woensdag 27 februari 2019

Les 85 – De herhaling van vandaag zal de volgende ideeën omvatten:


(1) Mijn grieven verbergen het licht van de wereld in mij. (69)
(1:2) Mijn grieven tonen me wat er niet is en verbergen voor me wat ik wil zien.
Er is een deel in mijn denkgeest die de waarheid over mijn Zelf wil weten. Maar er is ook een deel dat angstig is en ervoor kiest zich tegen die waarheid te verdedigen. Dus vraagt Jezus ons om opnieuw te kiezen omdat we de verkeerde keuze maken en ons Zelf verbergen. Door de mogelijkheid tot kiezen - kracht van het denken - te oefenen kunnen we deze verkeerde keuze terugdraaien en wat we verborgen houden terug naar het licht brengen.
(1:3-4) Waar wil ik mijn grieven nog voor, nu ik dit inzie? Ze houden me in het duister en verbergen het licht.
Jammer genoeg willen we deze duisternis. In het licht van Gods waarheid is er geen individueel of speciaal bestaan. We moeten ons bewust worden van dit doel van vasthouden aan grieven: het intact houden van ons speciale zelf door gebruik te maken van de duisternis van schuld en aanval zodat het licht van de liefde verborgen wordt.
(1:5-6) Grieven en licht kunnen niet samengaan, maar licht en visie moeten verbonden zijn, wil ik kunnen zien. Om te zien moet ik grieven opzijzetten.
Dit is de basisregel: wil ik zien of niet? Wanneer ik wil zien dan moet ik kijken met Jezus, wat wil zeggen dat ik niet oordeel. Aan het resultaat zal ik weten welke keuze ik gemaakt heb. Wanneer ik bij mezelf boosheid ervaar, depressief, schuldig, angstig of bezorgd ben dan zegt mij dit dat ik niet wil zien. Met het ego zijn mijn individualiteit en mijn speciaalheid het enige wat ik ken en is mijn zelf veilig, maar wel ellendig.
(1:7) Ik wil zien en dit zal het middel zijn waarmee ik slagen zal.
We willen nu niet langer veilig en ellendig zijn. We willen de visie die alle Zonen als gelijk omarmt, de voorloper om ons onze Eenheid als Christus te herinneren. In deze visie – geboren uit het loslaten van grieven – vinden we waar geluk.
Hoe gelukkig zijn we dan om deze specifieke toepassingen te oefenen:
(2:2-5) Laat ik dit niet als een belemmering voor mijn zicht gebruiken.
Het licht van de wereld zal dit alles wegschijnen.
Ik heb dit niet nodig. Ik wil zien.
Veelvuldig deze lessen oefenen helpt ons inzien dat we een gespleten denkgeest hebben. Dat deel dat niet terug wil keren naar huis is er verantwoordelijk voor dat we hier in deze wereld zijn. Het andere deel is een student van Een Cursus in Wonderen. We moeten ons van beide bewust zijn zodat we een betekenisvolle keuze tussen beide kunnen maken. We moeten leren begrijpen dat de grieven van het ego het licht en de vreugde van ons Zelf weghouden en ons achterlaat in een duisternis van ellende en pijn. Enkel het bewust worden van de connectie tussen deze beslissing om aan te vallen en ons lijden zal ons motiveren om te zeggen en het ook echt te menen: ‘Hier heb ik niet langer behoefte aan.’ In die herkenning zullen we zien en in die visie wordt alle lijden weg geschenen door het licht van de vergeving.
(3:1) Mijn verlossing komt van mij. (70)
(3:2-6) Vandaag zal ik inzien waar mijn verlossing ligt. Ze ligt in mij, omdat haar Bron zich daar bevindt. Ze heeft haar Bron niet verlaten en dus kan ze mijn denkgeest niet verlaten hebben. Ik zal haar niet buiten mijzelf zoeken. Ze laat zich niet buiten vinden en dan naar binnen halen.
Dat is wat we meestal willen doen met God, Jezus en Een Cursus in Wonderen: buiten ons zelf zien. We moeten ons realiseren dat verlossing binnen in ons bevindt, in de kracht van het denken om Jezus als onze leraar te kiezen en niet het ego. Hij (de verlossing) wordt niet in Jezus gevonden maar in de capaciteit van ons denken om voor hem te kiezen. Zoals we reeds eerder besproken hebben heeft Jezus altijd al gevraagd om tot hem te komen buiten de droom. Toch proberen we eerder om hem binnen de droom te brengen zodat de identiteit van ons ego zeker is en intact kan blijven. We moeten de hand van Jezus nemen en door de droom wandelen zodat we samen met hem uit de droom kunnen stappen.
Anderzijds doet het ego pogingen om de droom levend te houden en hier waarschuwt Jezus ons voor. De herinnering aan God is in onze denkgeest waar de droom begint en ook eindigt. Het ongedaan maken ervan vormt verlossing, die erin bestaat om onze Bron – in onze denkgeest - te herinneren. Als een gedachte in de Geest van God hebben wij Hem nooit verlaten en heeft Hij ons nooit verlaten: ideeën, gedachten, verlaten hun bron niet. Daarom moeten we verlossing zoeken in ons juist-gericht denken, het thuis van Jezus, waar de herinnering aan God wacht op onze aanvaarding wanneer we tenslotte uit de droom van afscheiding en dood ontwaken.
(3:7) Veeleer zal ze vanuit mijn innerlijk naar buiten reiken en al wat ik zie zal slechts het licht weerspiegelen dat in mij en in haar schijnt.
‘Al wat ik zie’ verwijst niet naar het fysieke zicht; we zien niet werkelijk fysiek licht in mensen, noch in voorwerpen. ‘Het licht’ is een juist-gerichte gedachte. Dit licht van vergeving zien we weerkaatst in dat wat onze ogen ‘zien’. Bovendien is, door de uitbreiding van het licht in de denkgeest, de Zoon genezen, want de denkgeest van de Zoon van God is één.
(4:2-4) Laat dit me niet ertoe verleiden mijn verlossing buiten mij te zoeken.
Ik zal dit niet mijn gewaarzijn van de Bron van mijn verlossing laten doorkruisen.
Dit heeft niet de macht verlossing van mij weg te nemen.
Met andere woorden, het is onze keuze of de wereld onze vrede van ons zal wegnemen, want in en van zichzelf, doordat zij een illusie is, kan zij niets doen. Enkel wij hebben de kracht die we dan als de wereld projecteren. Het is de denkgeest die tegen de vrede kiest en Jezus vraagt ons niet toe te geven aan deze verleiding omdat dit ons niet gelukkig maakt. Hij dringt erop aan om ons naar binnen te keren, weg van de wereld; het doel te veranderen: van schuld naar verlossing.

maandag 25 februari 2019

Les 84 – Dit zijn de ideeën voor de herhaling van vandaag


(1) Liefde schiep mij als zichzelf. (67)

Dit is een verklaring over de Eenheid van God: onze Identiteit als Christus.
(1:2) Ik ben het evenbeeld van mijn Schepper.
Dit stemt overeen met de bijbelse versie die zegt dat de mens gemaakt is naar het beeld en gelijkenis van God (Genesis 1:26-27). Jezus gebruikt dit idee, maar bedoelt wel een totaal andere Schepping. Ik ben gemaakt als het beeld en gelijkenis van mijn Bron omdat God zuiver Geest is, net zoals Ik ben. Vormloos, oneindig en onverdeeld, zoals Ik ben. Daarom
(1:3-6) Ik kan niet lijden, ik kan geen verlies ondervinden en ik kan niet sterven. Ik ben geen lichaam. Ik wil vandaag mijn werkelijkheid onderkennen. Ik zal geen afgoden aanbidden, noch mijn eigen zelfbeeld verheffen en het in de plaats stellen van mijn Zelf.
Duidelijk verwacht Jezus van ons niet dat we deze waarheid leven, althans nu nog niet. Een paar lessen terug vertelde hij ons nog dat we nog niet op het punt zijn waar we begrepen wat vergeving is, laat staan wat eraan voorbij ligt. Dit is hier dus opnieuw een ‘peptalk’ van Jezus waarbij hij ons verteld dat we inderdaad op gelijk welk moment de potentie in ons hebben om deze waarheid voor onszelf te kiezen. Zelfs al kiezen we ervoor er geen gebruik van te maken is de waarheid niet afwezig. In werkelijkheid zijn wij geen lichamen maar geest en kunnen daarom niet lijden of sterven. Dit is de herinnering van ons Zelf dat geduldig - op de top van de ladder - wacht tot we opgestegen zijn door de wolken van schuld en aanval heen. Zoals ons telkens en telkens op verschillende manieren wordt verteld:
Vrede is een natuurlijk erfgoed van de geest. Het staat ieder vrij te weigeren zijn erfenis te aanvaarden, maar hij is niet vrij te bepalen wat zijn erfenis is. (T. 3. VI. 10:1-2)
Binnen de droom van afscheiding zijn we vrij te geloven wat we willen, maar deze ijdele wensen voor afgoden hebben niets te maken met de Wil van God die alleen onze werkelijkheid en ons Zelf is.
(1:7-8) Ik ben het evenbeeld van mijn Schepper. Liefde schiep mij als zichzelf.
Jezus keert hier terug naar het thema van de les en vraagt ook ons om terug te keren. We versnellen onze reis door onze bereidwilligheid om de sjofele vervangingen van het ego op zij te zetten en de waarheid over onszelf te aanvaarden: dat wij gemaakt zijn naar het beeld en de gelijkenis van onze Schepper en Bron – de Liefde zelf.
Dit wordt in de specifieke toepassingen herhaald:
(2:2-4) Laat ik hierin geen illusie van mijzelf zien.
Laat ik me mijn Schepper herinneren, wanneer ik hiernaar kijk.
Mijn Schepper heeft dit niet geschapen zoals ik het zie.
De ‘hier’ is gelijk welke situatie die ons doet geloven dat we kwetsbare lichamen zijn en tevens het geloof versterken dat we niet het glorieuze Zelf of de geest die God geschapen heeft zijn. Het punt dat Jezus hier maakt is dat wanneer we onszelf gekwetst of super vrolijk zien dat komt omdat we ervoor gekozen hebben het zo te zien. Niets, behalve de keuze van de denkgeest, heeft de macht om ons goed of slecht te doen voelen omdat we het meer waarde geven dan het niet-dualistisch Zelf dat God geschapen heeft. Jezus vraagt ons dat we anders zouden kiezen en elke gebeurtenis van de dag te zien als een kans om ons onze Schepper te herinneren. Deze keuze weerspiegelt onze erkenning dat de situatie die we ervaren niet door volmaakte Liefde werd gemaakt en daarom niet werkelijk kan zijn. En wat niet werkelijk is kan geen macht hebben over ons.
(3:1) Liefde koestert geen grieven. (68)
Grieven zijn aan liefde volkomen vreemd.
Jezus keert hier terug naar het belangrijke thema over grieven en aanvalsgedachten. Ons wordt hier te verstaan gegeven dat onze grieven niet zomaar komen, we kiezen er duidelijk voor omdat we een ander verantwoordelijk willen houden voor de ellende die we voelen door we ons van de liefde hebben afgescheiden. En in plaats van de verantwoordelijkheid van onze ‘zonde’ te aanvaarden en de angst toegeven die de oorzaak is dat we ons afgescheiden hebben, ontkennen we de zonde, splitsen hem af van onszelf en houden, aan de hand van projectie, grieven vast tegenover iemand anders en beschuldigen die persoon van wat we onbewust geloven dat wij gedaan hebben. Dit alles is tot stand gekomen om het doel van het ego te vervullen zodat zijn bestaan beschermd wordt; het ontkennen van de denkgeest en ons over te laten aan ‘de genade van dingen voorbij (onze) krachten waar we geen controle over hebben’ (T. 19. IV. D. 7:4)
(3:2-5) Grieven vallen liefde aan en houden haar licht verborgen. Als ik grieven heb, val ik liefde aan en daarom ook mijn Zelf. Zo wordt mijn Zelf mij wezensvreemd.
Dit is het doel van grieven: ik wil dat mijn Zelf een vreemde is omdat er geen individualiteit is in Christus. Zo vertegenwoordigen grieven het hoogtepunt van de strategie van het ego en wordt het verbergen van de herinnering aan Wie ik ben in stand gehouden. Mijn beslissing voor individualiteit, mijn schuldgevoel over deze beslissing van speciaalheid, mijn aanvalsprojecties, vormen allemaal de defensieregels van het ego en houden de herinnering aan de liefde van mij weg. Hierdoor verdedig ik mij tegenover Jezus en zeg: ‘Natuurlijk kan ik niet aan heilige dingen denken of aan de herinnering aan God en Christus. Kijk wat er vandaag met mij gebeurd is! Kijk wat deze verschrikkelijke persoon tegen mij gezegd heeft! Kijk naar de verwoesting die net gebeurd is! Kijk! Kijk! Kijk!’
We gebruiken deze slachtofferverhalen als excuus - dat is waarom we ze eerst gemaakt hebben - om de perfecte manier te hebben om onze grieven te kunnen rechtvaardigen en onszelf daarbij toe te staan te zeggen: ‘Het is niet mijn fout. Hoe zou ik mogelijks liefde kunnen kennen en mijn Zelf herinneren? Zij laten met dit niet toe.’
Op dezelfde manier als in de vorige alinea doet Jezus een oproep naar ons en zegt opnieuw:
(3:6) Ik ben vastbesloten mijn Zelf vandaag niet aan te vallen, zodat ik me kan herinneren Wie ik ben.
Bewust van wat we doen en de enorme prijs die we betalen door vast te houden aan grieven, versterken we het besluit het Zelf niet aan te vallen dat de schijnbare afgescheiden delen van het Zoonschap verenigt. Wij willen ons dit Zelf nu herinneren en koesteren niet langer het doel dat onze grieven heeft gediend.
Deze specifieke toepassingen zijn deze die ons die ons naar huis brengen, naar ons Zelf:
(4:2-4) Dit vormt geen rechtvaardiging voor het verloochenen van mijn Zelf.
Ik zal dit niet gebruiken als een aanval op liefde.
Laat dit mij er niet toe verleiden mezelf aan te vallen.
Zoals altijd doet Jezus een beroep op de kracht van ons denken om een andere keuze te maken. Zijn oproep neemt een vorm van herkenning aan dat er geen rechtvaardiging is voor gelijk welke aanvalsgedachte. Ons de verandering van doel – de Heilige Geest – herinneren laat ons toe om grieven los te laten. Aldus stijgt de onderliggende liefde op naar ons bewustzijn en brengt ons vrede, de stapsteen om ons Zelf, dat we ontkent hadden, te herinneren.

zaterdag 23 februari 2019

Les 83 Laten we vandaag deze ideeën herhalen:


(1) Mijn enige functie is die welke God mij gaf. (65)

Er is niets anders.

(1:2-5) Ik heb geen andere functie dan die welke God mij gaf. Dit inzicht bevrijdt me van alle conflict, omdat het betekent dat ik geen tegenstrijdige doelen hebben kan. Met maar één enkel doel ben ik er altijd zeker van wat mij te doen staat, wat ik zeggen en denken moet. Alle twijfel zal ongetwijfeld verdwijnen als ik erken dat mijn enige functie die is welke God mij gaf.
Onze functie is vergeven. Het is de enige juist-gerichte reden om hier in de wereld te zijn. We zijn hier niet om haar te redden, veel geld te hebben, grootgebracht te worden in een gelukkige familie, een gezond lichaam te hebben of om honderdvijftig jaar te blijven leven. Herinner je dat dit het verplaatsen is van het conflict. Geloven dat onze functie iets is wat van buiten komt is in conflict met onze innerlijke functie waarbij we ons realiseren dat iets uiterlijk geen enkel belang heeft. Het is enkel het veranderen van denken die we verkrijgen door het veranderen van leraar.
Er zal ook conflict zijn wanneer we deze cursus bestuderen en terug willen keren naar huis en tegelijkertijd verlangen om of er de grootste leraar van te zijn of eerder de meest nederige of de meest toegewijde student en we terwijl nog steeds hunkeren naar de geschenken van speciaalheid: geld, beroemdheid, macht en liefde.
In dit geval zien we een uiterlijk doel als belangrijker dan het innerlijke doel. En dat is van in het begin het doel van het ego. Deze cursus beëindigt dit conflict en het enige juist-gerichte doel van de uiterlijke wereld is om een spiegel te zijn die ons de keuze die we innerlijk gemaakt hebben laat zien. Pas dan kan ons denken - de werkelijke oorsprong van het conflict - genezen worden, zoals uitgelegd wordt in de volgende passage:
Vergeet niet dat de genezing van Gods Zoon het enige is waartoe de wereld dient. Dat is de enige bedoeling die de Heilige Geest erin ziet en dus de enige die ze heeft. Totdat jij de genezing van de Zoon als het enige ziet wat je wenst dat door de wereld, de tijd en alle verschijningsvormen wordt volbracht, zal jij zowel de Vader als jezelf niet kennen. Want je zult de wereld aanwenden voor wat niet haar bedoeling is en zult niet ontkomen aan haar wetten van geweld en dood. (T 24. VI. 4:1-4)
Het enige gezonde doel van de wereld is dus genezing. Van zodra we haar gemaakt hebben als een uitdrukking van onze haat tegenover God en Christus verandert onze nieuwe Leraar haar doel. De wereld wordt dan een middel. De juiste beslissing wordt onvermijdelijk en we zien het doel van vergeving wanneer twijfel verdwijnt.
(2:2-3) Mijn waarneming hiervan verandert mijn functie niet.
Dit geeft me geen andere functie dan die welke God mij gaf.
Welke situatie ook, waarvan ik geloof dat zij mijn vrede verstoord, heeft geen enkele invloed op mijn denkgeest. Anders gezegd, niets wat ik buiten mij waarneem heeft de macht mijn vergevingsdoel te veranderen. Onafgezien van de reacties van het ego op een situatie, blijft mijn functie in mij, liefdevol en geduldig door Jezus voor mij bewaard. De lezer zal zich deze eerder aangehaalde prachtige passage uit de tekst herinneren, waar we nu opnieuw een deel van zien:
Ik heb al je vriendelijkheden en elke liefdevolle gedachte die je ooit had, bewaard. Ik heb ze gezuiverd van de vergissingen die hun licht verborgen hielden en ze voor jou in hun eigen volmaakte fonkeling behouden. (T. 5. IV. 8:3-4)
Ondanks de capriolen van ons ego kunnen we niet verliezen. Onze waanzin heeft geen enkel effect op onze innerlijke gezondheid, noch op onze gezonde vergevingsfunctie.
(2:4) Laat ik dit niet gebruiken ter rechtvaardiging van een functie die God mij niet gegeven heeft.
Laat mij een uiterlijke situatie niet gebruiken als een middel om het geloof te rechtvaardigen dat er een of ander doel in mijn leven zou zijn anders dan het ongedaan maken van het egodenksysteem. De wereld is maar al te blij om samen te werken met het plan van het ego, per slot van rekening heeft het ego de wereld gemaakt om samen te werken – door ons te voorzien van de ene mogelijkheid na de andere om onze oordelen en grieven te rechtvaardigen; onze waarneming dat we niet eerlijk behandeld zijn; een onrechtvaardigheid die slechts verholpen kan worden door onze verdediging en, nu en dan, door een agressieve reactie. We worden echter twee keer gezegd dat: boosheid nooit gerechtvaardigd is. (T. 6. Inl. 1:7; T. 30. VI. 1:1-2). De vrede van de denkgeest herstellen is onze enige verantwoordelijkheid en dit gelukkig feit herkennen vormt de kern van onze vergevingsfunctie.
(3:1) Mijn geluk en mijn functie zijn één. (66)
Dit is zo omdat ons geluk niet het resultaat is van gelijk wat in deze wereld. Herinner je dat de wetten van speciaalheid ons zeggen dat ons geluk afkomstig is van ons lichaam: dat van onszelf of dat van iemand anders of van iets buiten ons, iets uiterlijk. Nogmaals, dit brengt conflict voort want geluk kan enkel komen wanneer wij schuld loslaten, het vreugdevolle gevolg van vergeving. Maar als we denken dat er in de wereld welbehagen is zullen we onvermijdelijk in conflict zijn. Dit betekent zeker niet dat we ons schuldig zouden moeten voelen wanneer we nog steeds uit zijn op lichamelijk welbehagen, maar slechts dat we er ons bewust zouden van zijn wat we doen. Dit is geen cursus in opoffering of in het opgeven van wat we belangrijk vinden, maar in het leren, zoals Jezus ons op het einde van de tekst voorschrijft, dat de wereld opgeven betekent niets opgeven en waarbij geen enkel offer betrokken is. Hij vraagt ons dus tegelijkertijd om niets op te geven. Jezus helpt ons herkennen dat alles hier niets is. Pas dan kunnen we de wereld werkelijk opgeven:
Geef de wereld op! Maar niet als offer. Je hebt haar nooit gewild. Welk geluk heb je hier gezocht dat jou géén pijn heeft gebracht? Welk moment van voldoening werd niet voor een vreselijke prijs met pijngeld betaald? Vreugde kost niets. Het is je heilige recht en dat waarvoor je betaalt is niet geluk. Laat eerlijkheid je voortstuwen op je weg en laat je ervaringen hier jou niet, achteraf gezien, misleiden. Ze waren niet vrij van een bittere prijs en vreugdeloze gevolgen. (T. 30. V. 9:4-12)
Dit is een cursus in het openen van onze ogen zodat we kunnen begrijpen dat wat we denken, voelen en doen in het Verzoeningsplan van God past. Alles wat we uiterlijk verlangen kan een heilig doel dienen wanneer we de Heilige Geest toelaten dat Hij ons zijn werkelijke betekenis leert. Dus om dit belangrijk punt te herhalen: wanneer we ons realiseren dat ons geluk niet afkomstig is van het uiterlijke, moeten we ons hier niet schuldig over voelen. Het is een verklaring die ons enkel helpt realiseren dat ons hele leven gebaseerd is op conflict en uit deze bewustwording komt het einde van het conflict en breekt waar geluk aan.
(3:2-4) Alle dingen die van God komen, zijn één. Ze komen uit Eenheid voort en moeten als één worden ontvangen. Mijn functie vervullen is mijn geluk, want beide ontspringen aan dezelfde Bron.
Het ego probeert ons af te splitsen van God en van onszelf – in de denkgeest – en doet ons dan geloven dat ons geluk en onze functie buiten ons zijn – in het lichaam, in een of andere vorm. Eens we het principe van eenheid begrijpen is, hoe dan ook, alles duidelijk. Het contrast tussen dit principe en hoe wij onze levens leven wordt gekenmerkt door afscheiding, verschillen en onopvallende gebeurtenissen: we voelen ons de ene dag goed en de andere dag niet, we zijn goed voor sommige mensen en voor andere dan weer niet, we zijn soms goed met dezelfde mensen en andere keren dan weer niet, enz. enz. enz. Onze ervaringen zijn nooit verenigd want alles wordt beheerst door de aanhankelijkheid aan het principe van het ego: ‘de een of de ander’: mijn belangen en die van zou zijn gescheiden, wanneer ik win, dan verlies jij en als ik verlies dan win jij. Jezus helpt ons bewust te worden dat de weg terug naar Gods levende eenheid is door Zijn Liefde te weerspiegelen en dat doen we doen we door iedereen door de lens van gedeelde belangen waar te nemen.
