maandag 1 april 2019

Les 91 – Wonderen worden gezien in het licht – deel 5


(7:1). Als je niet een lichaam bent, wat ben jij dan?

Nu komt de echte terreur waarbij de gedachte weerspiegeld wordt die uit het besluit van ‘zelfconcept versus Zelf’ komt:

Er is geen uitspraak die de wereld meer vreest te horen dan deze:
Ik weet niet wat ik ben en daarom weet ik niet wat ik doe, waar ik ben of hoe ik de wereld of mijzelf moet bezien. (T. 31. V. 17:6-7)

Dit is een uitspraak die het ego met alle macht heeft proberen tegen te houden. Een dergelijke uitspraak duidt het einde aan van zijn zorgvuldig in elkaar gestoken ‘verbergings-denksysteem’. Onze toegenomen interesse in ‘bewust zijn’ laat ons toe te kijken naar de schijnbare zekerheid van onze identiteit als een schuldig, lichamelijk zelf en opent de mogelijkheid om de oorspronkelijke aanname van het ego in vraag te stellen: het geloof dat de afscheiding van God daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Dit stelt ons in staat de aanname onze fysieke en psychische werkelijkheid in vraag te stellen.

(7:2-4) Je moet je bewust zijn van wat de Heilige Geest aanwendt om in jouw denkgeest het beeld van een lichaam te vervangen. Je moet iets voelen waarin jij je vertrouwen kunt stellen op het moment dat je dat weghaalt van het lichaam. Je hebt een echte ervaring van iets anders nodig, iets steviger en zekerder, meer je vertrouwen waard en werkelijk aanwezig.

Dit geeft ons een duidelijke weergave van de werkwijze van Jezus. Doorheen Een Cursus in Wonderen stelt hij beide zijden van de gespleten denkgeest voor. Hij is duidelijk omtrent de noodzaak, zo niet de hoogdringendheid, dat we naar het ego kijken en het gedachtesysteem ervan begrijpen. Tegelijkertijd helpt hij ons bewust te worden hoe het ego probeert de waarheid te verhullen. Terwijl onze angst is dat we wanneer we het ego opgeven niets zullen hebben, helpen deze woorden en lessen ons in te zien dat het opgeven van het ego het middel is om de glorieuze waarheid omtrent onszelf te ontdekken- het Alles van God.

Daarom zegt Jezus niet alleen dat we geen lichamen zijn. Hij zegt ons ook dat er iets in ons is die de plaats zal innemen van onze lichamelijke identificatie. Daarom is dit een lange-termijn proces: een deel van ons begrijpt dat beginnen met het loslaten van de ego-identiteit, wat speciaalheid en oordeel is, betekent het loslaten van onze individualiteit is. En dat is wat ons beangstigd. Nergens is deze vreemde situatie – onze angst voor de waarheid – duidelijker uitgelegd dan in ‘de angst voor verlossing’. De volgende alinea is een typerend fragment uit dit belangrijk deel die de angst beschrijft om tot de waarheid van onze Identiteit als kinderen van Liefde, te ontwaken:

Je hebt jouw hele krankzinnige geloofssysteem opgebouwd omdat je meent in Gods Tegenwoordigheid hulpeloos te zijn en jij wilt jezelf van Zijn Liefde verlossen omdat je denkt dat die jou tot niets vermalen zou. Je bent bang dat ze jou van jezelf weg zou vagen en jou klein zou maken, omdat je gelooft dat grootheid in verzet besloten ligt en aanval grootsheid is. Jij denkt dat je een wereld hebt gemaakt die God zou willen vernietigen en dat je door Hem lief te hebben, wat je doet, die wereld weg zou werpen, wat je ook zou doen. Daarom heb je de wereld gebruikt om je liefde te verhullen en hoe dieper je in de zwartheid van het fundament van het ego doordringt, hoe dichter je bij de Liefde komt die daar verborgen is. En juist dit jaagt jou angst aan. (T. 13. III. 4)

Nogmaals, Jezus vraagt ons niet onze individualiteit op te geven, maar wel om de geldigheid ervan in vraag te stellen. Hij begint met ons te leren dat we geen lichaam zijn, leidt ons vriendelijk dit proces binnen dat ons geleidelijk naar huis terugleidt. Dus troost hij ons:

Vrees niet dat je opeens zult worden opgetild en de werkelijkheid in geslingerd. De tijd is mild en als je hem ten behoeve van de werkelijkheid benut zal hij bij jouw overgang zachtjes gelijke tred met je houden. (T. 16. VI. 8:1-2)

Eerder in de tekst versterkt hij dit vriendelijke proces van ons ontwaken:

Je zult eerst dromen van vrede en er vervolgens toe ontwaken. Je eerste ruil van wat je hebt gemaakt voor wat jij wilt, is het inruilen van nachtmerries voor de gelukkige dromen van liefde. (T. 13. VII. 9:1-2)

In een passage die we reeds onderzocht hebben legt Jezus uit hoe de Heilige Geest ons niet vraagt om direct uit onze nachtmerrie te ontwaken. Hij neemt met ons eerder kleine en zachte stappen naar de gelukkige droom van de vergeving zodat vrede in plaats van angst hierop kan volgen:

Niets angstigers dan een ijdele droom heeft Gods Zoon angst aangejaagd en ervoor gezorgd dat hij dacht dat hij zijn onschuld verloren, zijn Vader verloochend en een oorlog tegen zichzelf gevoerd heeft. Zo beangstigend is de droom en zo schijnbaar werkelijk, dat hij niet zonder angstzweet en een doodskreet tot de werkelijkheid zou kunnen ontwaken, als niet een vriendelijker droom zijn ontwaken voorafging en ervoor zorgde dat zijn gekalmeerde denkgeest de Stem verwelkomde en niet vreesde, die met liefde roept om hem te doen ontwaken; een vriendelijker droom waarin zijn lijden is genezen en zijn broeder zijn vriend is. God heeft gewild dat hij zachtjes en van vreugde vervuld wakker wordt en hem het middel geschonken om zonder angst te ontwaken. (T. 27. VII. 13:3-5)

We beginnen dus zonder angst te leren dat er inderdaad iets is voorbij het ego: vrede in plaats van conflict, vergeving in plaats speciaalheid, wonderen in plaats van aanval. De vervanging voor het ego op dit punt van onze reis is niet een belangeloos, onbaatzuchtig zelf, een gedachte voorbij de vorm want ook dat is nog te bedreigend. Het vervangen zelf wordt nog steeds ervaren in het lichaam, maar is nu een zachtaardig zelf, een vriendelijke gedachte en het is daarom dat Jezus spreekt over gelukkige dromen. Vergeving maakt nog steeds deel uit van de illusie van afscheiding, maar een illusie met minder schuld, bezorgdheid, angst en speciaalheid. Dus, zegt Jezus, hebben we iets “steviger en zekerder’ waarin we vertrouwen kunnen stellen. Maar zelfs voorbij dit zachtaardig en gelukkig zelf is de glorieuze Christus die God heeft geschapen als ons Zelf, het Einde voorbij het einde van de reis.
(wordt vervolgd)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten