vrijdag 9 februari 2018

Les 21 - Ik ben vastbesloten de dingen anders te zien.

Deze les is een direct vervolg op de vorige. Wat interessant is, is dat Jezus het in deze les vooral over boosheid heeft terwijl dit in het idee ervan niet terug te vinden is. Hiermee wordt het principe dat er in illusies geen rangorde bestaat aangetoond door ons bewust te maken dat o.a. boosheid dus een breed gala aan gedachten kent. We beginnen met de specifieke instructies die normaal gezien op het einde van de les komen:

(1:1-2:2) Het idee voor vandaag is vanzelfsprekend een voortzetting en uitbreiding van het vorige. Ditmaal zijn er echter, naast de toepassing van het idee wanneer bijzondere situaties optreden, speciale perioden van gedachteonderzoek vereist. Vijf oefenperioden van elk een volle minuut worden dringend aangeraden.
Begin de oefenperioden met het idee voor jezelf te herhalen. Sluit dan je ogen en onderzoek je denkgeest zorgvuldig op voorbije, huidige of verwachte situaties die je kwaad maken.

Dit is het gedachteonderzoek waar reeds over gesproken werd. Jezus wil nu dat we ons specifiek focussen op boosheid. Het probleem is dat we op het moment dat we boos zijn we niet zomaar besluiten om die dingen anders te gaan zien omdat onze boosheid zegt: ‘Ik ben vastbesloten de dingen te zien zoals ik ze altijd heb gezien. Mijn waarneming is de juiste en die van Jezus is verkeerd en ik wil dit kunnen bewijzen.’

Jezus helpt ons om ons te realiseren dat we vooraleer we zeggen dat we vastbesloten zijn de dingen anders te zien, we eerst onze gedachten moeten doorzien en dus in de eerste plaats ermee in contact moeten komen. Met andere woorden, visie kan enkel komen wanneer we onze boze gedachten ongedaan maken door onze verkeerde keuze voor het ego te corrigeren. Nee zeggen tegen het ego is de manier om inzicht te krijgen.

(2:3-5) De kwaadheid kan iedere vorm van reactie aannemen, variërend van lichte irritatie tot razernij aan toe. De hevigheidsgraad van de emotie die je ervaart doet niet ter zake. Je zult je er steeds meer van bewust worden dat een lichte krimp van ergernis niets anders is dan een sluier over intense woede.

Deze laatste zin werd eerder ook in les 16 aangehaald. Het is een van de meer bekende zinnen uit Een Cursus in Wonderen. Deze zin is zo belangrijk dat Jezus hem bijna op dezelfde manier herhaalt in het Handboek voor Leraren (H. v. L. 17. 4:5). Alles is hetzelfde. Vormen verschillen, maar de inhoud ervan blijft hetzelfde. Dat wordt in deze les duidelijk uitgelegd. Beweringen als deze illustreren precies het radicaal zijn van de Cursus. In alle opzichten ontkracht hij al onze ervaringen en overtuigingen.

(3:1-2) Probeer daarom tijdens de oefenperioden de ‘kleine’ gedachten van kwaadheid niet aan je aandacht te laten ontsnappen. Onthoud dat je niet werkelijk inziet wat jou kwaad maakt en dat niets wat je in dit verband gelooft, enige betekenis heeft.

We denken dat wat ons boos maakt komt door wat mensen doen of weigeren te doen, maar de echte reden waarom we boos worden is de behoefte om onze verantwoordelijkheid voor de afscheiding te projecteren:

Woede houdt altijd de projectie van afscheiding in, waarvoor men de verantwoordelijkheid uiteindelijk zelf moet aanvaarden, in plaats van de schuld op anderen af te schuiven. (T. 6. Inl. 1:2)

Het is echter zo dat we dit niet willen herkennen. We hebben zo’n behoefte om uit te roepen: ‘Ik ben niet schuldig aan de zonde voor de moord op God en voor het verraad aan Zijn Liefde. Iemand anders is dat.’ Wanneer ik dat buiten mij zie – omdat ik het daar geplaatst heb – geloof ik dat ik het recht heb om boos te zijn; een handige truc waar we allemaal bijzonder goed in zijn. Het doet er niet toe of ik razend ben of slechts een lichte vorm van irritatie voel, ik zeg hoe dan ook dat mijn welzijn afhankelijk is van iemand of iets buiten mijzelf. Bij gebrek aan een speciaal voorwerp word ik boos, maar de fout ligt niet bij mij.

(3:3-5) Je zult waarschijnlijk geneigd zijn langer bij sommige situaties of personen te blijven stilstaan dan bij andere, om de drogreden dat ze meer ‘evident’ zijn. Dit is niet zo. Het is alleen een voorbeeld van de overtuiging dat sommige vormen van aanval meer gerechtvaardigd zijn dan andere.

Voor het eerst zien we hier een heel specifiek voorbeeld van het principe dat er geen rangorde is in illusies. Jezus gebruikt boosheid als voorbeeld omdat dit centraal staat in het denksysteem van het ego. Iedereen loopt hier rond met boosheid in zich, want iedereen loopt hier rond met de schuld van de afscheiding en wil hiervoor niet de verantwoordelijkheid accepteren. Nogmaals, wanneer we kunnen besluiten de dingen anders te gaan zien, moeten we de negatieve insteek herkennen en begrijpen waarom we de dingen anders zien: dat er iets is buiten ons - of dit nu in ons lichaam is of in het lichaam van iemand anders – die, zonder onze medewerking, de oorzaak is van onze pijn. Met andere woorden dat onze gedachten machteloos zijn en dus niet de oorzaak kunnen zijn van ons ongemak; iemand anders bracht deze boosheid, ziekte of situatie tot stand; wij zijn onschuldig, het hulpeloze slachtoffer van een macht waar we geen zeggenschap over hebben.

De rest van deze les herhaalt instructies die we reeds eerder gezien hebben.

(4-5) Onderzoek je denkgeest op al de vormen waarin aanvalsgedachten zich voordoen, en houd ze elk even in je aandacht vast, terwijl je jezelf zegt:

Ik ben vastbesloten ………. [naam van de persoon] anders te zien.
Ik ben vastbesloten ………. [duid de situatie nader aan] anders te zien.

Probeer zo specifiek mogelijk te zijn. Zo kun je bijvoorbeeld je kwaadheid op een bepaalde eigenschap van een bepaald persoon concentreren en geloven dat je kwaadheid tot dit aspect beperkt blijft. Als je waarneming lijdt aan dit soort vervorming, zeg dan:

Ik ben vastbesloten ………. [duid de eigenschap nader aan] in ………. [naam van de persoon] anders te zien.

De sleutel hier is om zo specifiek mogelijk te zijn. De verleiding zal er in bestaan om deze specifieke vormen die ons van streek maken te bagatelliseren door – onbewust - te proberen deze te ontkennen waardoor we de werkelijke bron ervan ontkennen.


Het ego krijgt ons dus twee keer: eerst door ons te leren dat we onze schuld moeten ontkennen en ten tweede door het ontkennen van deze specifieke woedeverdediging. Dit is het dubbele schild van vergetelheid waar Jezus het in les 136 over heeft. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten