelijkheid te aanvaarden zoals ze is. We zoeken niet haar te veranderen of er een getransformeerd en illusionair beeld van te behouden. Door het ongedaan maken van dat wat nooit is geweest, tilt de visie van Christus de sluier op die de herinnering aan ons Zelf verborgen hield.
(wordt vervolgd)

dinsdag 14 mei 2019

Les 96 – Verlossing komt vanuit mijn ene Zelf – deel 2


(3:1) Problemen die geen betekenis hebben, kunnen niet worden opgelost binnen het kader waarin ze zijn gesteld.
Alle problemen worden ervaren binnen het kader van het lichaam en de wereld maar kunnen hier niet opgelost worden omdat ze in werkelijkheid niet bestaan. Ze bestaan in onze denkgeest en zijn afkomstig van de keuze of het geloof in het ego. Dit enige probleem wordt onderdrukt omdat de schuld overweldigend is en door die schuld te projecteren zien we dit enige probleem in al zijn facetten overal om ons heen, maar niet in onszelf. Door het erkennen van de strategie van het ego zijn we voortdurend op zoek naar een oplossing van onze pseudoproblemen en spenderen hieraan enorm veel tijd en moeite. Nochtans zullen deze probleem-oplossende inspanningen niet werken omdat ze gewoon niet kunnen werken. Inderdaad, niets in deze wereld werkt en dus is in de wereld niemand echt gelukkig. Wel wordt voldaan aan onze speciale behoeften, maar die momenten zijn een kort leven beschoren gezien schuld verlangt dat we nooit werkelijk gelukkig zullen zijn. Onze speciaalheid kan ons nooit echt geluk bieden. Ons ego zal bijvoorbeeld vragen: ‘kan iemand van mij houden´, ´zal die wel bij mij willen blijven´ of ´er zal wel iets ergs gebeuren.´ En dergelijke twijfels ontstaan omdat het onderliggende probleem van schuld nooit onderzocht wordt.
Vergeving gaat dus de andere kant op en keert de projectie om. We worden door onze nieuwe Leraar geleerd om het probleem naar het antwoord te brengen, de illusie van het ego naar Zijn waarheid. Eens het probleem van schuld binnen het juiste kader is gebracht kan de eerder genomen beslissing van de denkgeest om schuldig te zijn makkelijk opgelost worden.
(3:2) Voor twee zelven, met elkaar in strijd, is geen oplossing te vinden en er is geen raakpunt van goed en kwaad.
Dit, opnieuw, benadrukt de onderliggende metafysica van Een Cursus in Wonderen, die voor een groot deel in de tekst besproken wordt en de basis vormt voor het werkboek. De eerste lessen ervan kunnen niet begrepen wanneer dit non-dualistische denksysteem niet herkent wordt. Er is God, de Hemel, waarheid en niets anders. Blijven geloven of vasthouden dat er iets anders is vormt het probleem. En het is dit geloof dat ongedaan moet gemaakt worden, niet de pseudoproblemen die alleen maar een weerspiegeling zijn van dit ene probleem. De zin hierboven staat op één lijn met ‘de ontmoetingsplaats’, die hetzelfde stelt in de context van de twee zonen: onze eigen geliefde zoon (speciaalheid) en de Zoon van de Vader:
En zodoende zijn er twee zonen gemaakt en beide schijnen deze aarde te bewandelen, zonder ontmoetingsplaats en zonder elkaar te treffen. De ene zie jij buiten jezelf: je eigen geliefde zoon. De andere, de Zoon van zijn Vader, rust vanbinnen, binnen jouw broeder zoals hij is in jou. Hun verschil zit niet in hoe ze eruitzien, in waar ze heengaan en zelfs niet in wat ze doen. Ze hebben een ander doel. Juist dit verbindt hen met hun gelijken en scheidt elk van hen van alle aspecten met een ander doel. De Zoon van God bewaart Zijn Vaders Wil. De zoon des mensen neemt een wezensvreemde wil waar en wenst dat die zou gelden. En zo is zijn waarneming dienstbaar aan zijn wens door er een schijn van waarheid aan te geven. (T. 24. VII. 11:1-9)
(3:3) Het zelf dat jij hebt gemaakt, kan nooit jouw Zelf zijn, noch kan jouw Zelf in tweeën worden gesplitst en blijven wat Het is en voor altijd moet zijn.
Wanneer we geloven dat ons Zelf kan opgesplitst worden dan bedoelen we hiermee ook dat de afscheiding werkelijk gebeurd is. Wat echter ongedaan moet gemaakt worden is niet de afsplitsing, noch onze speciaalheid, maar ons geloof erin. Dit onderscheid is van groot belang. Wanneer we spreken van het ongedaan maken van ons geloof dan hebben we het over deze keuze van de denkgeest die gecorrigeerd moet worden. Wanneer we geneigd zijn om onze afsplitsing of onze speciaalheid ongedaan te maken versterken we alleen maar het geloof in de werkelijkheid ervan.
(3:4) Denkgeest en lichaam kunnen niet beide bestaan.
Met andere woorden het vertrouwde idee van de een of de ander: het ego of God. We vinden dit ook in de volgende passage van de tekst terug:
Je ziet het vlees of herkent de geest. Er is geen compromis tussen de twee. Als het een werkelijk is moet het ander vals zijn, want wat werkelijk is ontkent zijn tegendeel. Binnen visie is er geen andere keus dan deze. (T. 31. VI. 1:1-4)
(3:5-7) Doe geen poging de twee te verenigen, want de een ontkent dat de ander werkelijk kan zijn. Als jij lichaam bent, is je denkgeest uit je zelfconcept verdwenen, want hij heeft dan geen plaats waar hij werkelijk deel van jou zou kunnen zijn. Als jij geest bent, kan het lichaam voor jouw werkelijkheid geen enkele betekenis hebben.
Dat is het probleem. Wanneer ik één Zelf ben, verenigd met mijn Schepper, verenigd in mijzelf, dan kan ik geen lichaam zijn. Dit wil zeggen dat ik geen individu en niet speciaal kan zijn. Dit idee wordt vollediger voorgesteld in de volgende passage:
Op deze ene keuze (tussen geest en vlees) berust heel je wereld, want hier heb je vastgelegd wat jij bent: vlees of geest naar je eigen overtuiging. Als je vlees kiest, zal je nooit aan het lichaam ontsnappen als je eigen realiteit, want jij hebt besloten dat je het zo wilt. Kies echter de geest en heel de Hemel buigt zich om je ogen aan te raken en je heilig zicht te zegenen, opdat je de wereld van het vlees niet meer zou zien behalve om te genezen, te troosten en te zegenen. (T. 31. VI. 1:6-8)
Met andere woorden, in ieder en elk moment hebben we de mogelijkheid om te beslissen wie we zijn: kinderen van speciaalheid of kinderen van God; afscheiding of eenheid, lichaam of geest. Wat we kiezen bepaalt onze ervaring. Eenvoudigweg is het de keuze tussen de Hemel of de hel.
(wordt vervolgd)

zondag 12 mei 2019

Les 96 – Verlossing komt vanuit mijn ene Zelf – deel 1


Dit is een vrij verwarrende les omwille van de tegenstrijdige manier waarop Jezus de term geest gebruikt, maar naarmate we door de les gaan zal deze verwarring verminderen. Geest wordt hier op twee verschillende manieren gebruikt, gelijk aan dat wat te vinden is in de paragraaf ‘Denkgeest – Geest’ in de verklaring van termen (VvT. C. 1).
Het woord geest die verwijst naar de ware aard als Christus, wordt in Een Cursus in Wonderen niet met een hoofdletter geschreven, behalve wanneer het gebruikt wordt als een synoniem voor God of de Heilige Geest. Denkgeest wordt niet met hoofdletter geschreven tenzij het specifiek verwijst naar de Denkgeest van God en de Denkgeest van Christus.
Deze les is in wezen een bespreking over de relatie tussen geest, denkgeest en lichaam. Deze eenheid wordt door de meeste new-age denkers en aanhangers van alternatieve geneeskunde omarmd, maar zoals we zullen zien is de beschouwing van Een Cursus in Wonderen is totaal anders.
(1:1) Hoewel je één Zelf bent, ervaar jij jezelf als twee: als goed en kwaad, liefhebbend en hatend, denkgeest en lichaam.
De denkgeest verwijst hier naar de geest, gelijkwaardig met de woorden goed en liefhebbend. We geloven dat we verdeeld zijn en dat het voor de Zoon van God mogelijk is om afgescheiden te zijn van de Denkgeest van God en Christus. Dit is precies het tegenovergestelde van het Verzoeningsprincipe, dat leert dat de afscheiding nooit gebeurd is: het perfecte Zelf van Eenheid kan nooit afgescheiden zijn van omdat het anders nooit in alle opzichten volmaakt kan zijn.
(1:2-5) Dit gevoel in tegenpolen opgesplitst te zijn brengt gevoelens van acuut en constant conflict teweeg en leidt tot verwoede pogingen de tegenstrijdige elementen van dit zelfbeeld met elkaar te verenigen. Je hebt veel van zulke oplossingen gezocht en niet een ervan heeft geholpen. De tegenstellingen die jij in jezelf ziet, zullen nooit verenigbaar zijn. Slechts één ervan bestaat.
In onze denkgeest hebben we een oorlog opgezet, ervan overtuigd door het ego dat we in oorlog zijn met God. Wat het ego begrijpt heeft uiteraard niets te maken met de ware God, Die niks afweet van een afscheiding of van een gespleten denkgeest. De god van het ego doet dat duidelijk wel. Wanneer we ons afgeduwd hebben van onze Bron en daarna van de herinnering (de Heilige Geest) aan Hem ontstond er een conflict gemaakt in onze denkgeest. Het ego heeft de oorzaak van het probleem gemaakt door ons te vertellen dat de Heilige Geest van plan was ons terug te brengen en ons tot voor God te slepen Die ons dan omwille ven onze zonde, zou vernietigen. Door te geloven in de werkelijkheid van dit conflict is er een verdere opsplitsing gebeurd door projectie vanuit onze denkgeest zodat ons zondige zelf nu buiten ons werd waargenomen en met ons in oorlog. Dit bereikt zijn hoogtepunt, in de ervaring dat wij de onschuldige slachtoffers zijn en dat dit nieuwe zondige zelf nu de boosdoener is.
Onze speciale relaties – onze ‘verwoede pogingen tot verenigen’ vertegenwoordigt het plan van het ego om het conflict op te lossen. In de speciale haat vorm geloof ik dat de vijand buiten is en door hem te vernietigen zal mijn onschuld zegevieren. In de speciale liefde vorm wordt mijn innerlijk conflict verborgen door de liefde die ik ervaar wanneer ik met dit speciaal iemand ben. Ik hoef de pijn en de verschrikking niet te voelen die in mijn denkgeest op de loer ligt want in de aanwezigheid van deze speciale persoon voel ik me behaaglijk en veilig. De aandacht van deze persoon, de toewijding en de goedkeuring geven me een goed gevoel over mezelf en ik hoef nooit naar het feit te kijken dat ik geloof dat ik ‘de woning ben van slechtheid, duisternis en zonde.’
(2:1) Het feit dat waarheid en illusie niet verenigd kunnen worden, wat je ook probeert, welke middelen je ook aanwendt en waar je het probleem ook ziet, moet worden aanvaard, wil je worden verlost.
Hier zien we Jezus terugvallen op de non-dualistische metafysica van zijn cursus: er is geen conflict. We zijn niet in strijd met God of met gelijk wie omdat de waarheid onverdeeld en ondeelbaar is. Wanneer we geloven dat we afgescheiden zijn van de waarheid en dat we het aangevallen hebben, wordt de waarheid een illusie waarmee we in conflict zijn. Zo zien we onder andere dat dualistische religies onderwijzen dat de waarheid in strijd is met zonde waarbij uiteindelijk waarheid en het goede zullen zegevieren over illusie en kwaad, geïllustreerd door het bijbelse verhaal over de overwinning van Jezus aan het kruis. Gezien vanuit het perspectief van Een Cursus in Wonderen echter is de waarheid niets anders dan absoluut en heel. Niets anders is heel, zoals Jezus ons herinnert in de volgende belangrijke passage:
Er is niets buiten jou. Dat is wat je uiteindelijk dient te leren, omdat dit het inzicht is dat jij het Koninkrijk der Hemelen herkregen hebt. Want alleen dit heeft God geschapen en Hij is er niet van weggegaan, noch heeft Hij het, afgesneden van Hemzelf, achtergelaten. Het Koninkrijk der Hemelen is de woonplaats van Gods Zoon die zijn Vader niet heeft verlaten, noch van Hem afgezonderd woont. De Hemel is geen plaats en evenmin een toestand. Het is louter een gewaarzijn van volmaakte Eenheid en het weten dat er niets anders is; niets buiten deze Eenheid en niets anders daarbinnen. (T. 18. VI. 1)
Door dit gelukkig feit te herinneren dat ons gebracht wordt door het aanvaarden van de Verzoening, zijn we verlost van het conflict dat er nooit is geweest.
(2:2) Voor je dit (de onverenigbaarheid van waarheid en illusie) hebt aanvaard, zal je een eindeloze reeks doelen nastreven die je niet bereiken kunt, een zinloze serie bestedingen van tijd en inspanning, hoop en twijfel, elk even nutteloos als de vorige en evenzeer als de volgende tot mislukken gedoemd.
Dit is hoe wij alles in deze wereld ervaren en waarom niets werkt. We zijn voortdurend geneigd om het ondraaglijke probleem van angst en schuld op te lossen. Al die tijd echter blijft de poging om onze individualiteit te bestendigen van kracht en worden onze vergeefse pogingen om vrede te vinden voorgeschreven door oorlog en conflict, de vertrouwde geloofsleer van het ego van zoek en vind niet.
(wordt vervolgd)

donderdag 9 mei 2019

Les 95 – Ik ben één Zelf, verenigd met mijn Schepper. – deel 5.


In de overblijvende vijf alinea’s van de les bevestigt Jezus de waarheid dat we één Zelf zijn, één met God en met iedereen – en dit doet hij keer, op keer, op keer.

(11) Begin de oefenperioden vandaag met deze verzekering, die jij je denkgeest schenkt met alle zekerheid die je geven kunt:
Ik ben één Zelf, verenigd met mijn Schepper, één met elk aspect van de schepping en grenzeloos in vrede en in kracht.
Sluit dan je ogen en zeg jezelf opnieuw, langzaam en bedachtzaam, terwijl je probeert de betekenis van de woorden in je denkgeest te laten neerdalen, waar ze de plaats innemen van valse ideeën:
Ik ben één Zelf.
Herhaal dit verscheidene malen en probeer dan de betekenis te voelen die deze woorden in zich dragen.
Zoals we reeds eerder hebben besproken is het proces van genezing, dat uiteengezet wordt in Een Cursus in Wonderen, het brengen van de duisternis van onze illusies van het ego naar het licht van de waarheid van de Heilige Geest, met andere woorden onze gedachten van speciaalheid naar de gedachten van vergeving te brengen.
(12) Jij bent één Zelf, verenigd en veilig in licht en vreugde en vrede. Jij bent Gods Zoon, één Zelf, met één Schepper en één doel: het bewustzijn van dit éénzijn tot alle denkgeesten te brengen, opdat ware schepping het al-zijn en de eenheid van God uitbreiden kan. Jij bent één Zelf, compleet, genezen en heel, met de macht de sluier van duisternis van de wereld weg te trekken en het licht in jou te laten doorbreken om de wereld de waarheid over jou te onderrichten.
De manier waarop bewustzijn van deze eenheid naar alle denkgeesten gebracht wordt is door onze gezamenlijke belangen. Zo wordt de donkere sluier van het ego van afscheiding en speciaalheid voor de denkgeest van de Zoon van God opgetild en wordt het licht van de waarheid over onszelf mogelijk gemaakt om er door te schijnen. Wij zijn één Zelf. Deze waarheid wordt weerspiegeld in de erkenning dat we ook in de afgescheiden denkgeest één zijn, elk schijnbaar fragment van het Zoonschap bevat in zich het enige probleem en de enige oplossing.
(13) Jij bent één Zelf, in volmaakte harmonie met al wat is en al wat zijn zal. Jij bent één Zelf, de heilige Zoon van God, verenigd met jouw broeders in dat Zelf, verenigd met jouw Vader in Zijn Wil. Voel dit ene Zelf in jou en laat Het al je illusies en al je twijfels wegschijnen. Dit is jouw Zelf, de Zoon van God Zelf, zondeloos als Zijn Schepper, met Zijn kracht in jou en Zijn Liefde als jouw eeuwig eigendom. Jij bent één Zelf en het is jou gegeven dit Zelf in je te voelen en al je illusies te verdrijven uit de ene Denkgeest die dit Zelf is, de heilige waarheid in jou.
Onze enige functie binnen de droom van de afscheiding is het ongedaan maken van de illusies van afgescheiden belangen die de herinnering over ons ware Zelf verbergen. Jezus effent dus de weg voor latere lessen die meer gericht zijn op vergeving: het middel, gebracht door Een Cursus in Wonderen, om ons onze Identiteit en de Liefde van de Schepper te herinneren.
(14) Vergeet het niet vandaag. We hebben jouw hulp nodig, jouw kleine aandeel in het brengen van geluk aan heel de wereld. En de Hemel kijkt naar jou in het vertrouwen dat jij dit vandaag proberen zult. Deel dan in die zekerheid, want ze is de jouwe. Wees waakzaam. Vergeet het niet vandaag. Vergeet vandaag de hele dag je doel niet. Herhaal zo vaak je kunt het idee van vandaag en begrijp dat telkens wanneer jij dat doet, iemand de stem hoort van de hoop, het roeren van de waarheid in zijn denkgeest, het zachte ruisen van de vleugels van vrede.
Alhoewel in het eerste deel van deze les de belemmering van ons oefenen werd besproken - de weerstand tegen het herinneren van ons Zelf - blijft Jezus aandringen dat we ons toch blijven herinneren hoe belangrijk deze lessen zijn voor ons geluk. Bovendien heeft het Zoonschap een inspanning nodig om uit zijn droom van lijden en dood te ontwaken en de hoop te voelen om opnieuw de aanwezigheid van het licht in onze denkgeest te zien. Aldus zal de vrede van de Hemel uiteindelijk komen en de conflicten op aarde vervangen.
15. Jouw eigen erkenning dat jij één Zelf bent, verenigd met je Vader, is een oproep aan heel de wereld één te zijn met jou. Zorg ervoor ieder die je vandaag ontmoet de belofte mee te geven van het idee van vandaag en zeg hem dit:
Jij bent één Zelf met mij, verenigd met onze Schepper in dit Zelf.
Ik eer jou om Wat ik ben, om Wat Hij is, die ons beiden liefheeft als Eén.
En dat moet zo zijn gezien ‘iedereen die je ontmoet’ jijzelf bent, zoals de tekst ons eraan herinnert:
Telkens wanneer jij iemand ontmoet, bedenk dan dat het een heilige ontmoeting is. Zoals je hem ziet, zie jij jezelf. Zoals je hem behandelt, behandel jij jezelf. Zoals je over hem denkt, denk jij over jezelf. Vergeet dit nooit, want in hem zal jij jezelf vinden of verliezen. Telkens wanneer twee Zonen van God elkaar ontmoeten, wordt hun een nieuwe kans op verlossing geboden. Ga nooit bij iemand weg zonder hem verlossing gegeven en die zelf ontvangen te hebben. (T. 8. III. 4:1-7)
We beëindigen deze belangrijke les door ons te herinneren dat iedere situatie een mogelijkheid biedt om de mispercepties van het ego van afscheiding en speciaalheid te corrigeren. Wanneer de dag begint beloven we onszelf om met Jezus te zijn zodat we ons kunnen herinneren dat we één zijn in het ego en in de geest en kan deze dag en al de volgende dagen vreugdevol gevuld zijn met de belofte van vergeving wanneer we samen terugkeren naar de Eenheid die we in werkelijkheid nooit verlaten hebben en die ons nooit verlaten heeft.

dinsdag 7 mei 2019

Les 95 – Ik ben één Zelf, verenigd met mijn Schepper. – deel 4.



(8:1) De Heilige Geest wordt in Zijn onderricht niet gehinderd door jouw fouten.
Met andere woorden, het maakt niet uit hoe vaak je vergeet Wie je bent; de tijdloze waarheid over jouw Zelf blijft onaangetast. Onnodig te zeggen dat dit verder gaat dan de dagelijkse werkboekles. Telkens je geneigd bent om je zelf te zien als oneerlijk behandeld of wanneer je onvoldoende liefde en aandacht gekregen hebt die jouw speciaalheid verlangt, ga dan zo vlug als je kan naar binnen en zeg tegen Jezus: ‘Ik kijk hier verkeerd naar, help me alsjeblief.’ Zijn rol om ons te helpen onszelf te vergeven, om ons te leren het nietig dwaas idee niet serieus te nemen, vormt de essentie van onze relatie met hem. Jezus wordt niet opgehouden door onze vergissingen, maar een ervaring van geluk wordt hier zeker wel door vertraagd.
(8:2) Hij kan alleen worden tegengehouden door je onwil ze los te laten.
Wat het doel is van schuld: schuld drukt onze onwil uit om onze vergissingen los te laten en dit door fouten te labelen als zonden die straf verdienen. Angst voor deze straf is zo overweldigend dat we de zonde wel moeten projecteren en geloven dat wij niet degene zijn die zondig en schuldig zijn. Dat maakt ons achterdochtig omdat we nu rondkijken, op zoek zijn naar zonde in anderen en bang dat wij door hen zullen aangevallen worden. Maar alles wat we zien zijn onze eigen aanvalgedachten die naar buiten geprojecteerd zijn. Het probleem ligt in het schuldgevoel erover.
Daarom dringt Jezus erop aan om ons, zo snel we kunnen, tot hem te wenden telkens we ons herinneren wat we gedaan hebben of nagelaten hebben om ons te herinneren. Nogmaals, ook al is hier geen sprake van schuld, het vormt wel de basis voor alles wat hier wordt aangehaald. Het is de onwil zonde te laten gaan en die alleen maar om straf vraagt.
(8:3-4) Laten we daarom vastbesloten zijn om, vooral de komende week, bereid te zijn onszelf te vergeven wanneer onze ijver verflauwt en we nalaten de aanwijzingen voor de toepassing van het idee van de dag op te volgen. Deze verdraagzaamheid ten opzichte van onze zwakheid zal ons in staat stellen haar te negeren, in plaats van de macht te geven ons leerproces te vertragen.
Wanneer we onze zwakte onaanvaardbaar vinden, dan geven we dit een enorme kracht, niet enkel door het vertragen van het verwerven van kennis, maar door dit te vernietigen en daardoor vergeving onmogelijk te maken.
Ik herhaal het hier nog even. Het probleem zit niet in de weigering voor de herinnering, noch in onze speciaalheid of in onze boosheid. Het probleem ligt in het feit dat we, door dit schuldgevoel, blijven vasthouden aan de waarneming van het misverstand.
Herinner je dat ons ego steeds wil bewijzen dat onze individualiteit waar is en dat dit bereikt wordt door het geloof in zonde, op zijn beurt bevestigd door schuld. Daarom, wanneer je een vergissing begaat, wordt je dan bewust dat dit afkomstig is van angst en niet van een of ander kwaad, slechtheid of zonde in jou. Zeg dan tegen Jezus: ‘Ik was bang voor je liefde, want ik was bang dat ik mijn individualiteit en speciaalheid zou verliezen. Ik moest dus mijn zelf beschermen door jou weg te duwen en dat is de reden waarom ik dit ben vergeten.’
Wanneer je een dergelijk gesprek hebt met Jezus zal er geen schuldgevoel zijn en zonder schuldgevoel is er ook geen probleem. Zich schuldig voelen zorgt er echter voor dat dit vergeten terug zal keren. Daarom benadrukt Jezus het belang van het dagelijks in praktijk brengen van de oefeningen van het werkboek.
Om hier dus nog eens op terug te komen: de manier waarop we aan iets voorbijzien is niet door er niet naar te kijken, maar er juist wel naar te kijken en als we dit doen met de liefde van Jezus naast ons kijken we er dwars doorheen.
(8:5) Als wij haar de macht geven dat te doen (het vertragen van het leerproces), beschouwen we haar als kracht en verwarren we kracht met zwakheid.
