zondag 18 januari 2015

Thema's uit Een Cursus in Wonderen - 31 - Genezing


Deze morgen bespreken we genezing. Andere thema’s die we reeds besproken hebben en die vergelijkbaar zijn, zijn vergeving en het wonder en genezing behoort tot dezelfde categorie, zijnde een correctie.
Een van de belangrijkste zaken die we ons moeten herinneren wanneer we over genezing beginnen te spreken is dat ongeacht wat onze belevenis ook mag zijn, ongeacht hoe sommige passages in de Cursus ook schijnen te zijn, genezing gaat niet over het lichaam. Genezing kan alleen maar over de denkgeest gaan want er is niets anders dan de denkgeest.
Niettegenstaande onze ervaring van fysieke en/of psychische symptomen is het enige echte ziekteverschijnsel, het enige echte probleem de keuze van de denkgeest voor schuld.
Er is een passage in hoofdstuk 27 (T27.VII.7:4) waar Jezus zegt dat van de vele oorzaken van onze pijn en lijden we nooit gedacht hebben dat schuld hier ook bij hoorde en dat we er allemaal heel goed in zijn, als individu en als gemeenschap, om de schijnbare oorzaken van ons lijden toe te schrijven aan fysieke, psychische, genetische, biologische, fysiologische, economische, sociale oorzaken, enz.. Maar we herkenden nooit, omdat we zo geïdentificeerd zijn met het lichaam, dat het probleem altijd in de denkgeest is en altijd ligt in de keuze van de denkgeest om het denksysteem van schuld en afscheiding van het ego werkelijk te maken. Dat is de ziekte.
In hoofdstuk 2, waar Jezus het specifiek heeft over genezing, waarschuwt hij ons voor een niveauverwarring. En de niveauverwarring waar hij het over heeft, en waar ook in de eerdere principes van wonderen in het begin van de tekst over gesproken wordt, is dat de niveauverwarring  de begripsverwarring is van het niveau van denkgeest en lichaam waar we denken dat het het lichaam is dat ziek is en dit daarom ook wil zeggen dat het het lichaam is dat genezen moet worden. Het probleem is echter dat het nooit het lichaam is dat ziek wordt want er is geen lichaam.
Op geen enkel ogenblik, zegt de Cursus, heeft het lichaam bestaan (T18.VII.3:1). Wat wil zeggen dat in het heilig ogenblik het lichaam niet bestaat omdat er geen afscheidingsgedachte is in het heilig ogenblik en wat de correctie vormt op het onheilige ogenblik waarin we geloven dat de afscheiding van God wel degelijk is gebeurd.
Het ego zorgt er dus heel goed voor dat
- we onbewust blijven,
- het zichzelf projecteert (wat een gedachte in de denkgeest is) op het lichaam en
- dat er een sluier van vergetelheid valt over de denkgeest zodat we geen enkele herinnering meer hebben dat we denkgeest zijn en het enige waar we ons bewust van zijn is dat er een lichaam is.
En het is het lichaam dat problemen heeft en het is het probleem van het lichaam dat moet genezen worden. En het is duidelijk dat vele religies en spiritualiteiten zich richten op het hele idee van genezing. Mensen spreken helende woorden uit. Er zijn boeken over genezing, helende eigenschappen van water, genezende handen. En niets hiervan is wat de Cursus bedoelt met genezing.
De waarde die een storing op het gebied van het lichaam heeft, of dit nu emotioneel is of fysiek, is dat het onze aandacht vraagt voor een probleem dat zich voordoet. En waar Jezus ons mee helpt om te herkennen is dat de wereld die we zien, het lichaam dat we voelen, het lijden dat we ervaren ‘een uiterlijk beeld is van een innerlijke toestand’ (T21.Inl.1:5).
Met andere woorden dat we het fysieke symptoom gebruiken als een middel om terug te keren naar het symptoom in de denkgeest. De wereld is ‘een uiterlijk beeld van een innerlijke toestand’, de innerlijke toestand die de verkeerde keuze is van de denkgeest voor het ego. Dat is de ziekte.
In het pamflet ‘Psychotherapie’ spreekt Jezus over ziekte en hij zegt hier dat een ziek lichaam de misvorming imiteert van een misvormde gedachte, die schuld is. (P.2.IV.2:6) Wanneer de denkgeest voor schuld kiest worden wij misvormd. Worden we onnatuurlijk. Dat is het probleem en dat is het symptoom.
Maar het ego was zo slim om dat symptoom te nemen, het te onderdrukken of het te ontkennen en heeft het dan naar buiten geprojecteerd zodat het nu in een lichaam zonder geest lijkt te zijn. En wanneer we onbewust zijn, dan is er geen enkele manier waarop wij kunnen oefenen om de kracht van de denkgeest om te kiezen te gebruiken en hierbij onschuld te kiezen boven schuld, de Heilige Geest boven het ego, vergeving boven aanval. De genezing betreft dus altijd de denkgeest en een andere genezing bestaat er niet.
Dus net zoals we kunnen zeggen dat er ‘geen rangorde naar moeilijkheid is bij wonderen’ kunnen we ook zoals de Cursus, zeggen dat er ‘geen rangorde in moeilijkheid bij genezing’ is want het zijn niet de talrijke symptomen die het lichaam schijnt te hebben die het probleem vormen en die om genezing vragen. Het is altijd en alleen de ene vergissing die we allemaal samen gemaakt hebben en die we individueel blijven maken door voor het ego te kiezen in plaats van voor de Heilige Geest.
Eens we het probleem definiëren als de beslissing van de denkgeest voor de schuld dan is de oplossing helder. Dit is de keuze van de denkgeest voor vergeving.
Maar zolang als we het probleem blijven zien op het niveau van het lichaam en dit niveauverwarring blijft geven zoals ik zonet heb besproken, dan is er geen hoop en zal er niets ooit genezen worden. Van zodra een probleem is genezen komt er weer een ander voor in de plaats. De ene ziekte is nog maar uitgeroeid op aarde of een andere steekt al weer de kop op. Er zullen in de wereld altijd problemen zijn zolang we blijven vasthouden aan ons geloof in schuld. Maken we ons geloof in schuld ongedaan dan blijft er niets langer over om te projecteren en daarom, zoals de Cursus zegt, is het lichaam genezen, niet zozeer omdat de symptomen verdwenen zijn, maar omdat onze beleving van de ziekte verdwijnt. Wanneer er geen schuld is, is er ook geen ziekte en is er alleen de vrede van God.




Geen opmerkingen:

Een reactie posten