(3:5) En wil ik geluk vinden, dan moet ik leren inzien wat mij gelukkig maakt.
Het doel van deze lessen is ons te leren wat ons gelukkig maakt. En we hebben reeds herhaaldelijk gezien dat geluk niet ligt in de vervulling van iets uiterlijk want dat is slechts van voorbijgaande aard.
Jezus vraagt ons om het idee van de les als volgt toe te passen:
(4:2-3) Dit kan mijn geluk niet scheiden van mijn functie.
De eenheid van mijn geluk en functie blijft hierdoor volledig onaangetast.
Net zoals in de vorige les wordt ons gevraagd om wanneer we geconfronteerd worden met gelijk welke vorm die ons van streek maakt, het geen enkele macht heeft om het geluk dat vergeving ons brengt, te veranderen. Geluk komt voort uit de beslissing van de denkgeest en geen enkele wereldse macht kan dat van ons afnemen. Alleen onze beslissing kan dat en heeft dat jammer genoeg ook gedaan.
We kunnen hier steeds weer overnieuw zien hoe Jezus ons vraagt om deze relatief abstracte ideeën toe te passen in onze dagdagelijkse situaties.  Daartoe zijn we verplicht als we deze cursus willen leren en het is niet echt een intellectueel proces. Terwijl op verstandsniveau het wel belangrijk is om zijn boodschap te leren – en dat is tenslotte ook het doel van de tekst – hebben de lessen geen enkele betekenis wanneer we zijn onderricht niet toepassen. Daarom ligt de klemtoon van deze lessen dat wij onze dag beleven zoals we dat normaal gezien zouden doen, maar vanaf het ogenblik dat iets onze vrede hindert of ons opwindt we ons realiseren dat dit geen gevolg heeft op ons geluk en onze functie die binnen in ons is. We hebben ze slechts bedekt met illusies die geen enkel effect op de waarheid hebben.
De laatste verklaring herhaalt deze gedachte:
(4:4) Niets, ook dit niet, kan de illusie rechtvaardigen dat er geluk los van mijn functie bestaat.
Wanneer iets jou gelukkig maakt en jou voldoening geeft wordt je dan bewust dat deze ervaring los staat van je vergevingsfunctie en dus niet zal blijven duren. Waar geluk in deze wereld komt door het loslaten van schuld, het probleem dat aan de basis ligt van het wegvluchten uit onze denkgeest, zoals we geloofden dat we de Hemel ontvlucht zijn. Het ongedaan maken van schuld is dan de bron van vreugde omdat het alle pijn en lijden ongedaan maakt en ons laat terugkeren naar thuis, dat we nooit verlaten hebben.
Ons geluk gedurende de dag is gelijk aan onze vergeving waarin we herkennen dat niets en niemand de macht heeft om de vrede van God van ons af te nemen. Hij is de onze en wacht op onze aanvaarding ervan. Ons bewust worden van dit feit, ook al zijn we er nog niet klaar voor om vrede te kiezen, voorziet ons van een indirecte suggestie en een gevoel van hoop die niet mogelijk is zolang we geloven dat we moeten manipuleren, verleiden of de wereld veranderen. Dit zal misschien een aantal dagen werken maar nooit altijd. Want inderdaad is dit de maatstaf die Jezus ons vraagt te gebruiken wanneer we de waarde van gelijk wat in de wereld evalueren zoals hij in les 133 zegt. Vooruit kijkend op deze scherpzinnige passage, lezen we:
Als je iets kiest dat niet voor altijd blijft bestaan, heeft wat je gekozen hebt geen waarde. Een tijdelijke waarde is zonder enige waarde. Tijd kan nooit een waarde wegnemen die werkelijk is. Wat vervluchtigt en sterft, is er nooit geweest en heeft niets te bieden aan degene die het kiest. (Wd1. 133. 6:1-4)
Ons eenvoudig realiseren dat we niet langer ‘waarde geven aan wat geen waarde heeft’ (Wd1. 133, titel), ook al zijn we nog niet klaar om het te laten gaan, is een bron van hoop.

donderdag 7 februari 2019

Les 82 –We zullen vandaag deze ideeën herhalen


(1) Het licht van de wereld brengt elke denkgeest vrede door mijn vergeving. (63)

(1:2-5) Mijn vergeving is het middel waardoor het licht van de wereld uitdrukking vindt via mij. Mijn vergeving is het middel waardoor ik me bewust wordt van het licht van de wereld in mij. Mijn vergeving is het middel waardoor de wereld wordt genezen, tegelijk met mij. Laat me dan de wereld vergeven opdat ze mag worden genezen, samen met mij.
We zien hier het nu vertrouwd geworden thema dat de denkgeest van de Zoon van God één is en dus de grondslag voor de genezing van de wereld. Wanneer ik jou vergeef dan moet ik ook mezelf vergeven gezien we hetzelfde schuldige zelf zijn. Wanneer ik de liefde van Jezus als mijn identiteit aanvaard in plaats van de speciale liefde van het ego dan wordt ik er mij bewust van dat er geen afscheiding is in het Zoonschap. Het is dus niet mogelijk dat ik één deel van het Zoonschap vergeef zonder alles te vergeven. Dit vormt een essentieel deel van de boodschap van de Cursus. En om het nog maar eens te zeggen: Jezus heeft het niet over het genezen van een uiterlijke wereld. Er is geen uiterlijke wereld! Daarom zegt hij ook in de tekst: ‘zoek niet de wereld te veranderen, maar kies ervoor je denken over de wereld te veranderen.’ (T. 21. Inl. 1:7). De wereld, die een idee is, heeft nooit haar bron verlaten en is daarom nog steeds daar. Wanneer mijn denken dus genezen is van afscheidingsgedachten – zonde, schuld en aanval – moet de wereld dienovereenkomstig ook genezen zijn.
Wat hier nu volgt zijn drie uitspraken die in onze dagelijkse oefening kunnen toegepast worden:
2. Suggesties voor concrete toepassingsvormen van dit idee zijn:
(2:2-4)  Laat vrede zich van mijn denkgeest uitbreiden naar die van jou, [naam].
Ik deel het licht van de wereld met jou, [naam].
Dankzij mijn vergeving kan ik dit zien zoals het is.
Wanneer er vrede is in je denken dan moet zich dat naar iedereen uitbreiden. Een duidelijke manier te onderscheiden of je voor de vrede van God gekozen hebt of voor de haat van het ego is door te letten op wat je waarneemt, op jouw percepties. Wanneer je iets in de wereld waarneemt die jou stoort dan kan er geen vrede in je denken zijn. Dit doet ons denken aan de eerdere lessen die ons leren dat alles wat we uiterlijk waarnemen afkomstig is van onze gedachten. We moeten ons dus realiseren dat wanneer we niet in vrede zijn voor iets buiten ons, ons denken ook niet vredig kan zijn. Dit helpt ons te begrijpen dat we een keuze voor het ego hebben gemaakt, een keuze die we kunnen corrigeren en ongedaan maken. Terwijl we op dit punt in ons in praktijk brengen van Een Cursus in Wonderen we niet direct in contact zijn met onze gedachten kunnen we ze toch herkennen door te begrijpen dat wat we buiten ons zien een directie weerspiegeling is van wat we binnen in ons werkelijk gemaakt hebben. Om nog maar eens te herhalen, wanneer we willen weten of we voor Jezus of voor het ego als onze leraar gekozen hebben, moeten we aandacht schenken aan onze reacties in de wereld. We moeten er ons aan herinneren dat telkens we oordelen of telkens we van streek zijn dit een rode vlag is die zegt: ‘Ik heb opnieuw voor mijn ego gekozen. En in plaats van verantwoordelijkheid te nemen voor deze beslissing heb ik ervoor gekozen om deze te projecteren, het in anderen te zien, maar niet in mezelf.’ Deze gedachte van waanzin kan door middel van vergeving gemakkelijk ongedaan gemaakt worden.
(3:1) Laat me mijn functie niet vergeten. (64)
We komen terug op het thema over ons ware Zelf.
(3:2) Ik wil mijn functie niet vergeten, want ik wil me mijn Zelf herinneren.
Wanneer ik me werkelijk wil herinneren Wie ik ben en terug naar huis wil gaan dan moet ik vergeven. Mijn vergevingsfunctie is het middel waarmee ik mijn herinnering aan mijn Identiteit bereik. Wanneer je merkt dat je aan het oordelen bent - speciale liefde of speciale haat – dan is dat zeker een teken dat je er niet voor gekozen hebt om te ontwaken uit de droom en je Zelf te herinneren. In plaats hiervan heb je gekozen om een gevangene te blijven en anderen de schuld te geven voor jouw toestand. Wanneer je dan ontdekt wat je gedaan hebt moet je jezelf daarvoor niet veroordelen of je hier schuldig over voelen. Je vraagt eenvoudig aan Jezus om je te helpen herinneren dat je hier niet gelukkig bent en dat geen enkel oordeel die je gemaakt hebt of geen enkele speciaalheid die je gezocht hebt, je iets anders dan de illusie van geluk en vrede heeft gebracht. Vraag Jezus om je te helpen zonder oordeel naar jezelf te kijken wat dus ook betekent dat je naar anderen zonder oordeel kijkt.
Om nog eens te herhalen, om te weten wat er in je denkgeest gaande is schenk dan aandacht aan je denken, je waarnemen en je voelen. Wanneer er vrede is en een geest van samenwerking met anderen aan een gemeenschappelijk doel dan weet je dat je de Heilige Geest als je leraar hebt gekozen. Als je anderzijds onrust voelt dan is dat stellig een teken dat je voor het ego hebt gekozen.
(3:3) Ik kan mijn functie niet vervullen als ik die vergeet.
Dus hebben we een Leraar nodig die ons herinnert aan onze vergevingsfunctie en die kan gedefinieerd worden als ‘het laten gaan van oordeel’. Daarom wanneer je ziet dat je aan het oordelen bent dan kies je ervoor om je functie te vergeten omdat je niet terug naar huis wil gaan.
(3:4) En tenzij ik mijn functie vervul, zal ik niet de vreugde ervaren die God mij heeft toebedacht.
Telkens we ons speciaal voelen, oordelen of betrokken zijn bij iets van het egodenksysteem, zeggen we dat we de vreugde die God voor ons voorziet niet willen en in plaats daarvan de vervanging van het ego hiervoor aanvaarden. In ons schuldgevoel dat we de vreugde van God van ons afgeduwd hebben, projecteren we dit naar buiten en zien fouten in alle anderen. Nogmaals, het gaat er niet om dat we onszelf veroordelen omdat we geprojecteerd hebben maar er ons bewust van te worden dat we dit gedaan hebben en de enorme prijs die we hiervoor moeten betalen.
We worden dan gevraagd om te oefenen door dit idee toe te passen dat zegt: 
(4:2) Laat ik dit niet gebruiken om mijn functie voor mezelf te verbergen.
‘Dit’ is alles wat we in de loop van de dag ervaren; bijv. niet gelukkig zijn door de verandering van het weer of door wat iemand wel of niet gedaan heeft. We zouden dan moeten zeggen: ‘Ik heb voor deze situatie gekozen om mijn functie voor mij te kunnen verbergen en dat doe ik om de vreugde van God van mij af te houden.’
(4:3) Ik wil dit aangrijpen als een kans om mijn functie te vervullen.
In plaats van een situatie te gebruiken om mijn functie te negeren kunnen we het Jezus opnieuw laten definiëren om te vergeven. Met andere woorden we kunnen naar alles kijken als zijnde een leerschool waarin de Heilige Geest ons kan leren dat ons geluk niet in iets buiten ons ligt, noch in het zijn van een afgescheiden zelf, maar in het kiezen voor Jezus als onze leraar die ons voorbij onze speciaalheid terug naar huis leidt. En dit, nogmaals, heeft betrekking op alles wat er gedurende de dag gebeurt.
(4:4) Dit bedreigt misschien mijn ego, maar kan op geen enkele wijze mijn functie veranderen.
Met andere woorden, wanneer ik iets wat iemand doet of zegt als bedreigend waarneem wil dit niet zeggen dat mijn functie verdwenen is. Het betekent enkel dat ik ervoor gekozen heb om in de war te zijn omdat ik mijn functie wou verbergen. Toch blijft mijn functie veilig bij mij omdat de Leraar ervan ook in mij is. Er is daarom niets die de kracht heeft om de functie van vergeving van mij te verwijderen behalve mijn eigen beslissing.