Wanneer we onszelf toestaan ons schuldig te voelen over de ‘zwakte’ om de lessen te vergeten, weerspiegelen we de onderliggende gedachte dat het ego God heeft vernietigd, in plaats van de inherente zwakte van het ego te zien dat het niets kan doen. Om de tekst nog eens aan te halen:
Het is ridicuul te denken dat de tijd de eeuwigheid kan omringen, die juist betekent dat er geen tijd bestaat. (T. 24. VIII. 6:5)
Dit betekent ook dat er geen ego is. Alleen het Verzoeningsprincipe is onze kracht.
(9:1-2) Wanneer het je niet lukt je aan de vereisten van deze cursus te houden, heb je alleen een vergissing begaan. Dit vraagt om correctie en om niets anders.
Met andere woorden ‘mislukken’ is geen zonde, want Jezus geeft ons de toestemming om te falen ‘wanneer het je niet lukt on aan de vereisten te voldoen’. Hij verwacht van ons niet dat we modelstudenten. Zoals ik gezegd heb, de beste manier om het werkboek te doen en ervan te leren is door het niet perfect te doen en jezelf dan te vergeven. Je leert dus jezelf te vergeven omdat je God in het begin bent vergeten. Leren je vergissingen te vergeven is wat van jou een echte voorbeeldige student maakt.
(9:3-4) Toelaten dat een vergissing voortduurt, is bijkomende vergissingen begaan, die op de eerste zijn gebaseerd en deze nog versterken. Van dit proces moet afstand worden gedaan, want het is niets dan opnieuw een manier waarop jij illusies tegen de waarheid wilt beschermen.
Dit zegt opnieuw dat de manier om te stoppen fouten te maken is door er ons niet schuldig over te voelen. We vermijden schuld door Jezus uit te nodigen zodat hij samen met ons naar onze vergissingen kan kijken. Hij zal ons dan uitleggen hoe we ze uit angst gemaakt hebben en niet uit zonde en zonder zonde verdwijnt de schuld. Wanneer schuld echter blijft dan staat het vast dat we de fout opnieuw zullen begaan. Met schuld in ons denken zal er onderdrukking blijven wat zal leiden tot een projectie van vergissingen in een vorm van aanval of ziekte. Dus wanneer het geloof in zonde ongedaan is gemaakt is genezing tot stand gebracht gezien projectie niet langer mogelijk is.
Jezus overbrugt nu de kloof tussen de discussie van de individuele werkboekles naar de werkelijke les:
(10:1-2) Laat al deze vergissingen varen door ze te zien als wat ze zijn. Het zijn pogingen je het besef te onthouden dat je één Zelf bent, verenigd met je Schepper, één met elk aspect van de schepping en grenzeloos in vrede en in kracht.
Mijn bewustzijn dat ik één Zelf ben maakt mijn geloof dat ik afgescheiden ben, ongedaan. Mijn fouten, zoals vergeten om elk uur de werkboekles te doen of vergeten om Jezus om hulp te vragen wanneer ik van streek ben, zijn niets meer dan het verdedigen van mijn individueel zelf in plaats van er afstand van te nemen, wat ik zeker zou doen als ik mij de les van vandaag zou herinneren.
Jezus vervolgt door terug te keren naar het thema van de les, nadat hij besproken heeft hoe we ons ertegen zullen verdedigen. ‘Ik ben één Zelf, verenigd met mijn Schepper’ betekent dat alles, zonder een enkele uitzondering, wat ik ooit over mezelf heb gedacht niet juist is. Daarom is deze les vergeten de manier van het ego om zichzelf te beschermen tegen de herinnering aan de waarheid, wat mij zou brengen tot het vergeten van de illusie dat ik een speciaal zelf ben, afgescheiden van alle anderen en vooral afgescheiden van mijn Schepper en mijn Bron:
(10:3-4) Dit is de waarheid en niets anders is waar. Vandaag zullen we deze waarheid opnieuw beamen en proberen toegang te vinden tot die plaats in jou waar geen twijfel bestaat dat alleen dit waar is.
We zijn opnieuw bij onze taak – de waarheid herinneren – door de illusies over onszelf ernaar toe te brengen. Onze denkgeesten worden zo gezuiverd van de dwaasheid van het ego en bereiken we de waarheid binnen in ons.
(wordt vervolgd)

zondag 5 mei 2019

Les 95 – Ik ben één Zelf, verenigd met mijn Schepper. – deel 3.

(6:1). Daarom is structuur voor jou op dit moment onontbeerlijk, opgezet met veelvuldige herinneringen aan je doel en regelmatige pogingen dat te bereiken.
Het is erg belangrijk dat jij je realiseert dat je aan het begin bent van je reis met een gevoel van nederigheid wetende dat zonder dit het leren van Een Cursus in Wonderen niet mogelijk is. Onderaan de spirituele ladder staan is geen zonde. Het is zelfs fijn want je staat tenminste op de juiste ladder met de juiste leraar en je zou jezelf dankbaar moeten zijn dat je voor Jezus hebt gekozen in plaats van voor het ego. Je schuldig voelen omdat je op de onderste trede bent of je slecht voelen omdat je kleine stapjes moet maken terwijl anderen reeds ‘hogerop’ zijn, is de arrogantie van het ego die zijn lelijke kop, eens te meer, opsteekt.
Een dergelijke arrogantie, vermomd als nederigheid, verzekert jou dat je nooit ergens zal komen. De manier waarop een baby leert lopen is door eerst te kruipen en dan te stappen. Van kruipen direct overstappen naar lopen verzekert het kind dat het nooit goed zal kunnen stappen, laat staan te lopen. Het is belangrijk om onszelf te zien als kleine kinderen met een oudere broer die ons leidt. Als we ervan uitgaan dat we ouder zijn dan we werkelijk zijn, zullen we veel minder geneigd zijn om te luisteren omdat we denken evenveel te weten als hij weet. We blijven dan spiritueel gehandicapt voor de rest van ons leven, niet in staat om te vergeven, laat staan lief te hebben.
(6:2) Regelmaat qua tijd is niet de ideale voorwaarde voor de meest heilzame vorm van oefening in verlossing.
Dit is te vergelijken met de zin die ik aangehaald heb uit het Handboek voor Leraren: ‘Een vaste routine als dusdanig is gevaarlijk … ‘(HvL. 16. 2:5)
(6:3) Het is echter bevorderlijk voor degenen wier motivatie wisselend is en die een sterke weerstand tegen leren blijven voelen.
Wanneer je eerlijk bent zal je zeggen: daar hoor ik ook bij. Mijn motivatie is niet standvastig en ik heb ‘sterke weerstand tegen leren’. Ik wil niet leren dat mijn lichaam, mijn sprankelende persoonlijkheid en mijn slachtofferverhalen niets zijn. Ik wil niet leren dat het feit dat ik hier ben een aanval betekent op Gods Liefde en een poging is deze Liefde te beperken. Ik wil niet leren dat mijn zelf een maskerade is en een aanval op God en op Christus. Ik wil in plaats daarvan leren hoe prachtig ik ben en zelfs dat Jezus mij nog mooier zal maken.’
Eerlijkheid ligt in het bewust worden hiervan en van de weerstand en aanvaarden dat we nood hebben aan een regelmaat op het niveau van de tijd die Jezus ons schenkt. Om nog eens terug te keren naar het Handboek voor Leraren waar we kunnen lezen dat:
In het begin is het wijs in termen van tijd te denken. Dit is allerminst het ultieme criterium, maar het is bij aanvang waarschijnlijk het eenvoudigste om je aan te houden. Het is essentieel dat in een vroeg stadium het winnen van tijd wordt beklemtoond, maar hoewel dit in het hele leerproces belangrijk blijft, krijgt het steeds minder nadruk. In het begin kunnen we gerust zeggen dat tijd gewijd aan een juist begin van de dag inderdaad tijd bespaart. (Hvl. 16. 3:1-4)
Jezus gaat verder met de orde van de dag.
(7:1-2) We zullen ons daarom enige tijd aan de oefenperioden van vijf-minuten per uur houden en dringen er bij je op aan er zomin mogelijk over te slaan. Het zal bijzonder nuttig zijn de eerste vijf minuten van elk uur te gebruiken, omdat dit een hechtere structuur oplegt.
Weer zegt Jezus ons dat ondanks het gewaarzijn van ons gebrek aan discipline hij verder gaat met een ‘hechtere structuur’ omdat we hier nood aan hebben willen we gedisciplineerd worden.
We komen nu bij de kern van de bespreking:
(7:3-5) Maar gebruik de keren dat je verzuimt niet als een uitvlucht om niet naar dit tijdsschema terug te keren zodra je dat kunt. Je zult wellicht in de verleiding raken de dag als verloren te beschouwen omdat het je toch al niet gelukt is te doen wat werd gevraagd. Dit moet je echter gewoon zien als wat het is: een weigering je fout te laten corrigeren en onwil om het opnieuw te proberen.
Jezus gebruikt hier niet het woord schuld, maar dat is wel het onderwerp. Schuld verhindert de Heilige Geest om onze vergissingen te corrigeren. Door schuld schreeuwen we: ‘Ik heb zonden begaan die buiten correctie en vergeving liggen. Ik ben dus een verschrikkelijk mens en een mislukking als een student van Een Cursus in Wonderen.’ De bespreking in de tekst van ‘zonde versus vergissing’ is hier relevant aan omdat hier gewezen wordt op de cruciale rol die schuld speelt in het verdedigend denksysteem van het ego om zijn afgescheiden bestaan te beschermen:
Het is van wezenlijk belang dat een vergissing niet met zonde wordt verward en juist dit onderscheid maakt verlossing mogelijk. … Zonde vraagt om straf, zoals een vergissing om correctie vraagt en het geloof dat straf correctie is, is klinkklare waanzin. Zonde is geen vergissing, want zonde gaat gepaard met een arrogantie die vreemd is aan het idee van een vergissing. Zondigen zou zijn: de werkelijkheid geweld aandoen en daarin slagen. Zonde is de verkondiging dat aanval iets werkelijks is en schuld gerechtvaardigd. Ze gaat ervan uit dat de Zoon van God schuldig is en er dus in geslaagd is zijn onschuld te verliezen en zichzelf tot iets te maken wat God niet geschapen heeft. … het ego brengt zonde naar angst en eist straf. Maar straf is slechts een andere vorm van het beschermen van schuld want wat straf verdient moet wel echt gebeurd zijn. Straf is altijd de grote behoeder van de zonde die deze met respect behandelt en de enormiteit ervan eer bewijst. Wat bestraft moet worden is ontegenzeggelijk waar. (T. 19. 1:1, 6; 2:1-4; T. 19. III. 2:2-5)
We zien dus dat onze individualiteit behouden blijft als we die als zonde benoemen, beschermd door de ervaring van schuld en die om de straf vraagt waar we dan weer bang voor zijn. Bovendien zullen we, van zodra we ons schuldig voelen, die onder de grond willen verstoppen of onderdrukken in onze denkgeest omdat het gevoel ondraaglijk is. Projectie is onvermijdelijk en onze ervaring van zonde en schuld veranderd in ‘de fout van iemand anders’. De schuld die in de denkgeest is, is nu veilig verdrongen met de hoop dat dit nooit ongedaan gemaakt kan worden omdat het geloof dat iemand anders de zondaar is onze overtuiging die we koesteren bedekt.
Terugkerend naar het falen in het ons herinneren van de dagelijkse oefeningen, kunnen we zien dat dit ook een weerspiegeling is van de oorspronkelijke vergissing waarbij we God totaal zijn vergeten en waarbij we denken: de bezorgdheid over het verlies van onze individualiteit weegt al zwaar genoeg door en daarom is de Liefde en Eenheid van God wel het laatste waar we willen aan denken, want door ons Hem te herinneren vinden we ons Zelf terug, een Zelf waarin geen individualiteit meer te vinden is. Dit ogenblik herbeleven we steeds opnieuw, zoals duidelijk gemaakt wordt in de volgende uitspraak in de tekst:
Elke dag en iedere minuut van elke dag en elk ogenblik dat iedere minuut bevat, herbeleef je slechts het ene ogenblik waarop de tijd van verschrikking de plaats van de liefde innam. (T. 26. V. 13:1)
Herinner je dat er geen kloof van miljoenen jaren is tussen dat wat we geloven dat nu gebeurt en dat waarvan we geloven dat het gebeurde in het oorspronkelijke moment wanneer ‘verschrikking de plaats van liefde heeft ingenomen’. Lineaire tijd is een illusie en alles gebeurt in elk moment van onze huidige ervaring. Telkens we de werkboekles vergeten, telkens we in de war zijn of verwaarloosd hebben om Jezus om hulp te vragen herbeleven we dat oorspronkelijke moment – dat altijd aanwezig is in onze denkgeest – wanneer we de Liefde van God van ons weggeduwd hebben en tegen de Heilige Geest gezegd hebben: ik ben niet geïnteresseerd in wat jij te vertellen hebt, ook al is het de waarheid. Ik wil enkel mijn individueel en verschillend zelf behouden.’
En in plaats van naar deze vergissing te glimlachen hebben we deze vergissing als zondig beoordeeld. De schuld werd zo overweldigend en we vreesden de wraakzuchtige straf van God voor onze zonde. Om deze goddelijke vergelding te vermijden zijn we onze denkgeest ontvlucht, hebben we ons zondig en schuldig zelf geprojecteerd en bouwden we een wereld waarin al de anderen beschuldigd worden van zonde terwijl wij het onschuldige slachtoffer blijven. Nogmaals dit is het zo vertrouwde scenario die we herbeleven telkens we ons werkboekles vergeten. Jezus zegt ons dus dat het probleem niet is dat we vergeten, maar dat we niet bereid zijn dat de vergissing gecorrigeerd wordt door deze vriendelijke liefde. We namen nog eens het nietig dwaas idee serieus en nu moet Jezus ons helpen herinneren om de ernst ervan weg te lachen, zoals de volgende kernpassage uit de tekst ons aandringt om te doen:
In de eeuwigheid, waar alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom de Zoon van God vergat te lachen. Door dit te vergeten werd de gedachte een serieus idee, in staat tot zowel verwezenlijking als werkelijke gevolgen. Samen kunnen we ze beide weglachen, en begrijpen dat de tijd geen inbreuk kan maken op de eeuwigheid. Het is ridicuul te denken dat de tijd de eeuwigheid kan omringen, die juist betekent dat er geen tijd bestaat. (T. 27. VIII. 6:2-5)
Een voorbeeld. Laat ons zeggen dat je deze les doet en dus gevraagd wordt om elke eerste vijf minuten van het uur aan God te denken. Je realiseert je opeens dat het 1:15 u. is en je roept uit: ‘Jeetje, ik heb om 1 u. niet aan de les gedacht en in feite heb ik er ook om 12:00 u. niet aan gedacht en om 11:00 u. niet, noch om 10:00 u., maar ik herinner me het nu, om 1:15 u.’. Je zou dan tegen jezelf kunnen zeggen: ‘Ik ben het vergeten omdat ik bang ben. De individuele behoeften van mijn speciaalheid vragen zoveel van mij zodat ik alles nodig had om aandacht te geven aan mijn lichaam en aan datgene wat rondom mij was. En zo ben ik het vergeten, omdat ik bang was, maar daarom ben ik niet slecht. Wensen om mijn speciale identificatie te behouden is geen zonde, maar een vergissing die gecorrigeerd moet worden. Hoe geweldig is het toch dat ik nu deze weerstand van mij om deze cursus te leren, kan zien! Ik herinner mij de les nu wel en ik kan Jezus vragen mij te helpen kijken naar wat ik gedaan heb, mij te helpen in het begrijpen waarom ik dit doe en ervoor te kiezen om vergeving te aanvaarden in plaats van de schuld van mijn ego.’
Wel dit is hier de boodschap van Jezus aan ons en deze troostende boodschap van de Heilige Geest wordt ook herhaald in het Handboek voor Leraren; het antwoord op ons geloof in de werkelijkheid van schuld.
We geven het hier opnieuw weer, deze keer samen met de inleidende zin:
Correctie heeft één antwoord op dit alles en op de wereld die hierop berust:
Je ziet slechts interpretatie voor de waarheid aan. En je vergist je. Maar een vergissing is geen zonde en de werkelijkheid is door jouw vergissingen niet van haar troon gestoten. God regeert voor eeuwig en alleen Zijn wetten heersen over jou en over de wereld. Zijn Liefde blijft het enige wat er is. Angst is een illusie, want jij bent zoals Hij. (HvL. 18. 3:6-12)
(wordt vervolgd)

vrijdag 3 mei 2019

Les 95 – Ik ben één Zelf, verenigd met mijn Schepper. – deel 2.


(3) We zullen vandaag proberen ons alleen bewust te zijn van wat kan horen en zien en wat volmaakt zinnig is. We zullen opnieuw onze oefeningen erop richten jouw ene Zelf te bereiken, dat verenigd is met Zijn Schepper. We proberen het vandaag opnieuw vol geduld en hoop.
Jezus en de Heilige Geest vertegenwoordigen het juist-gerichte denken en kijken door de visie van Christus, waarbij het belang of zelfs de werkelijkheid van wat onze ogen zien, ontkent wordt. Er wordt van ons echter niet gevraagd om ons zicht te ontkennen, maar enkel de interpretatie van wat we zien. Gezien vanuit het standpunt van het ego is er altijd een verschil, speciaalheid, oordeel en aanval bij betrokken. Visie corrigeert deze verkeerde interpretatie en maakt de weg vrij om de herinnering aan ons ene Zelf terug te brengen naar ons bewustzijn.
Met deze lijnen eindigt het eerste deel van de les. Tot aan het begin van alinea 10 spreekt Jezus nu tot ons over de belangrijkheid wanneer we vergeten om de oefening te doen en we onszelf beschuldigen voor dit falen. Dit is enorm leerzaam, niet alleen voor het doen van het werkboek, maar voor de grotere consequentie: het ongedaan maken van het denksysteem van afscheiding en zonde waarvan het ego ons vertelt dat het werkelijkheid is en wat onze schuld rechtvaardigt.
(4) In het leerstadium waarin jij momenteel verkeert heeft het bijzondere voordelen de eerste vijf minuten van elk uur dat je wakker bent te besteden aan het beoefenen van het idee van de dag. Het is in deze fase moeilijk, als je je denkgeest lang oefent, om die niet te laten afdwalen. Dat heb je inmiddels vast wel ontdekt. Je hebt gezien hoe groot je gebrek aan mentale discipline is en hoezeer je denkgeest training behoeft. ‘.
In niet mis te verstane woorden laat Jezus ons hier weten dat hij van ons niet verwacht dat we volledig trouw zijn aan zijn lessen: ‘Het is in deze fase moeilijk, als je je denkgeest lang oefent, om die niet te laten afdwalen.’ Hij verwacht dus van ons niet dat we elk uur vijf minuten spenderen om aan God te denken, dat we elke uur zes tot tien keer aan de les denken of dat we telkens we van streek zijn hem om hulp vragen. Jezus zegt ons, nogmaals, dat hij ons ‘gebrek aan mentale discipline’ kent en daarom voorziet hij ons van zoveel structuur, maar herinner je ook de uitspraak uit het Handboek voor Leraren:
Een vaste routine is als zodanig gevaarlijk, omdat ze gemakkelijk zelf tot een god kan worden en dan juist een bedreiging vormt voor de doelen waarvoor ze is opgesteld. (HvL. 16. 2:5).
Maar anderzijds zegt hij ook dat we, om redenen die vrij duidelijk zijn, routine en structuur nodig hebben.
Het is een ander voorbeeld hoe Jezus ons op een vriendelijke wijze zegt dat we op de onderste sport van de ladder staan en dat we niet moeten doen alsof we hoger zouden staan. Wanneer we hoger staan op de ladder zullen we niet langer behoefte hebben aan structuur of discipline, noch zullen we het nodig hebben om de lessen te oefenen. We staan echter nog steeds laag bij de grond.
In voornoemd deel uit het Handboek der Leraren stelt Jezus:
Voor de gevorderde leraar van God heeft deze vraag geen betekenis. Er is geen programma, want de lessen veranderen elke dag. Toch is de leraar van God maar van één ding zeker: ze veranderen niet willekeurig. Omdat hij dit inziet en begrijpt dat het waar is, is hij tevreden. … Maar hoe zit het met degenen die zijn zekerheid nog niet hebben bereikt? Zij zijn nog niet klaar voor zo’n gebrek aan structurering hunnerzijds. (HvL. 16. 1:1-4; 2:1-2)
Sprekend tot ons als zijnde niet geavanceerd en nog steeds op de onderste sport van de ladder, zegt Jezus daarom: ‘Je hebt de omvang gezien van jouw gebrek aan mentale discipline en hoezeer je denkgeest behoefte heeft aan training’; vandaar de noodzaak aan structuur. Maar er zijn echter altijd diegenen die geloven dat zij een uitzondering vormen. Wanneer je tot diegenen behoort, wees er dan op zijn minst duidelijk over. Wanneer je bent zoals iedereen zal je geest afdwalen en zal je meer bekommerd zijn over het behoud van je speciaalheid dan over het aanleren van een denksysteem die dit ongedaan maakt.
Jezus geeft zijn studenten dus de toestemming om normaal te zijn, zoals bijv. om angstig en vergeetachtig te zijn. Hij voegt er ook aan toe dat we ons niet schuldig moeten voelen omtrent deze vergeetachtigheid. In feite zegt hij dat we zijn cursus niet nodig zouden hebben wanneer onze denkgeesten getraind zouden zijn en we niet ‘veel te tolerant zijn tegenover het afdwalen van onze denkgeest’ zoals hij Helen eraan herinnerde in de tekst (T. 2. VI. 4:6). Hij maakt er echter wel een punt van dat het vergeten van het doen van de lessen niet gebruikt moet worden als een excuus om de lessen niet te doen of om te besluiten dat Een Cursus in Wonderen te moeilijk is voor ons om hem te oefenen en te leren en dus geen reden meer zien waarom we hem zouden doen.
Jezus vraagt ook niet dat we de les perfect doen, om dit met andere woorden te zeggen, maar wel dat wanneer we falen de les perfect te doen we onszelf hiervoor vergeven. En dat ligt in ieders mogelijkheid. Nogmaals, Jezus zegt niet dat wij perfecte studenten van het werkboek moeten zijn, hij zegt eenvoudig dat we ons er bewust moeten van zijn dat we het niet perfect doen. Daarom zegt hij: ‘Het is noodzakelijk dat jij je hiervan bewust bent, want het is een heuse hinderpaal voor je vooruitgang’. Het gebrek aan mentale discipline, die wijst op onze noodzaak aan mentale training, is de hindernis voor onze vooruitgang.
Het is echter niet het gebrek aan mentale discipline die de hindernis vormt, maar ons schuldgevoel erover. Een vergelijkend idee dat reeds besproken werd is dit: het probleem was niet het nietig dwaas idee, maar de keuze voor de interpretatie van het ego, dat altijd leidt tot schuld. Daarom is de basisregel voor het ongedaan maken van het egodenksysteem, het ongedaan maken van schuld. Jezus helpt ons dus begrijpen dat het niet perfect doen van het werkboek een uitstekende leerschool is om schuld ongedaan te maken. Inderdaad, de consequentie is dat het werkboek niet perfect doen en onszelf hiervoor vergeven, we eigenlijk het werkboek perfect doen en we perfecte studenten zijn.
(5:1-2) Veelvuldige maar korte oefenperioden hebben op dit moment nog andere voordelen voor jou. Behalve dat je inziet dat je moeite hebt je aandacht vast te houden, moet je ook hebben opgemerkt dat je de neiging vertoont je doel lange tijd uit het oog te verliezen, tenzij je er regelmatig aan herinnerd wordt.
Jezus zegt hier twee dingen: we hebben het niet alleen moeilijk met vijf, tien of vijftien minuten stil zitten zonder dat ons denken afdwaalt naar gedachten die ons ego veilig acht, maar we hebben het ook moeilijk zelfs maar te denken over de noodzaak om vijf, tien of vijftien minuten stil te zitten. Jezus steekt hier echter geen terechtwijzende vinger op want hij leert ons te herkennen dat onze ‘mislukkingen’ niet afkomstig zijn van zonde, maar van angst; bij de eerste wordt je gestraft, bij de laatste wordt je op liefdevolle manier gecorrigeerd.
(5:3) Je vergeet dikwijls aan de korte toepassingen van het idee van de dag te denken en je hebt nog niet de gewoonte aangenomen het idee als een automatisch antwoord op verleidingen te gebruiken.
Jezus zegt hier nog eens dat hij het weet dat we vergeten en dat is oké. Dit is een cursus waarvan het doel is het onjuiste dat we ons aangeleerd hebben door vergeving ongedaan te maken, niet door het inboezemen van angst en schuld en dit door straf alleen maar aan te sterken.
(wordt vervolgd)